Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Charles en de schietgrage schurken

Als kind verslond ik de Bob Evers-serie. Jongensboeken van Willy van der Heiden – pseudoniem voor Willem van den Hout – waarin Arie Roos en Jan Prins en hun Amerikaanse vriend Bob Evers de halve wereld overtrokken om er bendes bandieten, muiters en ander gespuis het leven zuur te maken. Met typische Hollandse deugden als vlijt, doorzettingsvermogen en scherpzinnigheid bereikten de jongens steevast hun doel.

Ik moest aan ze denken bij het lezen van de verhalen van Charles Sanders, die door De Telegraaf naar Oost-Oekraïne is gestuurd. Met een tas vol bijvoeglijke naamwoorden trekt deze man al enige tijd door rampgebied/schurkenstaat/desolaat landschap waar hij van het ene avontuur in het andere duikelt.

Afgelopen vrijdag berichtte hij over zijn helse tocht naar de rampplek waar hij door ‘schietgrage schurken’ vanaf een groene berghelling met mortieren werd beschoten.

„Altijd weer schrik en lichte paniek bij zo’n aanval”, schreef de geroutineerde Sanders. „Ik maakte het eerder mee in Bagdad, Koeweit, Tripoli en Tel Aviv.”

Tja, denk ik dan, waarom beginnen al die schurken altijd op jou te vuren? Waarschijnlijk omdat ze ook wel aanvoelen dat niets en niemand jou kan afstoppen totdat je de onderste steen boven hebt.

„Als de granaten inslaan draait mijn chauffeur, Oekraïner met Russische roots uit Donetsk, de auto razendsnel en rijdt het gebied uit.”

Terug naar het hotel waar de verslaggever zich op zijn kamer verschanste om zijn relaas – ‘Aan de poorten van de hel…’ – te tikken. Net als in de boeken uit de Bob Evers-serie kwam zijn verder naamloze chauffeur met een vlijmscherpe analyse van het gebeurde. „Zij die net vier mortiergranaten op ons afvuurden waren of heel goed, omdat ze ons wilden waarschuwen dat dit bandietenland is. Of ze waren juist heel erg slecht. Omdat ze ons stomweg misten...”

Een normaal mens zou na zo’n werkdag naar de redactie bellen en tegen de hoofdredacteur iets zeggen als: ‘Nou Sjuul, morgen neem ik een rustdag’, maar Charles niet, die ging als we z’n tweets mogen geloven gewoon uit eten in restaurants waar het barstte van de dronken rebellen.

Toen hij er een adjudant van kolonel Strelkov, een van de verdachten van het neerhalen van vlucht MH17, herkende, zette de onverschrokken verslaggever hem meteen op de foto. De misdadiger, ook niet gek, dwong hem zijn telefoon af te geven. Hoe dat allemaal afliep lezen we dan ook nog wel een keer.

Zelf had ik ondertussen zin in nieuws vanuit het kalifaat, zelfs Arnold Karskens was er naar mijn weten nog niet heen vertrokken. Kon Charles daar niet als de wiedeweerga naartoe?

‘Kabaal in het Kalifaat’, door uw verslaggever Charles Sanders.

    • Marcel van Roosmalen