Hoogmoed voor de val

Het leven lacht Guido Marchisio toe. De 46-jarige ingenieur, die zijn echtgenote recentelijk heeft ingeruild voor een oogverblindende studente, is operationeel directeur van een grote fabriek in Turijn. Wanneer de algemeen directeur hem vraagt leiding te geven aan een reorganisatie, beseft Marchisio dat hij na het succesvol afleggen van deze meesterproef zal doordringen tot de directie van het Duitse moederbedrijf. Op bladzijde 38 van De dwalingen van de ouders, van welke roman Marchisio de hoofdpersoon is, denkt hij met een glimlach: ‘Ik heb het helemaal gemaakt.’ Op dat moment weet de lezer zeker dat hij zich handenwrijvend kan opmaken voor de val van de hoogmoedige held.

Waarschijnlijk zou Marchisio de tegenstand uiteindelijk wel overwonnen hebben als hij door een toevallige ontmoeting niet van de rechte weg was afgedwaald. Een man in een bar begroet hem als zijn jeugdvriend en is er niet van af te brengen dat Guido in werkelijkheid Ernesto Bolle is, een jongen uit een Turijnse achterbuurt, enig kind van extreem-linkse ouders. Marchisio weet niet beter dan dat hij enig kind van een Fiat-directeur is, al zijn zijn jeugdherinneringen vaag.

Het beproefde motief van de persoonsverwisseling staat aan het begin van een meeslepende geschiedenis, waarin de ingenieur langzamerhand alle zekerheden ontnomen worden. Het drama bereikt ons via een omweg, want Marchisio heeft zijn verhaal gedaan aan een Turijnse schrijver, die er zijn persoonlijk commentaar aan toevoegt. Da t haalt soms wel de vaart uit het verhaal. Maar als spannend boek is het heel geslaagd, en je steekt er wat van op, niet alleen over de moderne geschiedenis van Italië, maar ook over de kunst van het reorganiseren.