Ruimtesonde Rosetta bereikt eindelijk ‘komeet badeend’

Voor het eerst zal een komeet zo lang en van zo dichtbij worden onderzocht

Tekening van ruimtesonde Rosetta en de landingsmodule Philae (boven) bij komeet ‘67P/Churyumov-Gerasimenko’ (foto onder) ESA-J. Huart, ESA/Rosetta/MPS

Eindelijk, na meer dan tien jaar, komt de Europese ruimtesonde Rosetta morgen in een voorlopige omloopbaan om de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko. Dit ongeveer vier kilometer grote brok ijs en gesteente bevindt zich momenteel op ongeveer 400 miljoen kilometer van de aarde, voorbij de baan van Mars (de eerste planeet na de aarde, vanaf de zon).

Rosetta zal de komeet begeleiden terwijl deze de zon nadert en geleidelijk opwarmt. Op 13 augustus 2015 komt de komeet het dichtst bij de zon (al is de afstand dan altijd nog groter dan de afstand zon-aarde). Ook daarna zal Rosetta de komeet, die zich dan weer van de zon verwijdert, nog een aantal maanden gezelschap houden.

Het is voor het eerst dat een komeet zo langdurig en van zo dichtbij wordt onderzocht. Niet alleen door Rosetta zelf, die na enkele laatste baanmanoeuvres op ongeveer 30 kilometer van de komeet gaat cirkelen. In november zal de ruimtesonde de kleine module Philae afstoten, die naar het oppervlak van het kleine hemellichaam afdaalt en als alles meezit tot eind 2015 ter plaatse metingen gaat doen.

De Rosetta-sonde, die volledig op zonne-energie draait, moet de vroege geschiedenis van ons zonnestelsel ontcijferen (de sonde is genoemd naar de Steen van Rosetta, waarmee bijna tweehonderd jaar geleden het Egyptische hiërogliefenschriftkon worden ontcijferd). Kometen worden gezien als primitieve restanten uit de tijd – ruwweg 4,6 miljard jaar geleden – dat brokken ijs en gesteenten samenklonterden tot planeten. Daarna kunnen komeetinslagen een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het ontstaan van de aardse oceanen. En kometen hebben wellicht ook de complexe moleculen aangedragen die cruciaal waren voor het ontstaan van leven.

Door het stof en gas dat komeet ‘67P’ uitstoot nauwkeurig te onderzoeken, hopen wetenschappers erachter te komen of objecten als deze inderdaad zo’n prominente rol hebben gespeeld. De meetinstrumenten van Rosetta zijn nauwkeurig genoeg om de aanwezigheid van bijvoorbeeld aminozuren te detecteren: organische verbindingen die in alle levende organismen worden aangetroffen. Ook zal de samenstelling van het ijs van de komeet worden geanalyseerd. Als het deuteriumgehalte van kometenijs (deuterium is een zwaardere variant van waterstof) overeenkomt met dat van aards oceaanwater, versterkt dat het vermoeden dat dit water uit de ruimte afkomstig is.

Maar voor dat onderzoek kan beginnen, moeten er nog wel wat hobbels worden genomen. Neem de landing. Om Philae veilig te laten neerdalen, moet Rosetta de komeet tot op ongeveer een kilometer kunnen naderen. Maar op de eerste gedetailleerde opnamen van de komeet, van enkele weken geleden, was al te zien dat het object nogal onregelmatig van vorm is: wie zijn ogen half dichtknijpt, ziet een bovenmaatse badeend met een waterhoofd. Die vorm zou de landingsprocedure kunnen bemoeilijken, ook al draait de komeet langzaam en heeft hij weinig zwaartekracht.

Het is de bedoeling dat Philae zich met behulp van twee harpoenen aan het oppervlak verankert, waarna zijn landingspoten zich in de ‘grond’ boren. Onduidelijk is daarbij hoeveel hinder Philae zal ondervinden van waterdamp en stofdeeltjes die de ruimte in worden geblazen door de opwarming van de komeet. Het Europese ruimteagentschap ESA is dan ook voorzichtig over de levensduur van de landingsmodule. Voor de zekerheid doet Philae de belangrijkste metingen al in de eerste week na de landing.

    • Eddy Echternach