Gemengd zwemmen bleef moeilijk

Het natuurbad ’t Zwarte Plasje in Hillegersberg, Rotterdam, bestaat 100 jaar. Deel 3 in een korte serie over een van Nederlands oudste natuurbaden.

Illustratie Veronique de jong

We treffen Chris Mast, auteur van jubileumboek ’t Zwarte Plasje een eeuw de oase van Hillegersberg op het terras van ‘In den otter’. Het is zweten onder de parasol en de schrijver doet zijn colbertje uit. Misschien wel leuk om te vertellen dat ’t Zwarte Plasje al in 1915 in de NRC stond? De zwemmedewerker van de sportredactie schreef in dat jaar: „Zoo van boven af gezien was het water inderdaad zoo zwart als inkt. Van naderbij bleek echter hoe mooi helder het was, zoodat men tot op meer dan drie meter diepte den zandbodem kon zien.”

De jubileumboek-auteur deed interviews met alle nog in leven zijnde ereleden, las jaargangen van het clubblad, dook in de notulen en de krantenarchieven en stuitte zodoende op vele kwesties. Bijvoorbeeld de kwestie van de verversingen. Die waren lange tijd niet verkrijgbaar in ’t Zwarte Plasje. De leden zouden te lang blijven plakken en het bestuur vreesde dat er geen ruimte meer zou zijn voor andere zwemmers. Pas toen steeds meer leden gingen zwemmen in de nabijgelegen zweminrichting De Wilgenplas, met theeschenkerij, ging het bestuur overstag. Dan was er vanaf het begin de kwestie van het gemengd en separaat zwemmen. De kwestie leek opgelost door het toestaan van gemengd zwemmen op zondagochtend, als de mensen die er aanstoot aan namen in de kerk zaten, maar zou toch gedurende de eerste vijftig jaar steeds weer opspelen. Het is te veel om op te noemen. We krijgen een exemplaar van het jubileumboek toegestopt. Niet midden in het zwembad uit de tas halen, alstublieft. Het moet een geheim blijven tot het jubileumfeest. Daarna komen ongetwijfeld de dingen die in een volgende druk veranderd of aangepast moeten worden.

De mensen willen nou eenmaal lezen wat ze zelf beleefd hebben. Er komen ongetwijfeld opmerkingen. Dan kan het gebeuren dat de een zegt dat Gerrit Bandel, chef-badmeester tussen 1915 en 1962, ook nog huisknecht was bij een operazanger in Villa Margaretha en daarbij een rood-wit gestreept jasje droeg. En dat zijn dochter ontkent dat haar vader knecht was en nooit van zijn leven een gestreept jasje heeft gedragen. Wie moet je dan geloven? Een paar druipende jongetjes drinken frisdrank uit een pakje via de holte van hun elleboog. Bebadpakte dames liggen bewegingloos in de zon. Zelf is de auteur nog geen lid van ’t Zwarte Plasje. Ja, dat moet binnenkort ook nog eens een keer gebeuren. Dan mag hij tenminste ook het woord nemen tijdens ledenvergaderingen. En ook zwemmen, inderdaad. Dat is er tot op heden ook nog niet van gekomen.

    • Nienke Denekamp