Tol heffen? Prima, maar dan wel in heel Europa

Het Duitse plan om tol te heffen op de autobahn is ouderwets, zegt Chiem Balduk. Goede wegen én goed ov in heel Europa? Regel infrastructuur samen.

Illustratie Jenna Arts

Tweehonderd kilometer per uur over de Duitse autobahn scheuren gaat ons straks geld kosten. Als het aan de Duitse minister van Verkeer Alexander Dobrindt ligt moeten automobilisten op Duitse wegen tol gaan betalen.

Een vignet van tien dagen kost je een tientje, voor een jaar – afhankelijk van het voertuig – gemiddeld 88 Europese euro’s. Op 1 januari 2016 zal het plan van de verkeersminister in moeten gaan.

Gierige grenzenaren

Voor grensbewoners als ik is dat een behoorlijke hap uit de portemonnee, maar het weegt vooralsnog niet op tegen de voordelen van zu einkaufen gehen bij de oosterburen. Een fles sterke drank is er gemiddeld zes euro goedkoper, een liter benzine twintig cent.

Het is niet erg dat wij, gierige grenzenaren die Nederlandse ondernemers in de steek laten en bij de buren gaan shoppen, worden aangepakt met een tolvignet. Het probleem is dat tolheffing het principe van vrij verkeer van personen en goederen in de EU omverwerpt – en oude grenzen weer opleven.

Een Amerikaanse of Aziatische toerist die een roadtrip door Europa maakt stuit op een Zwitsers vignet, Franse tolwegen en überstrenge Britse douane bij zijn oversteek over het Kanaal. Tel daar de Duitse tolheffing bovenop en hij heeft het gevoel een eeuw terug in de tijd te zijn. En het blijft wellicht niet bij Duitsland. Buurlanden zonder heffing zullen zich achtergesteld voelen en het initiatief volgen.

Volgens de wetenschappelijke dienst van de Bondsdag is de tolheffing ook nog eens in strijd met EU-recht, bleek vorige week. Duitsers kunnen de tol verrekenen met hun wegenbelasting, buitenlandse automobilisten niet. Dat mag niet, volgens de experts.

Ik ben niet tegen tolheffing, maar wel tegen natiegebonden vignetten. Ik pleit daarom voor één Europese vignet: iedereen wel óf iedereen niet.

Maar dit is niet genoeg. Om het EU-principe van vrij verkeer van personen en goederen echt te laten werken, zou de gehele infrastructuur onder Europees gezag moeten vallen. Overal dezelfde verkeersregels, snelwegen en tolheffingen, maar ook gezamenlijke spoornetwerken, buslijnen en vervoersbedrijven. Hoe kun je anders van ‘vrij verkeer’ spreken als je met het ov nauwelijks de grens over kan? Als ik als Nederlandse grensdorpeling naar een Duits grensdorp vijf kilometer verderop wil, kan dat enkel met een buurtbus – die maar enkele keren per dag rijdt – of met de ICE vanuit Arnhem (dat 20 kilometer westwaarts ligt).

Nieuwe grenzen

Met één Europees ministerie van Infrastructuur zouden grote problemen voorkomen kunnen worden. Neem de Fyra-treinen, die een debacle werden omdat de Italiaanse treinbouwer AnsaldoBreda naar eigen zeggen geen rekening hield met het extreme winterweer. Als heel Europa dezelfde, kwalitatieve hoogstaande treinbouwer had, was daar tijdens het ontwerpproces mogelijk wel aan gedacht.

Ander voorbeeld: de Betuwelijn, die vanuit mijn achtertuin de grens oversteekt en overgaat op… het Duitse passagiersspoor – aan de Duitse aanleg van de verlenging van het goederenspoor moet namelijk nog worden begonnen. Als EU-project was die gehele spoorlijn als één aanbesteding tegelijkertijd aangelegd en zouden de uit Rotterdam afkomstige goederentreinen niet dwars door Duitse dorpjes dreunen.

Het project ‘Europese Unie’ is bedoeld om grenzen tussen Europese staten af te breken, maar als we op dit spoor doorgaan, gebeurt juist het tegenovergestelde. Dus Merkel, doe niet zo egoïstisch en voer je plannen op grotere schaal uit!