De laatste resten laat de missie achter – het is er te gevaarlijk

Rond de rampplek rukken de tanks op. En wat zullen de Russen doen? Het afronden van de missie is geen nieuwe slachtoffers waard.

Een Nederlandse onderzoeker bij de wrakstukken van de MH17, eerder deze week. Foto AP

De Maleisiërs nemen nog snel een groepsfoto in uniform. Nederlanders en Australiërs zitten op hun gepakte bagage te wachten. Vrachtwagens worden ingeladen, de bus staat klaar. „We gaan niet op de vlucht”, zegt kolonel Kees Kuijs, leider van de internationale missie van marechaussee en forensisch specialisten in Soledar.

Toch verloopt de aftocht van de internationale onderzoekers en politiemensen uit het Oekraïense dorpje Soledar vanmorgen wel heel snel. De missie die alle stoffelijke resten en bezittingen van de passagiers van de gecrashte vlucht MH17 zou bergen, moet in de loop van vanmiddag helemaal vertrokken zijn.

Gisteravond kondigde premier Mark Rutte abrupt het einde van de repatriëringsmissie aan. Het geweld in het rampgebied in Oost-Oekraïne neemt te sterk toe, waardoor de onderzoekers hun werk niet kunnen doen. „En dat zullen ze naar onze vaste overtuiging de komende periode ook niet kunnen”, zei Rutte gisteren op een persconferentie.

De toenemende onveiligheid in en rond het rampgebied vormde de basis van het kabinetsbesluit de missie te stoppen. „Iedereen zal met ons eens zijn dat we onze mensen niet aan onnodige risico’s mogen blootstellen”, zei Rutte. Binnenlandse inlichtingendiensten, waarschuwingen van buitenlandse diensten en de waarnemingen van eigen mensen ter plaatse maakten duidelijk dat terugtrekken de enige optie was.

Hoewel Rutte steeds heeft gezegd dat zijn hoofdprioriteit is om álle lichamelijke resten en eigendommen naar Nederland terug te halen, kon hij het besluit om eerder te stoppen wel onder een verlichtende omstandigheid nemen. De belangrijkste gebieden zijn inmiddels doorzocht.

De onderzoekers vonden afgelopen dagen weinig stoffelijke overschotten, dus de Oekraïense inspanningen direct na de ramp waren effectiever dan het kabinet aanvankelijk dacht. Dinsdag bleek uit een gesprek met een Oekraïense arts-officier dat in de eerste dagen na de crash achthonderd vrijwilligers intensief hadden gezocht en geholpen met het bergen van lichamen.

De onrust en gevechten tussen de rebellen die het gebied controleren en het Oekraïense leger zijn afgelopen dagen verder toegenomen. De voortdurende argwaan van de rebellen om veel mensen in één keer het gebied binnen te laten, plus het artillerievuur rond het gebied werkten steeds meer beperkend. Ook in de buurt van Nederlandse onderzoekers werd gisteren geschoten.

De opbouw van de wapenmacht van de separatisten is afgelopen week stug doorgegaan. Grote tankcolonnes trokken gisteren sporen op de wegen rond Artjomovsk. Colonnes met bevoorradingstrucks hielden het verkeer op. Bij een checkpoint in de buurt van de crashsite, kwamen afgelopen dagen rakettransporten langs.

Premier Rutte noemde de dreiging van een Russische inval in Oekraïne niet expliciet. Maar die heeft zeker meegespeeld in de overweging de missie op te schorten. De NAVO waarschuwde gisteren dat zich bij de grens met Oekraïne 20.000 Russische troepen hebben verzameld. Tweede Kamerlid Han ten Broeke van de VVD noemde die ontwikkeling gisteren in tv-programma Knevel en Van den Brink „zorgwekkend”. „De inleidende retoriek van de Russen, dat zij vinden dat er om humanitaire redenen iets moet veranderen, dat hebben we eerder nog niet gehoord.”

Politiek is er in Den Haag daarom voorlopig begrip voor het kabinetsbesluit – hoe frustrerend het voor de nabestaanden ook mag zijn dat het onderzoek nog niet is afgerond. De Kamer zou mogelijk deze week nog om een briefing of debat met de premier of minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) vragen.

Over een eventuele termijn waarop de missie hervat kan worden, valt niets te zeggen. Een klein team blijft achter, al was vanmorgen nog onduidelijk waar precies en om hoeveel mensen dat zal gaan. Zij blijven aanspreekpunt voor de lokale bevolking, mochten die nog stoffelijke resten en persoonlijke bezittingen van slachtoffers willen overdragen.

Inderdaad is nog niet het héle rampgebied doorzocht, zegt kolonel Kuijs. Het team kon niet overal bij komen. „Rondom die gebiedjes hebben we zoveel informatie opgehaald, dat onze twijfel of we daar nog iets substantieels zouden vinden, tot een minimum is gereduceerd.” Bovendien, zegt hij: „We hebben eigenlijk alle dingen gevonden en gedaan die we met elkaar hadden afgesproken.” Maar gezien het gebrek aan toegankelijkheid van sommige zones, „kunnen we niet uitsluiten dat er nog menselijke resten liggen”, gaf hij toe. Op zijn vroegst morgen zullen de eerste onderzoekers naar Nederland terugvliegen.

„Deze mensen vinden het niet leuk dat wij vertrekken”, zegt kolonel Kuijs met een blik op de dorpelingen van Soledar. De inwoners zagen de Nederlanders als veiligheidsgarantie: zolang zij er zijn, hoeft men zich even geen zorgen te maken. Dit vertrek betekent voor hen het omgekeerde signaal.