Portretten uit de kosmopolitische Kaukasus

Fotostudio Ermakov

Een smaakvolle salonkamer had Dimitri Ermakov (Georgië, 1846-1916), met porseleinkasten vol fotolijstjes en een sierlijke eettafel, waar hij zijn bezoekers gastvrij ontving. Geregeld stapten daar goedgeklede zakenmannen uit hun koets, nieuwsgierig geworden door die foto’s in hun hotellobby van landschappelijke panorama’s en rokende olievelden. Receptionisten verwezen hen naar Ermakov, een man met een glinsterende baard, die hen met zijn fotoalbums uitvoerig zou verhalen over zijn eigen reizen door Turkije, Perzië en Armenië.

In die zitkamer annex fotostudio konden de bezoekers dan zelf op de foto, een langdurig maar hypermodern proces. Maar geregeld verliet Ermakov het mondaine Tblisi om met zijn ‘mobiele’ fotografie – een koets en tent met apparatuur en chemicaliën – rond te reizen langs straathandel, bokswedstrijden, militaire troepen.

Een tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum toont zijn nalatenschap: de kosmopolitische smeltkroes van de Kaukasus in die late tsarentijd. Ossetische vrouwen, Chinese handelaars, derwisjdansers, een mooie kantoorklerk met tulband en zulke gevoelige ogen dat hij de posters van de tentoonstelling siert. Hij is strategisch gekozen: een jongeman van vlees en bloed, wiens melancholische blik ons gevoel versterkt dat we hier kijken naar een voorbije wereld. Ook hij is niet meer. Nostalgischer kan fotografie je niet doen voelen.

En dat terwijl Ermakov juist een vernieuwer was – technisch dan, niet beeldend. Zijn composities waren zelfs bewust traditioneel, met klassieke stadsgezichten en liggende vrouwen à la Titiaan. Want hoe schilderkunstiger de composities leken, hoe groter de kans op acceptatie van deze nieuwe techniek. Maar intussen toonde Ermakov wel degelijk een nieuwe tijd. Tussen de traditionele dansers en prinsen zie je in het fotomuseum de aanleg van wegen, de komst van machinerie, en die eerste olievelden in Baku: houten bouwsels boven de zwarte putten, een dreigend leger in een van gifdampen vertrokken lucht. Prachtig zijn ze. Met de kennis van nu kun je er een voorbode in zien van de door conflicten verscheurde regio van later, maar in de tentoonstelling niet. Zonder stank en geluid passen ze daar in een dromerige sprookjeswereld van dansers en badhuizen.

Tienduizenden foto’s en negatieven liet Ermakov na, die na verloop van tijd uiteen begonnen te vallen. Het Nationaal Museum Georgië en het Nederlands Fotomuseum werkten ruim tien jaar aan de restauratie ervan. Dat maakt de expositie ook een bewijs van het soort werk dat musea doen zonder dat het grote publiek ervan weet. Het was geen gemakkelijk proces: tijdens de restauratie vond in Georgië de Rozenrevolutie plaats. De smeltkroes van destijds, met zijn mooie odalisken met waterpijpen, is een onrustig gebied geworden waarin die Azerbajdzjaanse olievelden geen onbelangrijke rol spelen. Daardoor zullen Nederlanders en Georgiërs Ermakovs werk heel verschillend zien: een exotisch Verweggistan versus een nationale trots.

Wie het niet erg vindt om de nostalgische betovering te verliezen, kan in het fotomuseum een trap lager de tentoonstelling Oil & Paradise van Ad Nuis zien. Hier dezelfde regio maar dan anno nu, fullcolour, hard en nabij, waar de olie-industrie zonder verzachtende sepiatinten zo smerig oogt als ze in Ermakovs tijd ook gedaan moet hebben.

    • Sandra Smets