‘Defensie-medewerkers ziek van camouflageverf’

Tientallen slachtoffers eisen schadevergoeding.

Tank in werkplaats in Leusden. Foto Rien Zilvold

Het aantal oud-werknemers van Defensie dat vermoedt ziek te zijn geworden van onderhoudswerk aan legervoertuigen in een van de vijf inmiddels gesloten NAVO-depots in de grensstreek, loopt snel op. Bij advocaat Rob Bedaux uit Heerlen hebben zich de afgelopen weken 61 oud-medewerkers of nabestaanden gemeld, bij letselschadespecialist Yme Drost uit het Twentse Hengelo dertien.

Drost stelt Defensie aansprakelijk voor de schade. De Limburgse letselschadeadvocaat overweegt een juridische procedure met verhoren van getuigen en deskundigen.

Oud-medewerkers hebben last van verschillende vormen van kanker, kortademigheid, uitvallend haar of afbrokkelende nagels en tanden. Zij zeggen tijdens hun werk te zijn blootgesteld aan verarmd uranium, benzeen en het kankerverwekkende chroom-6+ dat was verwerkt in de camouflageverf voor legervoertuigen.

Het ministerie van Defensie onderzoekt de zaak en wil niet reageren. Eerst moeten Kamervragen van de SP worden beantwoord. Eind juni schreef minister Hennis (Defensie, VVD) aan de Tweede Kamer dat er vooralsnog geen aanwijzingen waren dat medewerkers structureel zijn blootgesteld aan te hoge concentraties gevaarlijke stoffen.

De ex-medewerkers hebben in de NAVO-depots in Coevorden, Ter Apel, Vriezenveen, Brunssum en Eygelshoven tanks en andere legervoertuigen onderhouden, schoongemaakt, gerepareerd en geverfd. De depots zijn in de jaren 80 ingericht om bij een Sovjetaanval snel paraat te kunnen zijn. Ook werden er voor de Amerikanen voertuigen opgeknapt die tijdens de Golfoorlog en missies zijn gebruikt.

Martin van den Berg, hoogleraar toxicologie aan de Universiteit Utrecht, heeft documenten gezien waaruit blijkt dat in 2002 „absurd” hoge concentratie van het kankerverwekkende chroom-6+ is gemeten in veegmonsters uit de werkplaats in Brunssum. Die onderzoeksresultaten zijn volgens een zieke oud-medewerker nooit bekengemaakt aan het personeel. Volgens advocaat Bedaux zijn in 1999 in Vriezenveen soortgelijke concentraties gemeten en waren die representatief voor alle locaties.

Van den Berg stelt dat al sinds de jaren 60 en 70 duidelijk is dat chroom-6+ kankerverwekkend is en dat ook Defensie daarvan op de hoogte moet zijn geweest of had moeten zijn. Of er daadwerkelijk een relatie is tussen de ziektegevallen en blootstelling aan camouflageverf met chroom-6+ durft Van den Berg niet te zeggen: „Daar is statistische informatie voor nodig en het oordeel van epidemiologen.”

    • Annette Toonen