Strooi met fooi

Overal gelden andere regels voor fooi. Maar er is één universele wet: te veel fooi bestaat niet.

FOTO THINKSTOCK / BEWERKING FOTODIENST NRC

Greta Garbo begon bij aankomst in een hotel meteen met fooien te strooien. Van de portier tot de conciërge, van de schoonmaker tot het kamermeisje: iedereen met een hoteluniform kreeg geld in de handen gedrukt. Ze hoefden daar niets voor te doen. Sterker: de fooi was bedoeld om ze niks te laten doen. Geen telefoons doorschakelen, geen kamer schoonmaken, geen bedden opmaken, geen roomservice. Garbo gaf fooi om met rust te worden gelaten.

De meeste mensen tippen om iets gedaan te krijgen. Of als dank voor bewezen diensten. Maar wie verdient een fooi, en wanneer? En vooral: hoeveel?

De belangrijkste les die we van Garbo kunnen leren (wat hotels betreft) is deze: tip vooraf. En wel direct, begin al bij de man die de koffers uit de taxi tilt. Dat voelt misschien wrang (heb je de hele reis zelf gesleept met je zware koffers, en dan moet je voor die laatste twee meter ineens betalen?), maar doe het toch. Het gaat als een lopend vuurtje door het hotel. De bagagist vertelt het direct door, of geeft het te kennen door een geste, een geheime code die alleen het personeel herkent. De employé achter de balie weet bij het inchecken al of je een goede tipper bent. Die zou daardoor eerder geneigd kunnen zijn je een betere kamer te geven. Zo werkt de personeelstamtam in hotels.

Wissel aan de balie meteen een groot biljet in kleine coupures. De conciërge weet dan dat u met fooien gaat strooien. Tip ook direct de baliemedewerker, en zeg: „This is for you. Whatever you can do for me, I’d appreciate it.” Dit zinnetje wordt gesuggereerd door Jacob Tomsky, hij werkte in hotels over de hele wereld en schreef Heads in Beds, een geestig boekje over zijn ervaringen.

Egards

Het antwoord op de vraag wie er fooien moeten krijgen in het hotel is simpel: iedereen. Ook die keurige dame in mantelpak die je naar de kamer brengt (in de betere hotels zijn het steeds vaker nette dames die dat doen). Als het een man was geweest, had u hem immers ook getipt.

Bedenk dat niemand wars is van tips. Bedenk ook dat het altijd met egards moet worden gedaan, met een korte dankbetuiging als: „You’re so kind, thank you for your help.

Vergeet vooral ook het kamermeisje niet. En doe ook dat meteen de eerste dag want, heus, u krijgt er een chocolaatje extra door op het kussen.

Hoeveel er moet worden getipt, is afhankelijk van het land. Toch gelden er ook universele regels: geef altijd papiergeld. Kleingeld in de vorm van muntjes kan wel worden achtergelaten in restaurants, maar in de hand dient het papiergeld te zijn, behalve in eurolanden. Gebruik nooit de smoes dat u nog geen geld hebt gewisseld, want ook in de verste verten zijn euro’s welkom. Gouden regel is ook dat hoe armer het land, hoe meer er met fooien moet worden gestrooid. Tip daar ook mensen van wie het niet meteen duidelijk is wat hun taak is. Misschien hebben ze net de deurknop gepoetst.

Tenslotte: wie zich ergert aan schreeuwerige Russische toeristen, think again. In de ogen van het personeel zijn zij de ideale gasten, zij strooien rijkelijk met grof cashgeld.

In de fooienwereld zijn er twee gouden regels: een fooi is nooit te hoog, en money talks.

    • Ivo Weyel
    • Tekst