Wij hebben niets nieuws. Wij knappen op wat we al hebben

Het leger lijkt het nu van de separatisten te winnen in Oekraïne. Mede dankzij vrijwilligers die zich aansloten bij de ‘Anti-terroristische operatie’, zoals bataljon Donbass

Deze soldaten behoren tot bijna 400 Oekraïense militairen die de strijd in het land zijn ontvlucht. Ze staken de grens met Rusland over na hevig artillerievuur door separatisten. Rusland verschafte ze onderdak in een kamp. Foto’s AP

Op de trappen van een schooltje in Popasnaja, een gehucht op de frontlijn in het Loegansk District, zitten een paar mannen en één vrouw gehuld in verschillend gevechtstenue te praten. Er staan twee gammele pantserwagens. Langs een checkpoint in aanbouw komen luxe auto’s en terreinwagens met Oekraïense vlaggen uit het raam het terrein opgestoven. De nummerplaten zijn afgeplakt of zeggen gewoon: ‘Donbass’. Op een bus staat in groene verf een Oekraïense drietand en een boodschap: ‘richting Moskou’.

Het personeel en wagenpark van bataljon Donbass zien er even divers uit als het Oekraïense offensief waar ze deel van uitmaken. Dit bataljon, opgericht door Semjon Sementsjenko (40), een filmmaker uit Donetsk, is een vrijwilligersleger, deels gerekruteerd op de Maidan in Kiev. De Oekraïense militanten uit de Donbass en andere delen van het land droegen vaak bivakmutsen om anoniem te opereren in vijandig gebied. Tegenwoordig gaat het er minder mysterieus aan toe. Inmiddels staat het bataljon onder bevel van het Oekraïense ministerie van Binnenlandse Zaken en is het onderdeel van de ‘Anti-terroristische operatie’ (ATO): een bonte verzameling van reguliere troepen, mensen van de nationale garde en vrijwilligersmilities die in het oosten de strijd met de rebellen aangaan.

Klaar voor Donetsk

De ATO maakt sinds begin juli bijna dagelijks de vorderingen bekend. Gisteren leken regeringstroepen een wig gedreven te hebben tussen Loegansk en Donetsk, de belangrijkste steden die nog in handen zijn van rebellen. Het Nationaal Crisiscentrum in Kiev liet weten dat de troepen zich klaarmaken om Donetsk binnen te gaan.

Het Oekraïense leger, tot voor kort verlamd door jarenlange corruptie, verwaarlozing en een zwakke moraal, lijkt nu dus aan de winnende hand. „Het leger was niet gewend in de stad te vechten”, zegt Anton Michnenko, hoofdredacteur van het Ukrainian Defense Review in Kiev. „Na twee maanden zijn ze daaraan gaan wennen.” En, zegt hij, Kiev voert de aankoop van nieuw materieel op, zoals pantservoertuigen. Vorige week beloofde president Porosjenko dat de volgende lichting reservisten een nieuw uniform en moderne beschermende kleding krijgt.

Kapitein Viktor Grigorjevitsj van een ander bataljon, de 93ste gemotoriseerde brigade, heeft er nog niet veel van gemerkt. „We hebben niets nieuws.” Hij heeft met zijn eenheid postgevat bij Debaltseve, een strategisch kruispunt tussen Loegansk en Donetsk niet ver van de neergestorte MH17. „We knappen gewoon op wat we hebben.” Hij wijst naar zijn elleboogstukken: net als zijn kogelwerende vest en verrekijker betaald uit de opbrengst van inzamelingsacties.

Zíjn verklaring voor de opmars: „Ik denk dat ik de algemene mening verwoord, wanneer ik zeg dat we het nietsdoen beu waren.” En troepen die niet fit for service waren, zijn uit roulatie gehaald, zegt hij.

