Neem mijn kind mee, zegt een moeder uit Donetsk, ik betaal later

Inwoners van belegerd rebellenbolwerk slaan op de vlucht.

Een meisje uit de regio rond Donetsk staat huilend langs de weg met haar bagage, wachtend op een kans om weg te komen. Foto AFP

De nieuwe klinkers liggen op een hoop voor het districtsgebouw in Donetsk. Klaar voor een keurige renovatie van het plein voor het hoofdkwartier van de pro-Russische rebellen, die zich in de stad hebben verschanst. Naast de ingang staat een forse rebel met hangsnor te grappen met een flirtend meisje. Binnen werken de liften als normaal en levert het zogenaamde ministerie van Informatie van de zelf uitgeroepen Volksrepubliek Donetsk accreditaties voor journalisten af.

Alleen de uitgestorven Poesjkin-boulevard doorbreekt de schijn van wat normaliteit heet in de Volksrepubliek Donetsk. En ’s nachts maakt het onweersgeluid van Grad-raketten in de buitenwijken duidelijk dat dit een belegerde stad is. Het Oekraïense leger heeft Donetsk omsingeld en komt met de dag dichterbij het centrum. Vannacht vielen ten minste twee doden bij gevechten. Hoe lang zullen de rebellen weerstand bieden? En zal Rusland, dat zijn troepen langs de grens heeft opgesteld, hen te hulp schieten?

Veel inwoners van Donetsk, een mijn- en staalstad die voor deze oorlog ongeveer een miljoen inwoners telde, wachten niet op de eindstrijd. Duizenden trokken reeds weg. Voor het stationsgebouw van Jasinovataja, een stadje ten noorden van Donetsk, klampte een moeder vorige week de stationschef aan. „Ik betaal u later. Maar neem nu mijn kind mee.” Elke trein naar de Krim is goed. „We moeten hier in de kelder leven.” Enkele dagen later is Jasinovataja weer in Oekraïense handen.

Onnauwkeurige raketten

Bewoners vluchten voor het grove geschut dat ingezet wordt in de artillerieoorlog tussen Oekraïense troepen en de separatisten. Beide maken gebruik van onnauwkeurige Grad-systemen, een soort Stalin-orgels die ongericht raketten afschieten. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch zijn de recente burgerdoden rond Donetsk vooral toe te schrijven aan het leger. In de hele regio Donbass zijn nu 285.000 gevlucht, 168.000 van hen gingen naar Rusland.

Ook in Kiev zijn duizenden vluchtelingen neergestreken. Zoals Olena (45) en haar kinderen. „Een raketsplinter drong de school van mijn dochter binnen”, zegt ze vorige week in de lobby van hotel Chresjtsjatik in Kiev. „Toen ze de luchthaven begonnen te bombarderen, besloten we Donetsk te verlaten. De laatste maand kwamen we ons appartement niet meer uit, behalve om naar de markt te gaan.” Nu is ze geneigd in Kiev te blijven, zegt ze. Hun nieuwe appartement is comfortabel en de sfeer is beter. „Je ziet meer Oekraïense vlaggen.”

De oorlog is één reden waarom bewoners wegtrekken. Het brutale bewind van de rebellen is een andere. Zoals vorige week bij een controlepost rond de rampplek van de MH17. Een auto stopt en een man stapt uit. Twee rebellen gebieden hem, geweren op hem gericht, op de grond te gaan liggen. Terwijl hij met handen omhoog naar hen toe loopt, stapt een ander militielid in zijn auto en rijdt ermee weg.

Het is emblematisch voor de naargeestige sfeer rond Donetsk. Het schrikbewind van rebellengroepen maakte de situatie al eerder onhoudbaar voor veel inwoners. De rebellen hebben de functies van de ordediensten overgenomen en gaan uiterst brutaal te werk. Ze bestraffen kleine vergrijpen zoals openbare dronkenschap of op straat wandelen na de avondklok met dwangarbeid, zoals het bouwen aan de versterkingen van de stad.

Politieke tegenstanders werden in de afgelopen maanden opgesloten en gemarteld. Zo werd activiste Aljona eind mei ontvoerd, vertelt ze in het appartement bij een snelweg in Kiev waar ze naartoe is gevlucht. Samen met haar vriend maakte ze pro-Oekraïense youtube-filmpjes. Toen pakten de rebellen hen op en namen hen mee naar het gebouw van de veiligheidsdienst SBOe dat ze hadden bezet. „Ze vroegen of ik Pravy Sektor was en hielden een mes tegen mijn huid”, zegt ze, verwijzend naar de extreemrechtse beweging. „Ik hoorde mijn vriendje geslagen worden in de kamer ernaast. Ze vertelden me dat ze hem al twee vingers hadden afgesneden. Ze zetten een pistool tegen zijn oor en imiteerden een schot.” Haar zusje die naast haar zit, hoort het verhaal voor de eerste keer volledig. Ze luistert met dichtgeknepen ogen en grijpt af en toe naar de arm van haar zus.

Bouwen in onderbroek

Uiteindelijk werden ze vrijgelaten, zegt Aljona, na een nacht in een kelder en een dag dwangarbeid. „Eén van de mannen die met mijn vriendje opgesloten zat, moest in zijn onderbroek helpen een checkpoint te bouwen. Toen we weggingen, vroeg een commandant die wist dat mijn vriendje films maakt: je hebt zo’n interessante job: waarom kom je geen films maken voor de Volksrepubliek Donetsk?”

Het strookt met bevindingen van Amnesty International over ontvoeringen en martelpraktijken in Oost-Oekraïne. Aljona werkt inmiddels voor een kledingbedrijf in Kiev. Keert ze ooit terug naar Donetsk? „No way.”

    • Roeland Termote