Koerden vinden elkaar tegen dreiging kalifaat

De opmars van de jihadisten van de Islamitische Staat in Syrië en Irak zorgt voor Koerdische samenwerking.

Koerdische minderheden in Turkije, Irak en Syrië

Koerden uit Syrië en Turkije schieten de Koerden in Irak te hulp tegen de jihadisten van de Islamitische Staat (IS). Dat is een opmerkelijke ontwikkeling, want de Koerden hebben juist een geschiedenis van onderlinge rivaliteit.

De IS slaagde er zondag in strategische delen van Irak in het grensgebied met Syrië op de Koerdische peshmerga-strijdkrachten te veroveren. Tienduizenden burgers sloegen op de vlucht, maar konden niet ontsnappen omdat ze omringd waren door IS-jihadisten. Het was voor het eerst sinds de verovering van de stad Mosul door – toen nog – ISIS (Islamitische Staat Irak en Al-Sham) in juni dat de peshmerga gebied prijs moesten geven.

De onverwachte veroveringen van de IS op de Koerden leidde maandag tot opvallende reacties. De omstreden Iraakse premier Nuri al-Maliki beloofde vanuit Bagdad de peshmerga luchtsteun door het Iraakse leger. Daarmee trekken de peshmerga en de regeringstroepen voor het eerst met elkaar op tegen het nog altijd groeiende IS-gevaar. Tot nu toe verslechterden de verhoudingen tussen Maliki en de Koerden alleen maar.

Steun voor de peshmerga kwam ook uit Syrië en Turkije. Koerden in Syrië, die delen in het noorden van het land in handen hebben en daar ook onder druk staan van de IS, schoten de Iraakse Koerden te hulp om te zorgen voor een doorgang tussen de Koerdische gebieden in beide landen, waarlangs in het nauw gedreven vluchtelingen weg kunnen. Maandag deed de gewapende guerrilla-beweging van de Turkse Koerden, de PKK, bovendien een oproep aan ‘alle Koerden’ om schouder aan schouder te staan en te helpen bij de strijd in Irak. De PKK opereert vanuit kampen in de bergen in Noord-Irak en vanuit Turkije.

De openlijke grensoverschrijdende samenwerking van Koerden is tekenend voor de internationalisering van de strijd. Waar de IS geen grens erkent tussen Syrië en Irak en daar dwars overheen probeert een kalifaat op te zetten, werken de tegenstanders ook steeds meer samen.

Een voorproefje daarvan werd twee weken geleden gegeven toen de IS gebiedswinst boekte tegen de Koerden in Syrië. Ook toen deed de verboden Turkse PKK een oproep aan Koerden om te hulp te komen. Een paar honderd man trokken vanuit Zuidoost-Turkije, waar voornamelijk Koerden wonen, naar de grens met het door Koerden beheerste deel van Syrië en haalden het grenshek naar beneden. Dat hebben de Turkse autoriteiten neergezet uit angst dat de oorlog in Syrië overslaat naar Turkije. De Turkse Koerden drongen Syrië binnen en hielpen de IS terug te dringen. Tot die tijd was de samenwerking tussen de gewapende Turkse Koerden en de Syrische Koerden heimelijker. De PKK traint in de bergen strijders en stuurt die naar Syrië.

Voor Turken is de samenwerking van de Koerden tegen de IS ironisch en verwarrend. De PKK-strijders worden door de meeste Turken zelf als terroristen gezien, die een bedreiging vormen voor de eenheid van de Turkse staat. Het doel is hen zo snel mogelijk ontwapenen. Er is een pril vredesproces, waarbij de komende maanden wordt bekeken of de duizenden PKK-ers amnestie kunnen krijgen en kunnen worden geholpen een burgerbestaan te beginnen als ze afdalen uit hun kampen in de bergen en de wapens neerleggen. Ook de Syrische Koerden werden aanvankelijk als een grotere bedreiging gezien dan de jihadisten.

Maar nu spelen de gewapende Koerden juist een steeds duidelijkere rol als buffer tussen de jihadisten en Turkije. Zowel de Koerdische regio in Syrië als die in Irak gelden als het meest stabiele deel van hun land. Beide grenzen aan Turkse provincies waar de meerderheid van de bevolking Koerdisch is. De ‘terroristen’ van de twintigste eeuw zijn daarmee cruciaal geworden in de strijd tegen de 21ste eeuwse terreurdreiging.

    • Marloes de Koning