Vrijwilliger ‘Veelvraat’ wint voor Oekraïne het Oosten terug

Het leger heeft de separatisten omsingeld, met materieel uit de Koude Oorlog en bataljons van vrijwilligers.

Oekraïense soldaten in de buurt van een checkpoint bij het dorp Nikishino in het oosten van het land. Foto’s EPA

Op de trappen van een schooltje in Popasnaja, een gehucht op de frontlijn in het Loegansk District, zitten mannen en één vrouw in verschillend gevechtstenue te praten. Er staan twee gammele pantserwagens. Langs een checkpoint in aanbouw komen luxe auto’s en terreinwagens met Oekraïense vlaggen uit het raam, het terrein opgestoven. De nummerplaten zijn afgeplakt of zeggen gewoon: ‘Donbass’.

Op een bus staan in groene verf een Oekraïense drietand en een boodschap: ‘richting Moskou’. Het personeel en wagenpark van bataljon Donbass zien er even divers uit als het Oekraïense offensief waar ze deel van uitmaken.

Dit bataljon, opgericht door de 40-jarige Semjon Sementsjenko, een filmmaker uit Donetsk, is een vrijwilligersleger, deels gerekruteerd op de Maidan in Kiev. De pro-Oekraïense militanten uit de Donbass en andere delen van het land, droegen vaak bivakmutsen om anoniem te opereren in vijandig gebied. Vandaag gaat het er minder mysterieus aan toe. Inmiddels staat het bataljon onder bevel van het Oekraïense ministerie van Binnenlandse Zaken en is het onderdeel van de ‘Anti-terroristische operatie’ (ATO): een bonte verzameling van reguliere troepen, nationale garde-mensen en vrijwilligersmilities die in het oosten de strijd met de rebellen aangaan.

De ATO maakt sinds begin juli, toen het rebellenbolwerk Slavjansk heroverde, bijna dagelijks gewag van vorderingen. Vandaag lijken de regeringstroepen een wig gedreven te hebben tussen Loegansk en Donetsk, de belangrijkste steden die nog in handen zijn van rebellen. Het Nationaal Crisiscentrum in Kiev liet gisteren weten dat de troepen zich klaarmaken om Donetsk binnen te gaan. Het Oekraïense leger, tot voor kort verlamd door jarenlange corruptie, verwaarlozing en een zwakke moraal, lijkt aan de winnende hand. „Het leger was niet gewend in de stad te vechten”, zegt Anton Michnenko, hoofdredacteur van het Ukrainian Defense Review in Kiev. „Na twee maanden zijn ze daaraan gaan wennen.” En, zegt hij, Kiev voert de aankoop van nieuw materieel, zoals pantservoertuigen, op. Vorige week beloofde president Porosjenko dat de volgende lichting reservisten een nieuw uniform en moderne beschermende kleding zal krijgen.

‘Wij hebben niets nieuws’

Kapitein Viktor Grigorjevitsj van een ander bataljon, de 93ste gemotoriseerde brigade, heeft er nog niet veel van gemerkt. „We hebben niets nieuws.” Hij heeft met zijn eenheid postgevat bij Debaltseve, een strategisch kruispunt tussen Loegansk en Donetsk niet ver van de neergestorte MH17. „We knappen gewoon op wat we hebben.” Hij wijst naar zijn elleboogstukken: net als zijn kogelvrije vest en verrekijker betaald uit de opbrengst van inzamelingsacties. Zijn verklaring voor de opmars: „Ik denk dat ik de algemene mening verwoord, wanneer ik zeg dat we het nietsdoen beu waren.” En troepen die niet fit for service waren, zijn uit roulatie gehaald, zegt hij.

