Niet het beste werk van duo Deneuve en Téchiné

L’homme qu’on aimait trop gaat over de affaire Le Roux, een slepende zaak die Frankrijk in zijn greep hield maar Nederlanders weinig zegt. De affaire stamt uit 1977, kreeg dit voorjaar een staartje en is in juridische zin nog steeds niet afgerond. Het draait om Renée Le Roux (Catherine Deneuve), in de jaren zeventig eigenaresse van een casino in Nice. Ze heeft een juridisch adviseur die ze niet echt vertrouwt, Maurice Agnelet, en is in een concurrentieslag verwikkeld met een andere casinobaas die vermoedelijk banden met de maffia heeft.

Als haar dochter Agnès gescheiden terugkomt van een avontuur in Afrika en verliefd wordt op de advocaat van haar moeder, beginnen de problemen pas echt. De lastig te duiden Agnelet legt nooit zijn kaarten op tafel, is getrouwd maar heeft ook diverse affaires en gebruikt Agnès om haar moeder, die hem niet wil aannemen als casinodirecteur, een loer te draaien. Als Agnès vervolgens verdwijnt, is Renée ervan overtuigd dat Maurice haar dochter vermoord heeft. Het duurt een paar jaar voordat ze een rechtszaak tegen hem begint, eentje die na veel verwikkelingen (zie aftiteling vol verrassingen) nu in zijn laatste (cassatie)fase zit.

Catherine Deneuve is de belangrijkste troef van L’homme qu’on aimait trop, het is de zevende keer dat zij meespeelt in een film van regisseur André Téchiné. Hun samenwerking leverde veel moois op maar dit behoort niet tot het beste dat zij ooit maakten. Daarvoor schiet L’homme qu’on aimait trop net te veel kanten op: misdaadfilm, psychologisch drama en rechtbankfilm.

De film overtuigt vooral als reconstructie van een tijdperk, de casino-oorlog van Nice midden jaren zeventig. Ook is Téchiné sterk in het neerzetten van een precaire moeder-dochterrelatie. Alleen jammer dat labiele dochter Agnès niet helemaal uit de verf komt, ondanks het mooie spel van Adèle Haenel.