Dikke Chinese jeugd hapt weer in Big Mac

E ven geen Oeigoeren, Gaza of Chinees-Japanse spanningen op de voorpagina’s van de grote Chinese stadskranten. „Big Macs in enkele steden weer terug op het menu”, kopten de media in Shanghai, Hangzhou, Guangzhou en zelfs ook in Tokio en Osaka in chocoladeletters. Middenklasseouders, witte-boordenwerkers en studenten kunnen binnenkort weer naar hun favoriete fastfoodrestaurants, waar het veel koeler is dan de 40 graden momenteel in Shanghai.

Je zal, zoals een van mijn Chinese buurmannen, een jonge vader zijn die deze weken ‘vakantiedienst’ heeft. Hij kan niet, zoals hij zijn zoontje had beloofd, elke dag na de uitputtingsslag in een van de overvolle zwembaden of op een van de kunstmatige stranden, naar McDonald’s, KFC of Yum. Reden: de ‘McDonald’s-crisis’.

Duizenden fastfoodrestaurants serveren nu veel minder of bijna geen hamburgers en kippenvleugels omdat in fabrieken van de toeleverancier is gesjoemeld met houdbaarheidsdata. Big Mac-vlees, vers als groen gras, bleek oud en bedorven en soms ‘verjongd’ met chemicaliën. Niemand is in een bejaarde Big Mac gebleven, toch was er veel stampij.

Z es managers van dit Amerikaanse bedrijf, Shanghai Husi Food, zitten in de cel en McDonald’s heeft deze week de beurswereld gewaarschuwd dat dit jaar de mondiale verkopen zeker niet stijgen. De schrik zit er goed in, ook in Japan en Zuid-Korea. De ophef vertelt ook een verhaal over de veranderende levensstijlen in China.

Even probeerde een partij-intellectueel met een pleidooi tegen de veramerikanisering van de eetcultuur een politieke wending te forceren, want hij ziet in de spectaculaire groei van Kendeji (KFC) en Maidanglao (McDonald’s) een offensief van „anti Chinese westerse krachten”. De Big Mac niet als een ongezonde calorieënbom, maar een projectiel met „kapitalistische virussen”.

Helaas voor deze fan van agitprop, dat vuurtje was snel gedoofd. Nu mag iedere dieetgoeroe en medicus waarschuwen tegen de nieuwe consumptiepatronen die in China de buiken doen uitdijen. Nog maar dertig jaar geleden behoorden Chinezen tot de slankste bevolkingsgroepen ter wereld. Anno 2014 zijn er volgens The Lancet 300 miljoen te dikke Chinezen, waarvan 60 miljoen leiden aan obesitas. Van die 300 miljoen zijn er 120 miljoen jonger dan 20 jaar.

Z ijn in de VS de McDonald’s en KFC’s de restaurants van de armen, in China worden zij gefrequenteerd door de middenklasse – armen kunnen zich een Big Mac niet veroorloven. Voor de prijs van een Venti Cappuccino en een chocolademuffin bij Starbucks kun je drie keer Chinees eten. Van Paul French, auteur van Fat China, is de waarneming dat stedelijke Chinezen op zoek zijn naar een internationale levensstijl en die onder andere in McDonald’s, maar ook in Starbucks vinden. Plattelanders herken je in de Shanghaise metro meteen: zij zijn behalve slechter gekleed en donkerder ook een stuk dunner en kleiner.

Dat stadsjongeren in snel tempo dik worden ligt aan ouders, grootouders, scholen en wijken. In de nieuwe wijken en steden zijn de dagverse markten op de terugtocht en maken plaats voor winkels met bewerkte en bevroren levensmiddelen die, net als fastfoodrestaurants, veiliger worden geacht. Bij mij om de hoek halen elke middag grootouders hun kleinkinderen op van een van die Shanghaise topscholen om hen vervolgens bij KFC te verwennen.

Op scholen sneuvelt vaak het verplichte uurtje gymnastiek, want, zoals een vader zei: „tenzij je een topper bent, maar met veel sporten kom je niet op Harvard”. Het is dus geen toeval dat in Shanghai deze zomer twee nieuwe kampen voor jongeren zijn geopend: één om van de fastfoodspeklagen af te komen en één om te genezen van computerverslaving.

    • Oscar Garschagen