Drillmuziek is rap als uitlaatklep

De betrokkenheid waarmee Common over de noodtoestand in zijn stad praat en daarvan spraakmakende kunst maakt, is afwezig in de online documentaireserie Welcome to Chiraq van muziekblog Noisey over de opkomst van de drill-scene in Chicago.

Een blanke blogger trekt daarin naar de buurt waar de belangrijkste drillboegbeelden opgroeiden en interviewt de handvol knetterstonede tieners dat van de populaire en gewelddadige muziek het boegbeeld is. De filmcrew zoekt nadrukkelijk de sensatie op, met een interviewer die zich verlekkerd afvraagt wat met hem op de straathoek zou gebeuren „als ik hier niet met jullie was”.

Maar de serie biedt ook een unieke inkijk in een van de meest authentieke muziekgenres van het moment. We zien de cruciale producer Young Chop bij zijn moeder thuis in de weer met de geluiden van pistoolschoten die zijn dreigende marsmuziek vol duistere synthesizergeluiden verder moeten opzwepen. We zien ook gedrogeerde piepjonge rappers die hun vijanden in trage raps ernstige dreigementen naar het hoofd slingeren en in thuis opgenomen videoclips poseren met stapels bankbiljetten, drugs, drank en wapens.

Hun muziek is slechts een nieuw hoofdstuk in een lange geschiedenis van hevig straatgeweld. De groep rond Chief Keef is gelinkt aan de Black Disciples, een invloedrijke gang die al sinds de jaren zestig in Chicago actief is. We zien wat Peeda Pan, manager van de grootste drill-ster Chief Keef, omschrijft als „iemand die uit zijn kooi wil breken”; jongens die van een monotoon leven – vrijwel alle referenties in hun raps gaan over één straathoek; de clips, dreigementen en drugs zijn inwisselbaar – de nieuwste rage in miljardenindustrie hiphop hebben weten te maken.

Compromisloze stem

Drillmuziek is daarmee de compromisloze stem van het Chicago van nu, de stem van straatjongens in Chicago voor wie dreigen met grof geweld, een afgestompte roes en lomp egocentrisme overlevingsmechanismen zijn, en de muzikale variant een goudmijn; de stem van jonge rappers die in hun stad felle kritiek krijgen op het geweld in hun teksten en clips en voor wie het niet eenvoudig lijkt een carrière op te bouwen.

„Mijn eigen stad is doodsbang voor me”, rapt Lil Durk (21) in doorbraakhit ‘Dis Ain’t What You Want’. ‘In Welcome to Chiraq vertelt hij dat lokale promotors hem niet durven te boeken.

Drill is rap als uitlaatklep, als laagdrempelig, ongecensureerd straatmedium. Het album Nobody’s Smiling van Common is de gelauwerde, kalmere stem van een hiphopveteraan die het jonge drill-universum overtuigend verbindt met de lange, boeiende geschiedenis van sociale kritiek in popmuziek. De tijden, ze veranderen, maar sociale ellende is ook in 2014 brandstof van de meest opwindende popcultuur.

    • Saul van Stapele