Topdag voor ‘apetrotse’ experts

Nederlandse onderzoekers zijn met Australiërs ter plekke in Oost-Oekraïne en maken grote vorderingen.

‘Topdag!’, zegt een van de Nederlanders die net de karavaan uitstapt in het gehucht Soledar. Na een tocht door de open velden van de regio Donbass, verzamelen honderd Nederlandse en Australische deskundigen die de rampplek van vlucht MH17 doorzoeken, zich in het centrum van het dorp. Teamleden blazen uit op het terras bij het dorpscafé.

„Ze zijn apetrots op wat ze hebben bereikt”, zegt kolonel der marechaussee Kees Kuijs. Sinds het internationale onderzoeksteam vrijdag zijn werk kon beginnen, gaan de dingen goed vooruit, aldus Kuijs. Zijn team kamt dag na dag nieuwe stukken van het rampgebied uit. Vrijdag en zaterdag vond het daarbij stoffelijke resten.

„Hier wordt gezocht naar menselijke resten en persoonlijke bezittingen”, zegt Kuijs. Persoonlijke bezittingen wil zeggen: alles waarvan direct herleidbaar is van wie het is. Bij het zoeken naar menselijke resten, is een omvangrijk team actief. Marechaussees hebben ervaring met het zoeken, maar niet met het forensische werk. Indien ze ergens op stuiten, markeren ze hun vondst. Vervolgens moet een forensische onderzoeker die op de juiste manier inpakken en registreren om die zo snel mogelijk in koelwagens naar Charkov, en vervolgens naar Nederland te brengen.

Het onderzoek vordert snel omdat er vooraf heel wat is voorbereid. Er staat een breed arsenaal aan middelen klaar. Er zijn luchtfoto’s voorhanden van het hele gebied, ingedeeld in keurige rasters. Een Australische helikopter-drone kan over het gebied heen vliegen. Dat is handig in bebouwde zones, want sommige spullen zijn wellicht op de daken terechtgekomen.

En om de ruwe begroeiing op delen van het gebied te doorzoeken, zijn er zeven speurhonden. Indien dat op het waterrijke terrein nodig blijkt, zijn er ook duikers aanwezig. Dankzij de luchtbrug tussen Charkov en Eindhoven kan al het materiaal dat verder nodig is, hier gemakkelijk naartoe worden gebracht.

De missie wordt begeleid door een explosievenopruimingsteam. Kuijs: „Elke keer als we beginnen, wordt iedereen gebrieft over wat te doen met onontplofte explosieven.” Er rijdt steeds een ambulance van de landmacht mee, indien het personeel medische zorg nodig heeft. In Charkov werd het legergroen overschilderd door wit, om geen verwarring te creëren met de strijdende partijen. Die zijn nog steeds nadrukkelijk aanwezig rond de zone waar de internationale onderzoekers hun werk doen. Maar ondanks berichten over artillerie- en geweervuur in het gebied, verloopt het werk tot nu toe veilig, verzekert woordvoerder Dennis Mulder.

Binnen in het cultuurhuis toont Kuijs het commandocentrum: een balletzaal waar tafels met laptops en telefoons opgesteld staan. Op de spiegels die boven de barre hangen, staat de planning geschreven met stift. „Hier heb ik vrijdagnacht geslapen”, zegt Kuijs. Hij wijst naar een verfrommelde slaapzak op de grond. „En vanmorgen nam ik een koude douche”, zegt hij zaterdag.

Na twee dagen en twee nachten lossen de ploegen elkaar af. Dan mogen ze herstellen in een comfortabel hotel in Charkov. „Dat hebben ze wel verdiend.” Want ook in het veld zijn de omstandigheden niet makkelijk. De zon brandt en hoe lang ze doorwerken, hangt vaak af van „wat de OVSE heeft kunnen uitonderhandelen de nacht ervoor”. Bij die onderhandelingen zijn geen Nederlanders aanwezig. Kuijs: „Wij kunnen niet betrokken raken in de problemen hier.” Voor veel Nederlanders is het optreden in een dergelijke rampsituatie nieuw, zowel de emotionele geladenheid als de onzekerheid van de situatie. Kuijs: „Maar we letten op elkaar. ‘Hoe gaat het met je?’ is een heel belangrijke vraag hier. Los van rang en stand. Een permanente strikte militaire hiërarchie zou het voor het werk hier niet doen.”

    • Roeland Termote