Amsterdam die grote stad...

In de 17de eeuw werd de toekomst van Amsterdam beslist. Met de grachtengordel werd een uniek stadsgezicht aangelegd. In dezelfde tijd bloeide de schilderkunst op tot een onwaarschijnlijk niveau. In 1962 werd de volgende kiem gelegd, toen de erven Van Gogh de overeenkomst met de Nederlandse staat sloten die de basis zou zijn voor het Van Gogh Museum.

In de voorhoede van de 17de eeuwse schilders werkte Rembrandt van Rijn, van oorsprong Leids, maar al jong overtuigd Amsterdammer. In 1642 schilderde hij De Nachtwacht, het doek dat Amsterdam definitief zou bestemmen tot wat het nu is: een stad waar miljoenen toeristen uit de hele wereld naartoe komen. Dat zijn de toeristen met hart en hartstocht voor kunst, dat spreekt vanzelf. Maar ook is De Nachtwacht iets wat wereldwijd geldt als iets dat je eens in je leven gezien moet hebben. Hetzelfde bedevaartgevoel geldt voor de Zonnebloemen van Vincent van Gogh.

Die erfenis, opgeteld bij het publicitaire succes van het in 2013 heropende Rijksmuseum (en met president Obama voor De Nachtwacht), heeft een enorme groei van toeristenstromen als gevolg. Dat gaat over meer dan lange rijen voor de deuren van Rijks- en Van Goghmuseum. Zoveel extra mensen die zich door de stad bewegen, er logeren en hun vakantie vieren, dat vraagt om aandacht van en beheer door de gemeente Amsterdam.

Op de opiniepagina van deze krant schreef de directeur van het Rijksmuseum Wim Pijbes een j’accuse, waarin hij met een grote bezem allerlei misstanden bij elkaar veegt die samenhangen met het massale toerisme, van de lange rijen via de vuilverwerking tot de seksindustrie op de wallen. De reactie van de Amsterdammers is voorspelbaar: klopt, Amsterdam is vuil en anarchistisch, en precies dat maakt het unieke karakter van de stad uit. Of wil die ‘Rotterdammer’ Pijbes het hele Amsterdamse centrum als museum inrichten?

Nee, dat wil hij niet. En dat wil niemand. Maar al overdrijft Pijbes, hij heeft een punt. In andere steden is het ook zo goed niet, maar dat doet niet ter zake. Dat het Parijse taxipersoneel kuren heeft, is geen excuus voor de botheid in Amsterdam. Dat Napels een vuilnisbelt lijkt, betekent niet dat Amsterdam niet hoeft na te denken over die bergen vuilniszakken op de bruggen.

Amsterdam verdient veel aan het explosief toegenomen cultuurtoerisme. In het coalitieakkoord merkt het stadsbestuur cultuur dan ook aan als „sterke economische motor”. Maar wat betreft het beheer van en investering in dat cultuurtoerisme gedraagt Amsterdam zich behoudend als een provincieplaats. Toerisme is lucratief en de toeristen komen toch wel, met dank aan De Nachtwacht. Maar net doen of het zich vanzelf regelt is geen optie. En ja, dat kost geld.