Gespecialiseerd in alles na een hippe, artistieke jeugd

Philippe van Haren Noman maakte een kleurrijk boek vol foto’s, tekst en kunst over de wilde jaren zeventig en nu.

Auteur Philippe van Haren Noman met zijn geliefde uit de jaren zeventig Wanda Werner (foto Herman Scheerboom). Daarnaast cartoon en fotokunst van Van Haren Noman. Beelden uit besproken boek.

Zijn moeder, de beroemde Parool-modejournaliste Jeanne Roos, mag dan wel herhaaldelijk „Ach Philippe, doe toch niet zo idioot” tegen haar zoon gezegd hebben als hij weer een raar plan had – uiteindelijk heeft dat niet geholpen. Want zelf een kleurrijk, baksteendik boek, twee stoeptegels lang, over je eigen leven uitgeven, vol invallen, foto’s, herinneringen en kunstwerken – dat heeft iets … opmerkelijks. Philippe van Haren Noman (1955), drummer, kunstenaar, fotograaf, kon het verlangen om zo’n document te maken niet langer onderdrukken. Hij is de zoon van Jeanne Roos en cineast Theo van Haren Noman, en groeide als puber op tijdens de hoogtijdagen van het Nederlands hippiedom, in het hart van het ‘magies sentrum’ dat Amsterdam toen was.

Zijn boek ach philippe, doe toch niet zo idioot oogt als een op de computer (door hemzelf) vormgegeven kleurige vloeistofdia-show, vol met blogteksten. Losjes van toon. Over de wilde jaren zeventig. Met persoonlijke commentaren op het hedendaagse leven. Zo bevat het Van Haren Nomans eigen theorie over de versnelde uitdijing van het heelal, die hij tevergeefs aan wetenschappelijke bladen probeert te slijten. Zijn neiging tot verslaving („Alles de baas behalve suiker”) passeert de revue, evenals kritiek op het slechte fietsenstallingbeleid van Amsterdam. Daartussen: foto’s van plastic meerkatten die met kleipoppetjes gaan samenleven, „getekende schilderijen” en bespiegelingen over popmuziek, auto’s en de kredietcrisis. Van Haren Noman, autodidact in de kunsten, is op zijn eigen manier „gespecialiseerd in alles”, zoals op het kaartje stond van kunstenaar en psycholoog Henk Jurriaans, die in 1975 furore maakte door kaalgeschoren 23 dagen lang in het Stedelijk Museum Amsterdam als levend kunstwerk te poseren – en er een boek over maakte, Mijn leven als kunstwerk. Van Haren Nomans boek is een variant hierop. Hij kende Jurriaans, die met kunstenares Marte Röling een relatie had. Ze kwamen bij zijn moeder over de vloer; Röling tekende de illustraties voor de modepagina’s die zijn moeder voor Het Parool schreef.

De kern van ach philippe, doe toch niet zo idioot zijn de herinneringen van Van Haren Noman aan zijn magische jeugdjaren: de muziek waarin hij een carrière zocht als drummer (met haar tot op zijn schouders), de drank, drugs en vooral de meisjes. Er staan prachtige niet eerder gepubliceerde foto’s in van onder anderen Wanda Werner, tegenwoordig een aquarelkunstenares die met Marte Röling en anderen in Noord-Groningen woont. In de tijd dat Van Haren Noman een relatie met haar had, werd ze wereldberoemd in Nederland door naakt over straat te gaan, of hooguit in hotpants. Naakt was natuurlijk en goed, een teken van bevrijding. Werners keuze om haar borsten non-stop te tonen was in die tijd „mind-blowing”, aldus Van Haren Noman – de huidige blote mode kan daar volgens hem niet aan tippen. Zijn boek gaat niet alleen over „liefde, kunst, muziek, wetenschap, sex, geld, drugs, filosofie”, zoals de ondertitel luidt. Het is ook een eerbetoon aan de hippie trippy jaren zeventig.

    • Paul Steenhuis