Een moedig rechterlijk besluit over meedogenloze Volkert

Protest van Fortuyns moordenaar tegen enkelband en gebiedsverbod bewijst dat hij in de gevangenis niets geleerd heeft, meent Hans Wiegel.

De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb heeft Volkert van der G. – de moordenaar van Pim Fortuyn – laten weten dat hij het verstandig zou vinden als hij zijn stad niet bezoekt. Andere burgemeesters van gemeenten waar hij van de rechter weer mag komen, hebben nog niets gezegd. De rechter heeft ook beslist dat Van der G. geen enkelband meer hoeft te dragen. Diens advocaat had betoogd dat zijn cliënt met zo’n band beperkt werd in zijn vrijheid, omdat hij zo niet in korte broek of zwempak kon rondlopen.

Het OM heeft aangekondigd tegen de beslissingen van de rechter in beroep te gaan. Vanuit politiek en pers zijn verschillende reacties gekomen. Leefbaar Rotterdam en de PVV nemen scherp afstand van de rechterlijke uitspraak, net als De Telegraaf.

Andere politieke partijen houden zich op de vlakte. Deze krant schrijft het ongepast te vinden als politici „op de stoel van de rechter gaan zitten; zij moeten zich neerleggen bij diens onafhankelijk oordeel”. Hoogleraar en raadsheer Theo de Roos – voor wie ik veel respect heb – noemde het oordeel van de rechter ‘moedig’. Ik kan die uitspraak van mr. De Roos wel plaatsen. Het zou voor de rechter veel gemakkelijker geweest zijn Van der G. in het ongelijk te stellen in de kort-gedingprocedure die deze had aangespannen.

Vanwege het hoger beroep dat door de landsadvocaat is aangekondigd, en omdat de zaak nog steeds onder de rechter is, zal ik mij over de uitspraak niet uitlaten. Overigens neem ik aan dat – voordat het OM besloot in hoger beroep te gaan – daarover op het hoogste niveau op Justitie overleg is gevoerd. Om het argument van de landsadvocaat, dat Van der G. bij zijn vrijlating had ingestemd met de voorwaarden die daarbij gesteld werden, heeft mr. De Roos gezegd: „Hier was geen sprake van een reële onderhandelingssituatie. Je stemt in, of je mag de gevangenis niet uit.”

Hoogleraar reclassering Van der Laan zei daarop dat – indien Van der G. zijn kort geding niet had aangespannen – de beperkingen op zijn vrijheid van beweging over een maand of wat toch zouden zijn opgeheven.

Dat brengt mij bij de wrange kern van mijn verhaal. Van der G. heeft zich in de gevangenis na zijn veroordeling netjes gedragen. Daarom werd hij voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Dat daarbij een reeks van voorlopige beperkingen op die vrijheid werd afgekondigd, was begrijpelijk. Hij stemde daar ook mee in. Een paar maanden later spande hij toch een procedure aan. Wederom een bewijs dat hij tijdens zijn detentie niet tot het besef is gekomen wat hij de nabestaanden en de samenleving met zijn moord op Pim Fortuyn heeft aan gedaan.

Geen mededogen, geen spijt, geen deemoed, las ik in een ingezonden brief in Trouw van Karin van Goor. Dat is veel zwaarder dan Van der G.’s gezeur over zijn enkelband.

    • Hans Wiegel