Het Oekraïense offensief heeft lang op zich laten wachten. Begin maart, toen Russische ‘groene mannetjes’ de macht overnamen op de Krim, waren de Oekraïense strijdkrachten niet in staat te reageren. En toen medio april separatisten de ene na de andere stad overnamen in het oosten, bleef een gewapende reactie uit Kiev uit. Inmiddels is de ATO een grootschalige oorlog, waarbij ruim 200 Oekraïense militairen en 1.000 burgers hun leven hebben verloren. Nu is de vraag hoe Rusland zal reageren op de opmars. Volgens westerse analisten heeft het land 19.000 à 21.000 manschappen aan de grens met Oekraïne opgesteld, die klaar zouden staan voor gewapende interventie in het buurland.

Het sjofele Oekraïense leger kan nog steeds alle hulp gebruiken. Er zijn te weinig infanterietroepen. „Het is een artillerie-oorlog”, zegt Grigorjevitsj. Incidenten tussen checkpoints worden vaak beslist met enkele explosieve salvo’s.

Het leger heeft een enorme Koude Oorlog-inventaris: met pantserwagens, tanks, houwitsers en Grad-raketsystemen. Ook de inderhaast bijeengeroepen vrijwilligersbataljons zijn zwak. De reguliere eenheden gaan voorop, zegt Grigorjevitsj: „Mijn eenheid heeft tanks en zwaardere voertuigen: wij doen het serieuze veldwerk.” De vrijwilligerseenheden komen in hun kielzog om posities vast te houden.

Commandant ‘Veelvraat’

Bij de vrijwilligers van het Donbass-bataljon in Popasnaja ontvangt plaatsvervangend commandant ‘Veelvraat’ journalisten in de school die dienst doet als hoofdkwartier. Op het podium staat in papieren letters ‘Eindexamenfeest 2014’. Tijdens zijn rondleiding zegt hij: „Veel mensen in dit bataljon zijn nooit in het leger geweest. Ze hebben een vaag besef van orde en van wat mag en niet mag.” Kleine zakenlui, boeren en Maidan-activisten vonden hun weg naar het Donbass-bataljon, zegt hij. Die verscheidenheid leidde in het trainingscentrum vaak tot heibel. „In hun tentenkamp hadden ze een heleboel verschillende vlaggen uitgestoken. Ik heb gezegd: kijk, wij zijn een militaire eenheid. We kunnen slechts twee vlaggen hebben: een van het land en een van onze eenheid.”

Opeens klinkt een luid inkomend artillerieschot op enkele honderden meters. Het uitgestorven dorp ligt al enkele weken in de vuurlinie. Gevraagd naar zijn mening over de strijdende partijen zegt inwoner Aleksandr (35): „Ik ben in de eerste plaats voor vrede.” Maar bij een flatgebouw waar een granaat een gat in sloeg in een appartement op de tweede verdieping, wijzen enkele vrouwen met beschuldigende vinger naar het Oekraïense leger. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch liet onlangs weten de Oekraïense regeringstroepen ervan te verdenken de onnauwkeurige Grad-raketten in te zetten in woonwijken, met dodelijk gevolg.

Angst voor extreem rechts

Ook de vrijwilligers hebben bij veel Oost-Oekraïeners een slecht imago. „Er zijn veel bange mensen die denken dat wij nationalisten en Pravy Sektor meebrengen, die de kinderen aan de deuren zullen nagelen”, zegt Veelvraat. Pravy Sektor is een extreemrechtse beweging. „Maar nu ontwikkelen we een sfeer waarin zij ’s avonds naar ons toe komen. We praten en kijken televisie en dan snappen zij dat we niet van elkaar verschillen.”

Om te bewijzen hoe joviaal de Donbass-lui zijn, staat hij erop dat de journalisten mee eten in de schoolkantine. Rijen stevige mannen, de geweren omgegespt, zitten aan de kleine tafeltjes. Ze eten varkensstoofpot met boekweit. Hun gezichten staan ernstig, maar wanneer hun naar het moreel gevraagd wordt, antwoorden ze met een lach. Veelvraat: „Ik bemerk gigantisch enthousiasme, bij momenten op het onprofessionele af.”

Bij het reguliere leger in Debaltseve klinkt het niet anders. „Ik vermoed dat het allemaal binnen een maand voorbij is”, zegt kapitein Grigorjevitsj.