Spiegeleffecten en contrasten op Delft Chamber Music Festival van hoog niveau

De glorie van het Delft Chamber Music Festival is, naast het bijzonder hoge spelniveau, de uitzonderlijke programmering, hier verheven tot een kunst op zich. Het thema van dit jaar ‘Ik zie, ik zie…’ duidde op zelfonderzoek en reflectie en telde subthema’s, zoals ‘Spiegel in spiegel’, ‘Een blik terug’ en ‘Binnenstebuiten’. Het leidde ook tijdens het slotweekend tot originele keuzes van deels eigentijdse stukken met veel publiek succes.

Exemplarisch was het concert ‘Les extrèmes se touchent’ vol spiegeleffecten en contrasten. Het begon met delen uit Die Kunst der Fuge van Bach en eindigde met de Grosse Fuge van Beethoven, een van zijn laatste en verbazingwekkendste stukken. Daartussen stukken van Carl Maria von Weber – het uitvoerige en uitbundige Klarinetkwintet uit 1815 – en Anton Webern – het zó compacte Kwartet voor klarinet, saxofoon, piano en viool (1930) dat de musici na afloop wat schaapachtig lachten om de luttele noten die ze hadden gespeeld.

Het was het weekend van het befaamde Leipziger Streichquartet dat zes keer optrad en excelleerde in het strijkkwartet Intieme brieven van Janácek. Compromisloos was het kwartet in Beethovens ooit zo omstreden Grosse Fuge, waarvan anderen vaak nog zoveel mogelijk ‘gewone’ muziek proberen te maken. Hier bleef alles even extreem. Heerlijk welluidend was het Kwintet voor saxofoon en strijkkwartet (1922) van Adolf Busch met de zwoele saxofoon van de gepassioneerde Eva van Grinsven. Het kwartet was ook de kern van het twaalfkoppige kamerorkest dat een fraaie, speciaal door Gijs Kramers voor Delft gemaakte, bewerking speelde van Wagners Wesendonck-Lieder. De in goud gehulde alt Helena Rasker zong vervoerend.

Het was ook het weekend van Olivier Patey, sinds vorig jaar de nieuwe, opvallende soloklarinettist van het Koninklijk Concertgebouworkest. In vier concerten demonstreerde hij zijn Franse, lyrische, krachtige en veelkleurige toon. Briljant was hij in het Klarinetkwintet van Weber, hoogst temperamentvol temidden van het Leipziger Streichquartet.

Als leidster van het festival speelde de gedreven violiste Liza Ferschtman in elk concert mee, soms op de tweede viool in een zeer enerverend Pianokwintet van Schumann. Ze heeft een gelukkige hand in het kiezen van aansprekend eigentijds werk, zoals voor het thema ‘Dialoog’. In Mimesis (2014) van Fant de Kanter leidden heftige discussies tot een unisono slot. In Gesprek (2012) van Louis Andriessen en Martijn Padding ‘speelden’ Niels Meliefste en Frank Wienk op imaginair slagwerk en ‘praatten’ ze met woordloze geluiden. Three funny pieces (1997) van Rodion Sjetsjedrin maakte de kachel aan met klassieke muziek, het pianotrio zong van ‘La la la’.

    • Kasper Jansen