‘Afrikanen worden niet gebruikt als proefkonijnen’

Volgens viroloog Osterhaus is het normaal dat artsen in de VS hun experimentele ebola-behandeling eerst op landgenoten toepassen.

Foto’s EPA

Het gaat iets beter met Kent Brantly, de Amerikaanse arts die in het West-Afrikaanse Liberia besmet is geraakt met het ebolavirus. De hygieniste Nancy Writebol die ook besmet raakte, is stabiel. Beiden zijn nog niet buiten levensgevaar. De twee hebben in Liberia zelf een experimentele behandeling ondergaan en zijn inmiddels overgevlogen naar de VS en overgebracht naar een ziekenhuis in Atlanta.

Er bestaat nog geen goedgekeurd medicijn tegen ebola. Een handvol geneesmiddelen bevindt zich in diverse onderzoeksstadia, hoopgevende resultaten zijn bij mensen nog niet behaald. Een veelbelovend onderzoek ligt op dit moment stil, omdat er twijfels zijn over de veiligheid van het betrokken middel.

„Ik denk niet dat er snel informatie zal worden vrijgegeven over de experimentele behandeling van deze patiënten”, zegt Ab Osterhaus, viroloog van het Erasmus MC in Rotterdam, „want wat er ook gebeurt, je kunt op basis van die twee gevallen nooit definitieve uitspraken doen over het effect van zo’n aanpak.”

Als beide patiënten genezen, kan dat ook komen doordat zij toevallig tot de minderheid behoren die de ziekte overleeft. En als ze overlijden, volgens Osterhaus niet ondenkbaar, hoeft dit niet aan het geneesmiddel te liggen; het kan ook zijn dat de ziekte te veel schade had aangericht. Het vrijgeven van details heeft ook privacyaspecten, benadrukt Osterhaus. „De terughoudendheid is heel begrijpelijk.”

Osterhaus vermoedt dat de Amerikanen virusremmers hebben gekregen, eventueel in combinatie met antistoffen tegen ebola. Die zijn te isoleren uit het bloed van mensen die de ziekte hebben overleefd. „Een probleem is dat je ook andere besmettingen kunt overbrengen”, zegt Osterhaus, „zoals hiv, hepatitis, of andere virussen waarop moeilijk te testen is.”

Daarnaast is die aanpak in eerder onderzoek nog niet succesvol gebleken. Een alternatief zijn monoclonale antistoffen, specifiek gemaakt om een bepaald virus te neutraliseren. Die aanpak werkt bij verschillende infectieziekten wel preventief, maar veel minder bij mensen die al ziek zijn. Een derde mogelijkheid is het gebruik van kleine fragmentjes erfelijk materiaal (siRNA) die de werking van virussen kunnen blokkeren. Dit is de optie waarbij het onderzoek is stopgezet.

De vraag is waarom de Amerikanen wél een experimentele behandeling kregen, en Afrikaanse patiënten niet. „Je gaat niet zomaar experimentele therapieën proberen. Daar zijn terecht regels voor”, zegt Osterhaus. „Tot nu toe ontbreken simpel de positieve klinische resultaten.” Het is volgens hem normaal dat westerse vindingen eerst op westerse proefpersonen worden getest. „Het omgekeerde zou de verdenking kunnen wekken dat Afrikaanse patiënten als proefkonijn worden gebruikt.”

Een vaccin tegen ebola kan volgens de Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention volgend jaar al beschikbaar zijn. Maar volledige registratie zal volgens Osterhaus nog aanzienlijk langer op zich laten wachten. Het testen van veiligheid en werkzaamheid bij de mens kost veel tijd en geld. En er zit weinig druk achter zit. „Ebola is voor farmaceutische bedrijven niet zo interessant”, zegt hij. „Natuurlijk, het is een verschrikkelijke ziekte, maar op wereldschaal is het probleem klein vergeleken met bijvoorbeeld AIDS en malaria. Bedrijven zetten eerder in op ziekten die miljoenen mensen treffen. Hier ligt daarom een taak voor overheden.”

    • Nienke Beintema