Kogel was voor Reagan, maar Brady werd geraakt

Woordvoerder president

Na het ongeluk werd Brady voorvechter van de beperking van vuurwapens.

Brady in 2009

In de hoop de aandacht van actrice Jodie Foster te trekken vuurde de verwarde John Hinckley op 30 maart 1981 zes kogels af op de Amerikaanse president Ronald Reagan. De president was uit het Hilton Hotel in Washington gekomen en liep met zijn gevolg naar zijn limousine. De eerste kogel raakte Reagan niet maar trof zijn woordvoerder: James Brady.

Brady overleefde de aanslag ternauwernood. Na het incident werd hij een prominente voorvechter van de beperking van vuurwapens. Hij overleed gisteren op 73-jarige leeftijd.

James Brady was nog maar twee maanden in functie, toen hij in het hoofd werd geschoten. Andere kogels troffen onder meer een agent die op Reagan was gaan liggen. De president zelf werd in een long geraakt. De woordvoerder was er van alle gewonden het slechtst aan toe. Tv-stations meldden aanvankelijk zelfs zijn overlijden. De echtgenotes van Reagan en Brady troostten elkaar op de gang terwijl beide mannen geopereerd werden. Fameus werd de grap van Reagan tegen de artsen: „Ik hoop maar dat jullie allemaal Republikeinen zijn”.

Hierna liep alles anders voor beide mannen. Reagan herstelde snel, en kon na twee weken weer aan het werk. Brady bleef zijn leven lang in een rolstoel zitten, sprak moeizaam en verloor deels zijn kortetermijngeheugen. Ook de manier waarop de mannen de aanslag verwerkten, verschilde. Ronald Reagan en zijn vrouw Nancy werden schuw en bijgelovig. James Brady kon niet meer werken, en bleef alleen in naam woordvoerder van Reagan. Hij raakte er met zijn vrouw Sarah van overtuigd dat het vrije bezit van vuurwapens in de VS aan banden gelegd moest worden.

Brady zette zich ondanks zijn slechte gezondheid in voor nieuwe wetten, vergelijkbaar met de huidige campagne van Gabrielle Giffords. Deze Democratische Afgevaardigde raakte in 2011 ernstig gewond bij een aanslag en steunt sindsdien de anti-vuurwapeninitiatieven financieel.

Het duurde jaren voor Brady leden van zijn eigen Republikeinse partij kon overtuigen van de noodzaak van hervorming. Wekelijks ging hij op Capitol Hill partijgenoten onder druk zetten. Pas na tien jaar kreeg hij steun van zijn voormalige baas, de inmiddels voormalige president Reagan. De National Rifle Association (NRA) voerde een zware campagne tegen Brady.

Zes jaar wist de NRA een stemming over de wet tegen te houden. Maar in 1993 nam president Bill Clinton de zogeheten Brady Law aan. Deze wet zorgt ervoor dat de verkopers van vuurwapens de antecedenten van de koper kunnen controleren. De wet is dankzij de NRA beperkt en verwaterd. President Obama probeerde vorig jaar tevergeefs deze controle uit te breiden. Toch heeft de wet ervoor gezorgd dat in 1,9 miljoen gevallen de verkoop van een vuurwapen is geweigerd.

Brady bleef zijn partij trouw, ook toen het verzet tegen vuurwapenwetten toenam. Hij trad soms op bij demonstraties, maar meed de openbaarheid. In 2011 bezocht hij het Witte Huis, toen een perszaal naar hem werd vernoemd. Brady kon nauwelijks spreken, maar grijnslachen kon hij wel.

    • Guus Valk