‘Japan is een volgebouwde jungle van beton’

Deze zomer kruipen onze correspondenten in de rol van factchecker. Ze behandelen een groot misverstand over hun land. Vandaag: Japan

illustratie

Japan is een volgebouwde jungle van beton. Als je met het vliegtuig Tokio benadert zie je tot aan de horizon enkel een chaotische opeenhoping van gebouwen en wegen. Als een om zich heen grijpende schimmel die zich eindeloos verspreidt. Onverbiddelijk, onstopbaar.

Zelfs op de meer dan vijfhonderd kilometer lange treinreis tussen Tokio en Kobe lijkt die bebouwing nooit op te houden. Alsof er geen onbewoond plekje meer bestaat. Dit is dan ook het beeld dat velen hebben van Japan. Een overbevolkt dichtbebouwd land waar mensen overvolle treinen worden ingeduwd.

In zekere zin klopt dit. Tokio en omgeving is met bijna 36 miljoen inwoners de grootste stedelijke metropool ter wereld. De lange kuststreek van Tokio tot en met Kobe is bijna volledig volgebouwd.

Maar het is een onvolledig beeld.

Je kunt trainen in de jungle

Buiten de volle Japanse steden, ligt een verrassende rijkdom aan natuur, met extremen van opgehoopt driftijs in het noordelijke Hokkaido, dat op Alaska lijkt, tot en met mangrovebossen en jungles in het zuidelijke Okinawa. De enige jungle-trainingsbasis van het Amerikaanse leger ligt nota bene in Japan.

Japan is een van de meest beboste landen ter wereld. Bijna 69 procent van het land is bedekt met bossen. Dat is net zoveel als Zweden, en meer dan zes keer zoveel als Nederland. Het heeft meer dan zesduizend soorten planten en dieren, over de honderd actieve vulkanen, en meer dan vijfhonderd watervallen met een naam. Zo’n tweehonderd rivieren in Hokkaido worden bevolkt door liefst tien soorten zalm. Elegante kraanvogels dansen hier in de sneeuw, wilde zwanen zwemmen in romantisch benevelde meren.

Driekwart van Japan bestaat uit bergen. Deze beginnen al in Tokio. In een uur rijden vanaf de dichtbebouwde hoofdstad zit je midden in de majestueuze Japanse Alpen. De naam werd in de negentiende eeuw verzonnen door de Engelse mijningenieur William Gowland en bleef plakken. Het biedt indrukwekkende vergezichten met verscheidene pieken boven de drieduizend meter, een route door twintig meter diepe sneeuw, en talloze natuurlijke heetwaterbaden, soms verscholen op afgelegen en nauwelijks bekende plekjes.

Japan heeft 31 nationale parken, 56 zogenoemde quasi-nationale parken, en 309 provinciale natuurparken. Ze omvatten een zevende van het land. Vaak bevatten ze afgelegen en ongetemde wildernis zoals Hokkaido’s Shiretoko Park. Wegen gaan hier slechts driekwart van het schiereiland in. De rest is enkel bereikbaar per boot of een meerdaagse wandeltocht.

Maar pas op voor beren

Je hebt dan grote kans tegen een van de tweeduizend beren aan te lopen die Hokkaido telt. En dat is niet de enige plek waar ze rondzwerven. Af en toe lopen beren zelfs de randgebieden van Tokio en Osaka binnen. Op het leeglopende platteland zijn ze een steeds grotere plaag. Samen met apen, herten, everzwijnen en andere dieren richten ze jaarlijks zo’n 164 miljoen euro aan schade aan. Voornamelijk door agrarische producten op te eten.

De redenen zijn legio. Aan de ene kant is het aantal dieren dramatisch toegenomen. Zeventig jaar geleden waren er 15.000 apen. Nu zijn er tien maal zo veel. Daarentegen is door de Japanse vergrijzing het aantal jagers reusachtig afgenomen. In 1975 waren er nog een half miljoen, van wie slechts 9 procent ouder was dan zestig. Nu zijn er nog maar 198.000, en 66 procent van hen is de zestig gepasseerd.

Zelfs in Tokio zijn wilde dieren

Dit maakt dieren vrijmoedig. Wilde makaak-apen werden de afgelopen jaren zelfs midden in Tokio aangetroffen. De dagenlange achtervolging door politieagenten, jagers, en cameraploegen werd dagelijkse kost op het nieuws. Herten, wilde everzwijnen en Japanse wasbeerhonden lopen zo regelmatig de bewoonde kom binnen dat het geen nieuws meer is.

Japan, een land met unieke flora en fauna, indrukwekkend mooie landschappen, en wilde apen in het centrum van de grootste stad ter wereld.