De ingetogen ironie van een ambachtsman

Sieb Posthuma (1960-2014)

Illustrator, schrijver, ontwerper

Hij was een veelgeprezen illustrator. Zijn tekeningen vormden een weerslag van hoe hij de wereld zag.

Zwart is het begin en het einde – maar daartussenin zit heel veel kleur, en dat liet tekenaar Sieb Posthuma zien in zijn werk. „Kunst wordt vaak gezien als de vertaling van het grote lijden. Ik hou van kunstenaars als Calder en Matisse. Natuurlijk ken ik de donkere, zwarte kanten ook, maar ik kies het licht want dat biedt troost”, zei hij drie jaar geleden tegen deze krant. In de nacht van zaterdag op zondag overleed hij op 54-jarige leeftijd. Over de omstandigheden van zijn dood zijn geen specifieke mededelingen gedaan. ‘Hij zag niet langer licht in zijn leven’, volgens de uitgevers van zijn kinderboeken.

Posthuma was een wereldwijd geprezen illustrator, kinderboekenschrijver, ontwerper van theaterdecors en kostuums – een beeldend kunstenaar die zich niet beperkte tot één discipline, maar uit experimenteerdrift en ondernemerschap vele takken van sport uitprobeerde. Toch was zijn hand in al zijn werk herkenbaar: de klare lijnen, tweedimensionale voorstellingen, zijn stilering, ingetogen ironie en ‘lebensbejahende figuurtjes met forse neuzen’, zoals zijn biografe Joukje Akveld schreef in Van toen, tot hier, en nu verder (2013).

En zijn kleuren. Zette hij kleur centraal, dan leverde dat zijn beste en dierbaarste werk op, zoals Een vijver vol inkt, de bundel kindergedichten van Annie M.G. Schmidt die hij in 2011 illustreerde. Het boek begint met een tekening van de ‘sprookjesschrijver’ die aan de rand staat van een inktzwarte vijver – waarna blijkt dat uit dat zwart alle kleuren van de regenboog op te diepen zijn. Het uitbundig geïllustreerde prentenboek was een ‘kleurenfeest’, volgens de jury van het Gouden Penseel, de illustratieprijs die Posthuma daarmee in 2012 voor de tweede maal won.

‘Ik hoop dat je later boeken met tekeningen gaat maken’, schreef Posthuma’s lerares Nederlands op het Stedelijk Gymnasium in Haarlem, toen hij weer eens een volgetekend opstel bij haar had ingeleverd. Haar hoop werd bewaarheid, maar pas nadat Posthuma zich geschoold had als beeldend kunstenaar. Op de Rietveld Academie in Amsterdam wilde hij nog niet bij de illustratoren horen, die ‘truttenafdeling’: hij maakte liever expressieve, donkere schilderijen van reusachtige afmetingen.

Illustratie kwam pas later; toen hij bij HP/De Tijd belandde, toen hij boekomslagen voor De Arbeiderspers ging maken en ook illustraties bij columns, lifestyleverhalen en bij de Haagse Staat, een politieke nieuwsrubriek in NRC Handelsblad. Daarin bleek hij zijn lichtvoetige ironie beter kwijt te kunnen – en het bracht geld op. Het culturele ondernemerschap lag hem bovendien, want „een wezenlijke eigenschap van kunst is voor mij dat ze communiceert”, zoals hij later zei.

Hij zag zichzelf liever als ambachtsman dan als kunstenaar en zegde het autonome werk zonder wroeging vaarwel. De donkere kunst met een grote K was hem tegen gaan staan toen zijn leven ook donker werd: toen Posthuma een twintiger was pleegde zijn moeder zelfmoord, net als eerder zijn grootmoeder en stiefmoeder. In een interview met Trouw zei hij uiteindelijk begrip te hebben voor de zelfmoord van zijn ongelukkige moeder: „Dan is er sprake van ondraaglijk lijden en heb je het recht te besluiten er een einde aan te maken.”

Maar: „Mijn blik als tekenaar is een blijmoedige, mijn tekeningen bieden een weerslag van hoe ik de wereld zie”, keek Posthuma terug, in de biografie. „Bij mij gaat het toch altijd over de beleving van licht en kleur, over de troost en vrolijkheid die ik met mijn tekeningen kan bieden.” Die bezwerende zachtaardigheid kenmerkt ook zijn bekendste werk: de kinderverhalen over het hondje Rintje, zijn eigen zwart-witte foxterriër, die tussen 2001 en 2012 wekelijks in deze krant stonden. De serie, die Posthuma zowel schreef als illustreerde, ging over de belevenissen van een kind in hondengedaante, die toch ook geloofwaardig honds was. Rintje was een sterk character, de boeken werden geliefd en succesvol en met zijn echtgenoot, acteur Ton Meijer, reisde Posthuma jarenlang schoolklassen af met een Rintje-voorstelling.

Ietwat brave verhaaltjes, bekende Posthuma ook – maar gemaakt vanuit de vaste overtuiging dat dát was wat hij kinderen wilde vertellen. Diezelfde overtuiging lag ten grondslag aan de milieuactivistische serie Mr. Finney, die hij samen met prinses Laurentien maakte en die mede dankzij de naam van de prinses ook een commercieel succes werd. Toch werd hij gelukkiger, zei hij, toen hij het commerciële werk voor Rintje op het tweede plan had gezet en ging experimenteren, met de illustraties voor de fabels in Bovenin een groene linde zat een moddervette haan (2008). Hij kreeg daar zijn eerste Gouden Penseel voor.

Posthuma was een vooraanstaande en geliefde figuur in de Nederlandse kinderboekenwereld – door zijn succes, productiviteit en stralende optimisme. ‘Zwart is apart, ik weet het. Maar zwart is ook een start. Als je goed kijkt, zie je de mooiste dingen’, schrijft Ernest van der Kwast in De familie Lazuriet (2014), het laatste prentenboek dat Posthuma zou illustreren.

In het persoonlijke leven van Posthuma ging het de laatste tijd minder goed. In het interview in deze krant uit 2011 verbaasde hij zich er nog over dat men hem „met een immer rimpelloos bestaan” associeerde. Maar leed was hem niet vreemd: Een vijver vol inkt eindigde, bij uitzondering, met een lege vijver en een slot zonder kleur.

    • Thomas de Veen
    • Paul Steenhuis