Het Oekraïense offensief heeft lang op zich laten wachten. Begin maart, toen Russische ‘groene mannetjes’ de macht overnamen op de Krim, waren de Oekraïense strijdkrachten niet in staat te reageren. En toen medio april separatisten de ene na de andere stad overnamen in het oosten bleef een gewapende reactie uit Kiev uit. Inmiddels is de ATO een grootschalige oorlog, waarin ruim 200 Oekraïense militairen en 1.000 burgers hun leven hebben verloren. Nu is de vraag hoe Rusland zal reageren op de opmars. Volgens westerse analisten heeft het land 19.000 à 21.000 manschappen aan de grens met Oekraïne opgesteld, die klaar zouden staan voor gewapende interventie in het buurland.

Het sjofele Oekraïense leger kan nog steeds alle hulp gebruiken. Er zijn te weinig infanterietroepen. „Het is een artillerieoorlog”, zegt Grigorjevitsj. Incidenten tussen checkpoints worden vaak beslist met enkele explosieve salvo’s. Het leger heeft een enorme Koude Oorlog-inventaris: met pantserwagens, tanks, houwitsers en Grad-raketsystemen. Ook de inderhaast bijeengeroepen vrijwilligersbataljons zijn zwak. De reguliere eenheden gaan voorop, zegt Grigorjevitsj. „Mijn eenheid heeft tanks en zwaardere voertuigen: wij doen het serieuze veldwerk.” De vrijwilligerseenheden komen in hun kielzog om posities vast te houden.

Commandant ‘Veelvraat’

Bij de vrijwilligers van het Donbass-bataljon in Popasnaja ontvangt plaatsvervangend commandant ‘Veelvraat’ journalisten in de school die dienst doet als hoofdkwartier. Op het podium staat in papieren letters ‘Eindexamenfeest 2014’. Tijdens zijn rondleiding zegt hij: „Veel mensen in dit bataljon zijn nooit in het leger geweest. Ze hebben een vaag besef van orde en van wat mag en niet mag.” Kleine zakenlui, boeren en Maidan-activisten vonden hun weg naar het Donbass-bataljon, zegt hij. Die verscheidenheid leidde in het trainingscentrum vaak tot heibel. „In hun tentenkamp hadden ze een heleboel verschillende vlaggen uitgestoken. Ik heb gezegd: kijk, wij zijn een militaire eenheid. We kunnen slechts twee vlaggen hebben: een van het land en een van onze eenheid.”

Opeens klinkt een luid inkomend artillerieschot op enkele honderden meters. Het uitgestorven dorp ligt al enkele weken in de vuurlinie. Gevraagd naar zijn mening over de strijdende partijen zegt inwoner Aleksandr (35): „Ik ben in de eerste plaats voor vrede.” Maar bij een flatgebouw waar een granaat een gat sloeg in een appartement op de tweede verdieping, wijzen enkele vrouwen met beschuldigende vinger naar het Oekraïense leger. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch liet onlangs weten de Oekraïense regeringstroepen ervan te verdenken de onnauwkeurige Grad-raketten in te zetten in woonwijken, met dodelijk gevolg.

Angst voor extreem-rechts

Ook de vrijwilligers hebben bij veel Oost-Oekraïeners een slecht imago. „Er zijn veel bange mensen die denken dat wij nationalisten en Pravy Sektor meebrengen, die de kinderen aan de deuren zullen nagelen”, zegt ‘Veelvraat’. Pravy Sektor is een extreem-rechtse, paramilitaire beweging. „Nu creëren we een sfeer waarin zij ’s avonds naar ons toe komen. We praten en kijken televisie en dan snappen zij dat we niet van elkaar verschillen.”

Om te bewijzen hoe joviaal zij zijn, staat hij erop dat de journalisten mee-eten in de schoolkantine. Rijen stevige mannen, de geweren omgegespt, zitten aan de kleine tafeltjes. Ze eten varkensstoofpot met boekweit. Hun gezichten staan ernstig, maar wanneer gevraagd wordt naar hun moreel antwoorden ze met een lach. ‘Veelvraat’: „Ik bespeur gigantisch enthousiasme, bij momenten op het onprofessionele af.”

Bij het reguliere leger in Debaltseve klinkt het niet anders. „Ik vermoed dat het allemaal binnen een maand voorbij is”, zegt kapitein Grigorjevitsj.

    • Roeland Termote