Geestelijken zegenen de ‘Slag om Donbass’

Moskovieten solidair met strijd in Oekraïne, maar uit peilingen blijkt dat steun voor Russisch ingrijpen afneemt.

De oorlog is gezegend. Op het podium achter de Vredesboulevard in Moskou gaan drie orthodoxe geestelijken voor in gebed om Gods bijstand te vragen voor de gewapende strijd om de „Russische grond”. Voor hen staan Moskovieten, solidair met de ‘Slag om Donbass’. Achter hen een icoon van Onze Lieve Vrouwe, geflankeerd door een vaandel van het Bataljon Oost.

Na deze inzegening zaterdag tijdens een steunbetoging voor militieman Igor Strelkov wordt het icoon, terwijl vrouwen en mannen het beeld van de maagd kussen, door de menigte weggeleid: richting Donetsk. Daar zou de inzegening gisteren met een kruisgang worden voltooid.

De leiding van de demonstratie in Moskou is zich er van bewust dat het „raar is om een icoon in te wijden op een politieke meeting”, weet een van de organisatoren. „Maar het gaat nu om een gezond Rusland”. En dan is veel geoorloofd. Ook kritiek op de Russische regering. Die verklaarde in maart van dit jaar plechtig dat ze alle Russen en hun cultuur in heel Oekraïne zou verdedigen, maar doet bijna zes maanden later, nu er honderden doden vallen, ook vrouwen en kinderen, alsof haar neus bloedt. „Breng het leger binnen”, scanderen betogers. Het is een „schande”, sterker „verraad”, zegt de ‘euro-aziatische’ filosoof Aleksandr Doegin. Maar de naam van ‘opperbevelhebber’ Poetin, zoals de president tijdens de Strelkov-meeting wordt genoemd, vermijdt hij. „God versloeg de duivel. God versloeg de dood. God won ons hart. Wij zijn één volk: links of rechts, wit of rood”, aldus Doegin.

Toch is het niet druk op de afgezette lege plek niet ver van de Vredeslaan. Zo’n duizend mensen hebben zich er verzameld. En dat ligt niet alleen aan het weer. Het is zaterdag met meer dan 35 graden Celsius de warmste dag van het jaar. De opkomst zegt ook iets over de diepgang van het medeleven met de Donbass.

In Moskou en andere grote steden is de gewone burgerij niet te porren voor actievere solidariteit. Dat blijkt uit onderzoek van de twee belangrijkste publieke opiniepeilers van Rusland: het VTsIOM en het Levada Centrum, opgericht door een van de voortrekkers van de ooit burgerlijke sociologie in de Sovjet-Unie in de Siberische universiteitsstad Novosibirsk.

Bijna de helft (45 procent) denkt dat de plaatselijke milities de strijd niet kunnen winnen zonder Russische hulp. Toch vindt slechts 3 procent dat er nu al genoeg aanleiding is voor een inval en 10 procent acht zo’n actie geboden als de rebellen in Donetsk en Loegansk er om vragen. En een derde van de ondervraagden in een enquête van VTsIOM is categorisch tegen een Russische militaire interventie. De rest stelt strikte voorwaarden: zoals een entree van de NAVO in Oekraïne (13 procent) of massale dodentallen, navenante grensschendingen of dreigende terreur op Russisch grondgebied (18 procent).

Levada peilde zelfs een afnemende steun voor het geval het Kremlin tot militaire actie besluit: 55 procent zou in dat geval min of meer achter de regering staan, vlak na de annexatie van de Krim was dat nog 74 procent. Het ‘nee-kamp’ groeide van 13 procent in maart naar 29 procent nu.

Afgelopen donderdag was dat al zichtbaar tijdens de periodieke meeting van de nationaal-bolsjewiek Edoeard Limonov, die elke 31ste van de maand protesteert tegen het feit dat artikel 31 van de grondwet (vrijheid van vergadering en demonstratie) met voeten wordt getreden. Sinds hij inzake Oekraïne aan de kant van het Kremlin staat, krijgt hij dat recht overigens weer wel. Zo’n vijftig activisten luisterden op het Triomfalnaja-plein naar Limonov die een lange Lenin-achtige speech hield waarin hij opponenten van Poetin belachelijk of verdacht maakte en Duitsland als een ‘prostituee’ typeerde.

Limonov, ooit een dissidente romancier, heeft een verklaring voor de geringe opkomst. Ten eerste vechten zijn „soldaten” nu in de Donbass, iedereen is naar het front, zegt hij. En het ligt aan Poetin, aldus Limonov. „Poetin is zijn durf kwijt. Ik hoop dat het tijdelijk is.”

    • Hubert Smeets