Leefbaarheid is ook betaalbaarheid

De toerist verwacht ook een stad met rafelranden en niet alleen gladgeschoren en glimmende straten, denkt Marguerite van den Berg.

Amsterdam is van de Rijksmuseum-toerist. Althans, zo ziet Wim Pijbes, directeur van dat museum, het graag. In NRC Handelsblad van vrijdag jl. schetst hij een beeld van een ranzige, onoverzichtelijke en van criminaliteit uitpuilende hoofdstad, die een ‘Deltaplan’ behoeft. De toerist wil orde en veiligheid, zo claimt Pijbes. Dus: beperk de gevaarlijke fiets, illegale kamerverhuur en coffeeshops. Op het oog is het een sympathiek betoog tegen vuilniszakken en vrouwenhandel. Immers: wie wil er nu geen schone, veilige en vriendelijke stad? Aansprekend dus, maar berustend op een bouwwerk van retorische trucs en aanmatigend voor alles en iedereen die de stad niet direct als de rode loper van het museumplein beschouwt.

Het fundament van Pijbes’ bouwwerk wordt gevormd door een tweesprong: wil Amsterdam een „internationale topstad” worden of „achterblijven in de middengroep” van steden?

‘Achterblijven’; dat moeten we natuurlijk niet willen. Pijbes sluit zich aan bij het koor (hij refereert zelf aan The Financial Times) van stadsbestuurders en (cultuur)ondernemers dat steden als entrepreneurs wil zien: de stad is een speler op een internationale marktplaats en alles moet wijken voor het aantrekken van bezoekers en investeringen. Maar een stad is meer dan Unesco-erfgoed, Rijksmuseum en Zuidas.

Amsterdam is in de eerste plaats van Amsterdammers. Natuurlijk leven veel Amsterdammers van het toerisme en de bedrijvigheid die daarbij hoort. Maar tegelijkertijd concurreren luxe winkels, restaurants, hotels en steeds duurder wordende koopwoningen gewone Amsterdammers de binnenstad uit. Amsterdam gaat in die zin inderdaad steeds meer op Parijs, Londen of New York lijken. Die vergelijking is misschien vleiend. Maar in zulke ‘internationale topsteden’ kan geen stadsbewoner nog wonen, enkel ‘kosmopolitische’ miljonairs.

Het lijkt alsof Pijbes het stadsbestuur stevig aanspreekt. Ook dat is een mooie retorische truc. Maar zijn betoog voor een Deltaplan zal door de meeste stadsbestuurders van harte ondersteund worden. Zo kapittelt hij bijvoorbeeld iedereen die zijn „ogen sluit” voor vrouwenhandel en misstanden bij de prostitutie op de Wallen. De ‘ogen sluit’? De Wallen (of zoals de gemeente liever zegt: postcodegebied 1012) is nu juist onderworpen aan een van de grootste stadsvernieuwingsoperaties van het moment! Niemand sluit de ogen, integendeel: de Wallen zijn onderdeel van felle politieke strijd.

Pijbes sluit zich dus aan bij pleidooien voor een grote schoonmaak van de stad en het wegveilen van rafelrandjes. Hij spreekt het stadsbestuur niet tegen, maar vormt samen met bestuur, hotelketens en PC Hooft-ondernemers een coalitie. Politiek, cultuur en kapitaal werken samen aan een opgefriste en luxe, maar saaie stad vol ongelijkheid. Een ‘topstad’, waar in het centrum dure koffie en hotels domineren, terwijl iedereen die de koffie schenkt en de badkamer schoonmaakt buiten de ring woont.

Ieder Deltaplan voor de stad moet meer doen dan lippendienst bewijzen aan leefbaarheid. De betaalbaarheid en toegankelijkheid van de stad voor alle Amsterdammers moeten serieus genomen worden: voor de meeste inwoners zijn dat cruciale aspecten van leefbaarheid.

Ten slotte is het pleidooi van Pijbes een miskenning van de drijfveren van toeristen. De toerist uit Beijing, Rome of Moskou is wel wat stedelijkheid gewend en verwacht niet alleen gladgestreken en glimmende straten, maar ook een liberaal milieu waar rafelranden bij horen. Natuurlijk zijn niet alle toeristen op zoek naar wiet en prostitutie. Maar ze bezoeken wel een stad en niet de Efteling.