Schuiven met geld en pionnen

Wie wordt de topman van het schaken in de wereld? Garry Kasparov of opnieuw Kirsan Iljoemzjinov, de vroegere dictator van Kalmukkië? Europa wil verandering.

Foto Shutterstock, beeldbewerking fotodienst NRC

Hij houdt van mooie auto’s en is de koning van het schaken. Paait zijn onderdanen in de verste uithoeken van de wereld met geld en speelt soms een vluggertje met de meest gehate potentaten. Een multimiljonair, die graag pronkt met zijn vriendenkring: de Amerikaanse vechtacteur Chuck Norris en ook Saddam Hussein toen die nog leefde. Als president van de Kaukasische republiek Kalmukkië, ooit onderdeel van het Sovjet-rijk, ging hij ruw om met mensenrechten en stichtte er de ‘dictatuur van het gezonde verstand’, met schaken als verplicht schoolvak. De straatarme Kalmukken hadden het maar te slikken. Ook dat hij vele tientallen miljoenen overheidsgeld stak in zijn speeltje: City Chess, een schaakstad die het steppenland naar het centrum van de wereld moest loodsen. Zeventig miljoen dollar staatsgeld zou er in zijn zakken zijn verdwenen toen hij president was. Een schrijfster die daar onderzoek naar deed werd vermoord. In 2010, in zijn laatste jaar als staatshoofd van Kalmukkië, deed hij nog een onthulling: hij was aan boord van een UFO geweest. En wat niemand nog wist: aliens hadden het schaken vroeger naar de aarde gebracht.

Hij, Kirsan Iljoemzjinov, speelt de komende twee weken een nieuwe tweekamp om de macht in de schaakwereld. De Rus is al sinds 1995 president van wereldschaakbond FIDE (Fédération Internationale des Échec) en wil dat graag blijven. Zijn opponent is van groot kaliber: voormalig wereldkampioen Garry Kasparov, misschien de beste schaker ooit. Rus ook, die door zijn politieke, tegen Poetin gerichte activiteiten in eigen land in ongenade is gevallen. Vier jaar geleden legde die andere grote Russische schaker, Anatoli Karpov, het nog tegen Iljoemzjinov af.

De strijd gaat om macht en prestige. President zijn van de FIDE, dat telt in de wereld. Reizen naar verre oorden, ontmoetingen met staatshoofden, grote ontvangsten. En de FIDE, gevestigd in Athene, is meer dan een sportorganisatie. De FIDE is al gauw wereldpolitiek. Zoals tijdens de Koude Oorlog toen de schaakhegemonie van de Sovjet-Unie werd doorbroken door de Amerikaan Bobby Fischer en later dissident Viktor Kortsjnoi een vergeefse gooi naar de wereldtitel deed. In de tweekampen om de heerschappij keek de KGB mee. Het was in die tijd ondenkbaar dat er een Rus of een Amerikaan president van de FIDE zou zijn.

Het duel tussen Iljoemzjinov en Kasparov speelt zich de komende twee weken af in het Noorse Tromsø. Simultaan aan de tweejaarlijkse Schaakolympiade, een tweejaarlijkse landenwedstrijd waaraan tweeduizend spelers van 180 landen meedoen. Terwijl toppers als wereldkampioen Magnus Carlsen zich over het bord buigen, congresseren gedelegeerden uit 180 aangesloten landen zich onder andere over de vraag wie de komende vier jaar de FIDE mag leiden. „Het is meestal een verbeten strijd”, zegt Herman Hamers, die namens de Nederlandse schaakbond KNSB gedelegeerde is bij de FIDE. En die strijd is bepaald niet transparant, voegt hij eraan toe. „Er wordt volop gemanipuleerd.”

De verkiezingen, die om de vier jaar worden gehouden, lenen zich door hun opzet voor spelletjes en duistere zaken. Net als de wereldvoetbalbond FIFA heeft de negentig jaar geleden in Parijs opgerichte FIDE een one-country-one-vote-systeem. Rusland heeft met enkele honderdduizenden schakers net zoveel te vertellen als Andorra of Gabon. Landen die soms minder schakers hebben dan het clubje in Zeist waarvan Hamers voorzitter is. Iedereen één stem, heel democratisch, geheel in de geest ook van de Nederlandse oud-wereldkampioen Max Euwe, die in de vorige eeuw als FIDE-president een maand door Afrika reisde om nieuwe landen te werven. Maar de prijs van het systeem is hoog. Hamers, die al twintig jaar op de FIDE-congressen komt: „Delegaties uit kleinere landen krijgen riante reiskostenvergoedingen, omdat ze anders niet kunnen komen. En geld voor zogenaamde projecten, ontwikkelingshulp heet dat dan. Dat maakt ze erg afhankelijk van de heersende leiding.”

