Japan krijgt elektriciteit uit palmnotenschillen

Foto iStock

Wat gebeurde er in Azië terwijl je sliep? Onze correspondenten praten je bij.

Onafhankelijke energieproducent eRex wil een van de grootste biomassa-centrales van Japan bouwen, schrijft Asia Nikkei Review. Deze moet zeker honderdduizend huishoudens voorzien van elektriciteit.

Daartoe investeert eRex 120 miljoen euro in het project dat in 2016 van start moet gaan. De biomassa-centrale zal worden gebouwd op het terrein van een van de aandeelhouders van de energieproducent, Taiheyo Cement. eRex hoopt in te springen op de (in 2016) gedereguleerde energiemarkt die zich in Japan steeds meer richt op duurzame alternatieven.

De biomassa-centrale van eRex zal gebruik maken van schillen van palmboomnoten, een van de nevenproducten die ontstaat bij het maken van palmolie. Het vermogen (50,000 kilowatt) wordt opgewekt door een mengsel van 90 procent palmnotenschillen en 10 procent kolen te verbranden.

Slechte kredietwaardigheid? Geen probleem voor Japanse banken

Japanse banken nemen steeds meer risico bij het verstrekken van leningen, schrijft The Wall Street Journal. En dat is allemaal te danken aan premier Shinzo Abe en zijn ‘Abenomics’.

Het geld moet weer rollen in Japan na de zuinigheid veroorzaakt door de economische bubbel die in 1991 barstte. Nu is het tijd om de economie te stimuleren; er wordt meer geld gedrukt, de vennootschapsbelasting gaat omlaag en de Japanse overheid geeft veel geld uit. Banken krijgen nu dus ook de vrijheid om zelf te bepalen aan wie zij leningen verstrekken.

Maar de resultaten zijn tot nu toe gemengd. Er wordt meer geld uitgeleend, maar veel grote bedrijven blijven liever op hun eigen geld zitten en lenen daardoor niet. Kleine ondernemers zijn bang voor de risico’s van leningen. Het lijkt erop dat Japan nog even moet wennen aan risicovolle leningen.

Onrust Midden-Oosten en Oekraïne is te voelen in Azië

De conflicten in het Midden-Oosten en Oekraïne drijven de prijs van aardolie fiks omhoog. En dat voelt Azië, schrijft Asia Nikkei Review. De prijs van een vat olie is sinds 2011 niet meer onder de honderd dollar gedoken, en in juni stegen de kosten zelfs naar 110 dollar. Verschillende Aziatische vliegtuigmaatschappijen moesten hun tickets duurder maken.

Marktanalisten denken dat het de komende tijd alleen maar erger wordt en aangezien overheden in onder andere Maleisië en Indonesië subsidies op petroleumproducten willen verlagen, moeten consumenten én producenten zich gaan voorbereiden op hogere kosten.

De Indonesische vliegtuigmaatschappij Tigerair Mandala moest zelfs vorige maand de deuren sluiten vanwege de onhoudbare kosten om te blijven vliegen. Ook Chinese staatsbedrijven delen die pijn, zeker gecombineerd met de zwakkere yuan. China Southern Airlines leed in de eerste zes maanden van dit jaar 120 miljoen euro verlies en ook Air China en China Eastern Airlines zullen naar verwachting dezelfde rode cijfers hebben.

    • Hans Klis