Opinie

    • Raymond van den Boogaard

Bij het huis van Bep hoort een boom

De Dorpsstraat van De Koog op Texel heeft van een dorpsstraat weinig meer weg. Waar ooit de huizen van eenvoudige vissers en schapenboeren stonden, rijen zich nu aan beide kanten Argentijnse grills, dönerverstrekkers en Texaanse etablissementen voor onbeperkt spareribs eten aaneen. Achter de ruim bemeten terrassen is van de oorspronkelijke bebouwing niets meer te zien – afgebroken of onherkenbaar verbouwd.

Eén lichtpuntje is er: aan het begin van de straat, tegenover een winkelpleintje van ruw beton in zogeheten brutalistische stijl, staat het charmante oude Nederlands-Hervormde kerkje van De Koog. En daarnaast een bescheiden, witgekalkt dorpshuisje, waarin de 85-jarige Bep Mosk woont. In opperbeste stemming zit ze voor de deur, omringd door vakantievierende kinderen en kleinkinderen. Haar vreugde heeft een reden: Bep Mosk heeft de boom naast haar huis weten te behouden.

Nou ja, het principe van een boom eigenlijk meer, want voor het huidige exemplaar komt de redding te laat. Treurig hangen zijn donkerbruin verkleurde bladeren aan de tak. Wat voor soort boom het is – daarover verkeert Bep Mosk in onzekerheid, en deze botanisch volslagen onkundige verslaggever weet het ook niet. Maar dat de huidige boom de geest heeft gegeven – daarover kan geen misverstand bestaan, getuige ook zijn soortgenoten die verderop tussen de bieflappen volop hun bladerpracht ten toon spreiden.

Bep Mosk toont het corpus delicti. Onderaan de stam is met een beitel of iets dergelijks op de boom ingehakt. „En toen hebben ze hem door die inkepingen vergiftigd”, luidt haar analyse van de wandaad. Ze wordt niet gauw boos, maar toen ze dit vorige maand merkte, was voor Mosk de maat vol. De boom staat weliswaar op gemeentegrond, maar maakt naar haar mening integraal deel uit van het beschermde stadsgezicht van kerk en huisje. „Bij dit huis hoort een boom”, weet ze, en met enig recht want ze woont al 58 jaar in dit pandje. Ze toog naar het gemeentehuis en liet weten niet weg te gaan voordat er maatregelen waren genomen. Die kwamen er: na inspectie deed de gemeente aangifte en beloofde een nieuwe boom.

Bep Mosk is geen zeurpiet. Natuurlijk denkt ze wel eens terug aan het dorp van vroeger, toen nog niet de hele Dorpsstraat in horeca herschapen was. Ze heeft de oorspronkelijke bewoners één voor één zien vertrekken, nadat ze hun perceel hadden verkocht of verpacht. Wie de boom heeft vergiftigd, kan Bep Mosk niet bewijzen, al heeft ze sterke vermoedens ten aanzien van een uit een vér land afkomstige bedrijfsleider die had geklaagd over bladeren op zijn terras.

„Maar dat kan me verder allemaal niks schelen”, zegt de 85-jarige ferm. „Ik krijg mijn boom terug. Daar gaat het om. En dan niet zo’n kleintje, die nog jaren moet groeien. De gemeente heeft een grote boom beloofd.” Die komt pas in de herfst, want in de zomer schijn je volwassen bomen niet te kunnen verplanten. De bruin verkleurde treurnis moet nog even staan – een beeld van vermoorde onschuld.

    • Raymond van den Boogaard