Jongeren in VS botsen met hun ouders over Israël

Op universiteiten in de VS wordt de verandering in gang gezet. Studenten worstelen met vragen over mensenrechten en democratie en worden steeds kritischer op Israël. Langzaam riskeert het land Amerikaanse steun te verliezen.

Het conflict tussen Israël en Gaza loopt dwars door de familie van Max Berger (28). Zijn oma, die de Holocaust overleefde, is een echte zionist. Zijn moeder ook, „al staat ze open voor andere ideeën”. Max Berger zelf is diep geschokt door de Israëlische aanvallen op Gaza en vindt dat Israël ook schuldig is aan de escalatie. De spanning in de familie nam toe, zegt Berger. Hij heeft de laatste weken hier en daar mensen moeten ontvrienden op Facebook.

Max Berger ging deze week met 250 anderen naar Grand Army Plaza in New York voor Tisha b’Av, de dag waarop Joden rouwen om de verwoesting van de Eerste en Tweede Tempel van Jeruzalem. De jongeren vormden na afloop groepjes om over Gaza te discussiëren. Berger: „Allemaal hebben we hetzelfde conflict. We groeiden op in families waar liefde voor Israël centraal stond, wij bleken allemaal te botsen met onze ouders. Aan het einde van de avond zat iedereen met tranen in de ogen.”

De Amerikaanse steun voor Israël is aan de oppervlakte rotsvast. Israël, zo herhaalde minister John Kerry van Buitenlandse Zaken recent, kan rekenen op de „onwrikbare steun” van de Verenigde Staten. Dat is al zo sinds de jaren zestig, toen president Johnson Israël in het midden van de Koude Oorlog als belangrijke bondgenoot beschouwde. Geen land ter wereld krijgt zo veel financiële steun van Amerika. Het Congres stemde eind vorige week in met 225 miljoen dollar, met name voor Israëls raketafweersysteem Iron Dome.

Onderhuids verandert er iets

Maar onderhuids is de Amerikaanse houding ten opzichte van Israël aan het verschuiven. Hoewel nog altijd 42 procent van de Amerikanen Israëls aanvallen op Gaza gerechtvaardigd vindt, is volgens een peiling van onderzoeksbureau Pew een generatiekloof zichtbaar geworden. Onder oudere Amerikanen is de steun voor Israël groot, jongeren zijn veel kritischer.

Volgens Pew vindt 53 procent van de 65-plussers dat vooral Hamas schuldig is aan de escalatie in Gaza, 15 procent geeft de schuld aan Israël. Onder Millennials (30-minners) wordt Israël als hoofdschuldige gezien: 29 procent wijst naar Israël, 21 procent naar Hamas.

„De achteruitgang is al enkele jaren duidelijk merkbaar”, zegt Alon Ben-Meir, lange tijd onderhandelaar tussen Israël en de Palestijnen en nu hoogleraar internationale betrekkingen aan New York University. Hij zegt dat de universiteiten de plekken zijn waar de verandering in gang wordt gezet. „Studenten zijn over het algemeen wat progressiever. Ze lopen rond met vragen over mensenrechten en democratie en beoordelen Israël naar die maatstaven. De meeste discussies die ik met studenten heb gaan daarover.”

Max Berger merkt dat veel leeftijdgenoten het nieuws anders volgen. Ze krijgen via sociale media veel meer beelden vanuit Gaza te zien. Ze kijken naar The Daily Show, waar satiricus Jon Stewart in afleveringen als ‘We need to talk about Israel’ de situatie becommentarieert. Stewart, schreef website The Daily Beast, maakte kritiek op Israël legitiem voor jonge Amerikanen in het midden.

Op campussen zijn de laatste jaren veel pro-Palestijnse actiegroepen ontstaan. Met demonstraties, fora, sit-ins en acties hebben ze het debat over Israël en de Palestijnen naar de universiteiten gebracht. Sommige universiteiten treden hier hard tegen op. Zo verbood Northeastern University in Boston eerder dit jaar de organisatie Students for Justice in Palestine. De organisatie schoof zeshonderd ontruimingsbevelen onder de deuren van studentenkamers door om te protesteren tegen onteigening van Palestijnse huizen in Oost-Jeruzalem. Lang was het rustig op de campussen, maar tegenwoordig worden studenten van twee dingen activistisch, schreef columnist Joan Vennochi in The Boston Globe: slechte wifi en Israël.

Pro-Palestijnse groepen winnen

De pro-Palestijnse groepen zijn op de campussen aan de winnende hand. Ook onder de twee groepen die voorheen stevig achter Israël stonden: Joodse en evangelische Amerikanen. „De situatie verandert drastisch”, schreef directeur David Brog van Christians United for Israel (CUFI) onlangs in Middle East Quarterly. Deze rechts-evangelische organisatie probeert studenten te winnen voor Israël. Maar, schrijft Brog, „anti-Israëlische christenen (...) penetreren de evangelische wereld vanuit de zachte onderbuik: de Millennials.” Jongeren „rebelleren” volgens Brog tegen hun ouders. „Ze willen Jezus imiteren, die naast de onderdrukte wilde staan, en willen zelf beslissen wie er onderdrukt wordt in het conflict.”

Publicist Peter Beinart signaleerde vorig jaar in het boek The crisis of Zionism dat de steun voor Israël onder Joodse Amerikanen als hijzelf rap afneemt. Joodse Amerikanen seculariseren en keren zich af van Israël. Een relatief kleine groep wordt, met de evangelisch-rechtse vleugel van de Republikeinse Partij, juist radicaler pro-Israël. Beinart denkt dat Israël in de problemen komt als het de steun van de VS verliest. Het land is daarvan afhankelijk.

Alon Ben-Meir is het hier ten dele mee eens. „Je ziet nu al dat Obama en premier Netanyahu nauwelijks een werkrelatie hebben. De samenwerking staat op een laag pitje, en dat is te merken aan de felle veroordelingen door de Amerikaanse regering van het geweld in Gaza.” In een zeldzaam scherpe veroordeling liet minister Kerry weten „ontzet” te zijn door het „schandelijke” bombardement op een VN-school. Toch, zegt Ben-Meir, is de relatie tussen beide landen te sterk om snel te breken. „Het wordt vooral minder warm.”