‘Defensiemedewerkers ziek van camouflageverf’

Een wasplaats voor zwaar rollend materieel in een NAVO-depot in Vriezenveen in 1984. Foto ANP / Ruud Hoff

Het aantal oud-werknemers van Defensie dat vermoedt ziek te zijn geworden van onderhoudswerk aan legervoertuigen in een van de vijf inmiddels gesloten NAVO-depots in de grensstreek, loopt snel op.

Bij advocaat Rob Bedaux uit Heerlen hebben zich de afgelopen weken 61 oud-medewerkers of nabestaanden gemeld, bij letselschadespecialist Yme Drost uit het Twentse Hengelo. Drost stelt Defensie aansprakelijk voor de schade. De Limburgse letselschadeadvocaat overweegt een juridische procedure met verhoren van getuigen en deskundigen.

Oud-medewerkers hebben last van verschillende vormen van kanker, kortademigheid, uitvallend haar of afbrokkelende nagels en tanden. Zij zeggen tijdens hun werk te zijn blootgesteld aan verarmd uranium, benzeen en het kankerverwekkende chroom-6+ dat was verwerkt in de camouflageverf voor legervoertuigen.

Depots waren ingericht voor Sovjetaanval

De ex-medewerkers hebben in de NAVO-depots in Coevorden, Ter Apel, Vriezenveen, Brunssum en Eygelshoven tanks en andere legervoertuigen onderhouden, schoongemaakt, gerepareerd en geverfd. De depots zijn in de jaren 80 ingericht om bij een Sovjetaanval snel paraat te kunnen zijn. Ook werden er voor de Amerikanen voertuigen opgeknapt die tijdens de Golfoorlog en missies zijn gebruikt.

Het ministerie van Defensie onderzoekt de zaak en wil niet reageren. Eerst moeten Kamervragen van de SP worden beantwoord. Eind juni schreef minister Hennis van Defensie aan de Tweede Kamer dat er vooralsnog geen aanwijzingen waren dat medewerkers structureel zijn blootgesteld aan te hoge concentraties gevaarlijke stoffen.

Lees het volledige artikel vandaag in NRC Handelsblad.

    • Annette Toonen