Na MH17 is christendom definitief antieke godsdienst

Ook zonder geloof zijn er rituelen waarin mensen uiting kunnen geven aan hun boosheid en verdriet, schrijft Joost Röselaers.

De Nederlandse Kerk in Londen stond de afgelopen tien dagen in het teken van herdenken: van de slachtoffers van de vliegtuigramp in Oekraïne, die grote indruk maakte op de Nederlandse gemeenschap in Engeland, en een week later van de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog die honderd jaar geleden begon.

Het verschil in de wijze van herdenken tussen beide landen waar de Nederlandse Kerk in Londen zich mee verbonden voelt, kan niet groter. Dat zit hem met name in de rol die geloof en kerk in het herdenken spelen.

Herdenkingen in Engeland zijn doordrongen van christelijk geloof. Er is een geestelijke aanwezig, er worden kerkelijke liederen gezongen, niet zelden wordt er gebeden. Ook (prominente) atheïsten waarderen openlijk deze wijze van herdenken, waarmee uiting wordt gegeven aan de verbondenheid met een lange traditie en waar duiding een centrale rol speelt.

Hoe anders verliep het in Nederland na de vliegtuigramp.

Tijdens officiële gelegenheden was er geen enkele verwijzing naar het geloof. In tegenstelling tot zijn moeder sloot koning Willem-Alexander zijn toespraak niet af met een bede. Bij aankomst van de kisten was de ceremonie indrukwekkend, maar vooral door de stilte die er heerste. Geen muziek, geen gesproken woord.

Vervolgens verzamelden duizenden mensen zich langs de kant van de weg. Ze klapten toen de wagens langs reden. In Amsterdam werd een stille toch gehouden. Talloze mensen waren daarbij – heel toepasselijk – in het wit gekleed. Frans Timmermans zorgde voor de nodige duiding en diepgang in zijn seculiere overdenking bij de Verenigde Naties in New York.

De kerken deden actief aan het herdenken mee, maar het bleef vooral een gebeurtenis voor eigen parochie. Er werd moedig een bijzondere kerkdienst georganiseerd, waar slechts tweehonderdduizend Nederlanders naar keken.

Op hetzelfde moment keken miljoenen mensen naar de tocht van de lijkwagens.

Vanuit Engeland keek ik met waardering en ontroering naar de wijze waarop Nederland uiting gaf aan collectieve rouw.

En tegelijk besefte ik: Nederland is definitief een post-christelijk land geworden. Ook zonder het geloof zijn er rituelen waarin mensen uiting kunnen geven aan hun boosheid en verdriet.

De rituelen zorgden ook voor saamhorigheid en eenheid. De beelden van de tocht van de rouwwagens hebben ook in Engeland diepe indruk gemaakt. Misschien ervoeren ook de Engelsen een gevoel daarbij dat soms in hun eigen rituelen gemist wordt.

Heeft het christelijk geloof ons dan niks meer te bieden?

Ik zou twee aspecten willen noemen die ik nu nog mis in de seculiere rouwverwerking.

Allereerst, blijvende aandacht voor moedeloosheid en verdriet. Niet alleen hier maar ook op andere plaatsen in de wereld.

Ten tweede, overgave. Het besef dat leven en dood een mysterie zijn, waar we slechts in alle bescheidenheid over kunnen spreken.

Vanuit de Engelse kerkelijke traditie krijg ik woorden en rituelen aangereikt om dit mysterie te benoemen en soms zelfs te aanvaarden. Het zal een uitdaging vormen voor politici, dichters en theologen om de aanvaarding van leed te vertalen naar een seculiere context.

    • Joost Röselaers