NJO-musici koppelen talent aan goede présence

Het vertrouwde repertoire uitvoeren met ijzeren discipline en veel muzikaliteit: ooit kwam je er als klassiek musicus dan wel. Tegenwoordig lijken andere eisen net zo zwaar te tellen, zoals flexibiliteit in stijlen en een charmante podiumpresentatie.

Die boodschap wordt althans uitgedragen door het NJO, een zeer vruchtbare broedplaats voor internationaal talent. Te midden van honderden studenten staat elke NJO Muziekzomer Gelderland een jonge ‘2.0-musicus’ centraal. Na onder meer harpist Remy van Kesteren is dat nu pianiste Andrea Vasi (1989).

Tijdens de druk bezochte, licht chaotische festivalopening in het Arnhemse cultuurcentrum Rozet liet Vasi geen twijfel over haar brede basis. De Nederlands-Roemeense pianiste speelde Bartóks Roemeense dansen opvallend licht, zonder nadrukkelijke folklore en met een afdoende maar niet overdonderende techniek.

Vooral fraai was de koppeling met Roemeense liefdesliedjes, gretig gezongen door sopraan Ellen Valkenburg, waarbij Vasi begeleidde. En ronduit onweerstaanbaar bleek vader Valentin Vasi, die zijn volkse gitaar en ongepolijste stem mengde in het klassieke ensemble. Genregrenzen vervaagden; de spontane présence van vader en dochter deed smelten.

Flexibiliteit vraagt het NJO ook van de jonge operazangers die meewerken aan Die stumme Serenade (1951). In deze curieuze mengeling van revue, filmmuziek en operette laat componist Erich Korngold de zangers meer spreken dan zingen. Dat vraagt om acteertalent én affiniteit met lichte muziek.

Zeer goed getroffen is de setting waarin Die stumme Serenade zaterdag in Arnhem in première ging: Luxor Live, van oorsprong een filmtheatertje in jugendstil, biedt het perfecte decor voor koddig muziekcabaret met jarendertigkostuums. De fonkelende lampjes in het plafond gloeien instemmend mee met de partituur.

Regisseur Marc Krone laat de jonge zangers van Dutch National Opera Academy effectief want bloedserieus schmieren. De lappen Duitse tekst worden adequaat behandeld. Toch komt de voorstelling vooral tot leven wanneer het pittige muziekensemble onder leiding van Etienne Siebens de smeuïge Broadway-melodieën weer inzet.

De valselijk van een aanslag beschuldigde kleermaker Coclé wordt door bariton Emmanuel Franco met humoristisch gelaat en fraai timbre neergezet – al mag hij in dit repertoire zijn stem met nog meer boter insmeren. Bariton Vincent Spoeltman heeft als politiechef een hoofdrol, maar je gunt hem meer zang dan die ene korte aria.

Sopraan Charlotte Janssen regeert in Die stumme Serenade als de begeerde diva-actrice met zwoele boezem. Haar rol vergt operatechniek in hoge noten en komische toneeltiming in eindeloze dialogen. Ze slaagt op beide fronten.

    • Floris Don