Portretten die van het papier spatten

Rembrandthuis, vlak voor de opening van de tentoonstelling van werk van de zeventiende-eeuwse tekenaar Johannes Thopas. De meeste werken hangen al, maar aan de tekstbordjes wordt nog de laatste hand gelegd en de belichting is nog niet perfect. Twee tekeningen in een vitrine vangen onbedoeld een van opzij komend licht dat de voorstelling onherkenbaar transformeert tot een glimmend, bijna spiegelend oppervlak. Het is het effect van Thopas’ materiaal: loodstift, een tekengerei waarvan overigens niet lood maar grafiet het hoofdbestanddeel vormt. Toch geven de fijne zwarte en grijze lijnen die je ermee kunt trekken, net als die van het moderne potlood, in strijklicht een metaalachtige glans. Het zou dus instructief zijn in deze expositie af en toe een spotje te verdraaien.

In het tekenen met loodstift op perkament, meestal met wassingen gepenseeld in Oost-Indische inkt en soms gekleurd met waterverf, was Johannes Thopas (ca. 1626-1688/1695) een ongeëvenaard meester. Als een van de weinige kunstenaars van zijn tijd legde hij zich toe op getekende portretten als zelfstandige kunstwerken. De expositie toont er een selectie van bijna veertig tekeningen van. Veelal zijn het betrekkelijk kleine bladen van minder dan dertig centimeter hoog, met de busten van soms bij naam bekende en vaak onbekende personen.

Gevat in een eenvoudige ovale of versierde lijst spatten de verfijnd in zwart-wit weergegeven koppen met scherpe contouren je soms uit een lege achtergrond tegemoet. Een schitterende tekening van een jonge doctor, met baret en lauwerkrans van de Utrechtse universiteit, is zachter omlijnd door de fluwelige textuur van zijn elegante lange haardos. Het gezicht is prachtig getroffen in subtiele licht-donkereffecten. Thopas werkte ook voor welgestelde burgers die zich in gekleurde tekeningen lieten afbeelden tegen de achtergrond van een doorkijkje naar gedetailleerd weergegeven Amsterdamse stadsgezichten.

Als kunstenaarspersoonlijkheid is Johannes Thopas een recente ontdekking. Door hem gesigneerde tekeningen in verschillende collecties waren bij kenners al lang bekend, maar naar de feiten van zijn leven is pas de laatste tien jaar gericht onderzoek gedaan. Uit archiefdocumenten blijkt dat hij omstreeks 1626 in Arnhem is geboren, en woonde en werkte in onder meer Utrecht, Amsterdam en Assendelft. Nieuw is ook de ontdekking dat hij doofstom was en daarom zijn hele leven onder toezicht van een voogd heeft gestaan.

Die omstandigheden worden in expositie en educatief programma met gebarentolk sterk aangezet, maar eerder als curiositeit dan betrokken op Thopas’ artistieke productie. In de catalogus valt te lezen dat de kunstenaar kennelijk niet in staat werd geacht in zijn eigen onderhoud te voorzien, en zijn modellen dus waarschijnlijk ook wel eens in de informele familiekring zal hebben gekozen.

Ook rijst de vraag of Thopas, in een periode waarin gelijke kansen geen vanzelfsprekendheid waren, ooit een deugdelijke kunstenaarsopleiding heeft gehad en figuren heeft leren schilderen. Zijn werk komt immers over als dat van een uiterst begaafd amateur. Gezichten en handen, kledingstukken en stadsgezichten zijn elk afzonderlijk verbluffend knap getroffen in detail, stofuitdrukking, suggestie van plasticiteit. De onderdelen samen vormen in anatomie en proportie maar al te vaak een ongemakkelijk geheel.