opinie

    • Raymond van den Boogaard

Een schril protest namens de vakbond

Soms hoop je dat je iets verkeerd verstaan hebt. Ik zat zondag op het Museumplein in Amsterdam een ijsje te eten, tegenover de Gaza-demonstratie. Het was een sympathieke bijeenkomst zonder antisemitische of ISIS-wanklanken. Op één na dan.

Ik had al een uur in de zon naar toespraken geluisterd, dus een ijsje kon er wel af, dacht ik, voordat de stoet zich in beweging zou zetten. Verstrooid volgde ik nog wat in de verte gezegd werd. Aan het woord kwam een bestuurslid van de vakbond Abvakabo FNV, eigenlijk de enige Nederlandse maatschappelijke organisatie van betekenis die op Gaza-betogingen acte de présence geeft.

Ik had deze Lot van Baaren al gehoord op de eerste Gaza-betoging in Den Haag vorige maand, waar zij op schrille toon het NOS Journaal en ‘de media’ in het algemeen aan de schandpaal nagelde, als maakten alle Nederlandse kranten en journaals deel uit van één grote, anti-Palestijnse samenzwering. Onzin natuurlijk, maar zij mag dat vinden.

Plotseling ving ik iets op, dat me betreuren deed dat ik niet met een notitieblok vooraan bij het podium stond. Zei Van Baaren echt wat ik meende te horen? Je kunt als journalist bezwaarlijk afgaan op iets wat je maar half gehoord hebt, maar gelukkig heeft de Abvakabo de letterlijke tekst van de toespraak een paar dagen later op een website gezet.

Onder de titel Wat is er toch aan de hand met Nederland? verwondert Van Baaren zich over het geringe aantal protesten tegen ‘Gaza’ en zegt: „We weten toch dat dit niet draait om joden, niet om de verschrikkelijke Holocaust of alle onrecht uit de Tweede Wereldoorlog? We weten toch dat dit gaat om het uitvoeren van een Zionistische politieke agenda van vér voor die tijd?”

Wat zou zij bedoelen? Dat de grondlegger van het zionisme, Theodor Herzl (1860-1904), al van plan was om de Palestijnen te bombarderen? Of dat de socialistische kibboetz-beweging van de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw de Palestijnen wilde verdrijven? Van Baaren leeft kennelijk in de waangedachte dat de essentie van het zionisme en de staat Israël wordt geopenbaard in het beleid van de huidige Israëlische regering.

Antisemitisme komt in vele gedaanten. Er is het sluipend gif van de pesterijen op straat tegen de drager van een keppeltje, van misselijke grapjes over gaskamers, van anonieme bedreigingen. Zulk antisemitisme neemt de laatste tijd in heel Europa toe, maar daar wil ik Van Baaren allerminst van verdenken, oprecht bewogen als zij lijkt door de gruwelen van Gaza.

Er is echter ook een ander, meer ideologisch antisemitisme, dat de Holocaust ontkent of vindt dat we daar eens over moeten ophouden, dat joodse samenzweringen wil zien in politiek, economie en pers, en ‘geheime plannen van het Jodendom’ die ontdekt worden. In die antisemitische traditie passen de opmerkingen van Lot van Baaren helaas feilloos. Van Abvakabo, met 350.000 leden, valt me dat zwaar tegen.

    • Raymond van den Boogaard