Voorzichtig renoveren met unieke talenten

De renovatie van het nationale vrouwen- volleybalteam krijgt steeds meer vorm. De hand van de nieuwe coach is zichtbaar.

Bondscoach Gido Vermeulen tijdens de wedstrijd van vrijdag tegen Argentinië: „Nederland is op weg naar de top.” Foto Chris Keulen

De geest van Avital Selinger lijkt verdreven. Leve Gido Vermeulen (49), sinds twee jaar bondscoach van het Nederlands vrouwenvolleybalteam. Na lichte opstartproblemen is zijn hand zichtbaar, met een wervelend begin in de World Grand Prix als voorlopig geslaagde proeve van bekwaamheid.

Selinger was succesvol én geliefd bij het merendeel van de speelsters. Zijn ontslag was voor zijn adepten een schok, die vorig jaar extreem verhevigde door de moord op hun aanvoerster Ingrid Visser. Zo veel verzameld verdriet was moeilijk te verwerken.

Aan Vermeulen, die overkwam van het Spaanse vrouwenteam, de ondankbare taak de renovatiewerkzaamheden ter hand te nemen. De Selinger-kern maakt nog wel deel uit van de selectie, maar Vermeulen heeft de accenten evident verlegd naar de nieuwe generatie. Niet Manon Flier, Debby Stam en Kim Staelens vormen de ruggengraat van het nationale team, maar Robin de Kruijff, Femke Stoltenborg, Celeste Plak, Maret Grothues en Judith Pietersen.

De gesloten cultuur onder Selinger – criticasters namen zelfs het woord sektarisch in de mond – werd onder Vermeulen doorbroken. De huidige bondscoach heeft de hokjesgeest verdreven en predikt samenwerking en transparantie. Vermeulen: „In het verleden trainden de vrouwen in Almere, de meisjes op Papendal, de mannen in Rotterdam en de jongens in Amsterdam. Het waren zelfstandige groepen zonder een kruisbestuiving van coaches en speelsters. Dat is veranderd. Papendal is het nieuwe centrum voor alle nationale teams. Als de meisjes nu na een training de zaal uitlopen, komen ze Grothues tegen. Dat maakt de stap naar het Nederlands team opeens minder doodeng. Trainers werken samen in een pool van zeven en stemmen beleid en visie op elkaar af. Verfrissend, want coachen is een eenzaam vak.”

EK in eigen land

Waar Selinger geobsedeerd was door de olympisch ringen, stelt Vermeulen voorzichtiger doelen. Aan de Spelen van Rio de Janeiro in 2016 wil hij niet eens denken. „Het EK van volgend jaar in eigen land is ons grote doel. Daar willen we fantastisch spelen, een oranje gekleurd Ahoy in extase brengen. Maar dan moeten we de halve finales bereiken, want vanaf die ronde wordt in Ahoy gespeeld. Na het EK kijken we verder. Zie 1995 toen Nederland in eigen land Europees kampioen werd en het jaar erop als vijfde eindigde op de Olympische Spelen van Atlanta.”

Pratend over het nationale team wordt Vermeulen steeds enthousiaster. Hij geniet van de nieuwe werkstructuur en de aanstormende talenten. Voor de bondscoach staat vast: Nederland is op weg naar de top. „Omdat de toevoer van talent niet langer incidenteel maar structureel is. De speelsters wordt elke dag beter. Natuurlijk, ergens ligt een grens en ben je voor de prijzen afhankelijk van unieke talenten. Daarin moet een klein land als Nederland geluk hebben. Onzinnig om altijd medailles te moeten winnen, maar Nederland moet op EK’s en WK’s structureel bij de beste acht horen. Als ons dat lukt, doen we het echt goed.”

Aandacht voor de psyche

Of Nederland momenteel unieke talenten heeft? Voor Vermeulen is dat geen vraag. Met gepaste trots noemt hij De Kruijff – „exceptioneel goede midspeelster” – spelverdeelster Stoltenborg – „iets aparts” – en de aanvalsters Celeste Plak en Lonneke Slöetjes, meiden tussen de 18 en 23 jaar, die volgens de bondscoach nog lang niet stilstaan in ontwikkeling. En ook nog eens uit het goede hout gesneden zijn, omdat zij hard werken voor een habbekrats. Een reisvergoeding, meer zit er tegenwoordig niet in voor volleybalinternationals. De luxe van weleer is verdwenen. Tenzij Nederland de grandprixfinale haalt. Dat levert speelsters de A-status op, dus het minimumsalaris en een autootje.

Van de oude kwaal dat de internationals op belangrijke momenten niet stressbestendig zijn, wil Vermeulen niets weten – „het is gevaarlijk om naar de mentale component te wijzen.” Hij hanteert action type, het door voormalige volleybaltrainer Peter Murphy ontwikkelde coachmodel met bijzondere aandacht voor de psyche van sporters. Vermeulen heeft alle persoonlijkheidskenmerken in kaart gebracht en meent zijn speelsters te kennen. „Ik weet welk stressgedrag ze vertonen. En van nieuwe meisjes kan ik dat vrij nauwkeurig voorspellen. Belangrijk om te weten. Dan kun je speelsters handvatten geven. Want als je wacht, ben je te laat.”

Goede balans in de groep

Bij een mentale monstering van zijn selectie komt Vermeulen tot de vaststelling „dat de nationale ploeg momenteel een mooie mix heeft.” In zijn ogen belangrijk – „want het gaat om de balans in een groep”. Alleen fysieke training is heden ten dage te beperkt, weet Vermeulen maar al te goed. „We filmen trainingen en wedstrijden, laten er zonodig experts naar kijken en gaan dan met speelsters in gesprek. Als iemand niet lekker in z’n vel zit, zie je bij oplopende spanning gedragsverandering. Daar kan ik dan op anticiperen.”

Daarnaast kan Vermeulen weer een beroep doen op de routinier Manon Flier. Zij heeft twee maanden van de voorbereiding gemist, onder andere om te trouwen met de beachvolleyballer Reinder Nummerdor. Maar ook om de broodnodige rust te krijgen. Vermeulen: „Manon heeft vanaf haar zestiende één week per jaar vakantie gehad. Als je dertig bent is dat te weinig. Als ik met haar maar doorga en doorga, breekt het op een goed moment. Doordat Manon later instroomt kunnen anderen groeien. En als het straks belangrijk wordt, kan ik over haar beschikken. En reken maar dat ze op tijd fit is. Want ze weet met zo veel concurrentie: als ik niet minstens zo goed ben als die ander, lig ik eruit.”

    • Henk Stouwdam