Of zoals een ingewijde zegt die al jaren bij de FIDE volgt. „Spelletjes, omkoping, ik heb de gekste dingen meegemaakt. Om de stemming te beïnvloeden worden er gewoon last minute-envelopjes uitgedeeld.”

En dan zijn er nog de manipulaties met de delegaties. Van landen die zich al voor Kasparov hebben uitgesproken, zijn de afgevaardigden van de FIDE-lijst verwijderd en vervangen. En dan gaat het om schaakdwergen als Afghanistan, Fiji en Gabon. De verkiezingscommissie die over de statutaire zuiverheid van de delegaties waakt bestaat vrijwel geheel uit getrouwen van Iljoemzjinov.

Natuurlijk, heeft de FIDE-president best wat voor het schaken gedaan. Als nieuwe FIDE-president haalde hij in 1996 de tweekamp tussen Anatoly Karpov en Gata Kamsky naar zijn City Chess in Kalmukkië. En organiseerde hij in 1998 daar de 33ste internationale Schaakolympiade. Maar zijn duistere praktijken hangen als een schaduw over de schaaksport, omringen de FIDE met een geur van corruptie. Hamers van de KNSB: „Het wordt tijd dat hij vervangen wordt. Hij heeft ons in het Westen in verlegenheid gebracht door te schaken met Gadhaffi en Assad. Zijn verleden drukt zwaar op de internationale schaakgemeenschap. Het is een barrière voor gevestigde westerse bedrijven om te sponsoren. Iljoemzjinov begint steeds meer te leunen op de oligarchen rondom Poetin. Daarmee komt de sport nu ook nog eens in een ongewenst politiek vaarwater”.

De Nederlander Bessel Kok, die in 2006 probeerde om FIDE-president te worden maar ook van Iljoemzjinov verloor, zegt het nog sterker: „Het is een schande dat die man zo’n belangrijke organisatie leidt. Het is allemaal uiterst corrupt, we hebben dringend behoefte aan verandering.” De vroegere topondernemer steunt de campagne van Kasparov, die de hele wereld afreist om educatieve schaakprojecten te promoten, vooral onder schoolkinderen. Een ideëel doel, ook om stemmen te winnen. Hij doet dat met de miljoenen van zijn Kasparov Foundation waarvan vermogende Amerikaanse vrienden donateur zijn. Zijn rivaal zoekt steun in de wereld met ‘werkbezoeken’, op kosten van de FIDE.

Het schaken is hard toe aan nieuw beleid, zegt Bessel Kok. De vergrijzende sport moet een slag maken met internet, moet profiteren van de populariteit van computerspelletjes onder jongeren en een rol spelen in educatie. Met de jonge en mediagenieke wereldkampioen Magnus Carlsen is al een eerste stap gezet. Carlsen ligt goed in de wereld van het grote geld, speelt graag een potje schaak met financiële giganten als George Soros en Bill Gates. In combinatie met Kasparov als president liggen er kansen voor sponsoring, zeggen diens aanhangers. Volgens de critici is de wereldschaakbond log en corrupt en niet in staat de schaaksport op sleeptouw te nemen.

„Kasparov heeft in elk geval het potentieel en de ambitie om onze sport te ontwikkelen met nieuwe sponsors, toernooien, ideeën”, laat het Nederlandse toplatent Anish Giri vanuit Noorwegen weten. De in Rusland geboren Giri is genuanceerd over de rol van de FIDE in het topschaken. „Er is een relatief stabiele WK-cyclus en er zijn toernooien als de Grand Prix, die kansen bieden voor spelers met ambities als ik.”

Europa hoopt eindelijk van de schatrijke potentaat af te komen en steunt Kasparov. Maar Europese steun, zo leert het verleden, staat ook garant voor een nederlaag. Kok, die uit frustratie over de FIDE overgestapt is naar het wielrennen, waar hij bestuurder is van Belgische ploeg Omega Pharma–Quick Step, is „vrij somber” over diens kansen. Hij doet het redelijk in Afrika maar staat zwak in Azië en Latijns-Amerika. Bovendien is „Gary een lastige jongen”, zegt Kok. Kasparov stapte in zijn topjaren uit de FIDE en rebelleerde als voorman van grootmeestervakbond (GMA) eindeloos tegen een akkoord over het runnen van de WK’s. Onder oud-collega’s staat hij bekend als een machtsbeluste ijdeltuit.

Voor de Russische schaakbond is een overwinning van Kasparov een nachtmerrie. Juist nu het land door de ramp in de Oekraïne internationaal onder vuur ligt, wil het Kremlin geen geharnaste tegenstander in de FIDE-burelen. Want in Rusland is schaken heel groot, een onderdeel van de nationale identiteit. De denksport geeft het land een beetje het gevoel van intellectuele suprematie. In Rusland is Kasparov een persona non grata, de oud-wereldkampioen heeft Moskou verruild voor New York. In Noorwegen treedt hij de komende weken op als gedelegeerde van Kroatië, waar hij een zomerhuis heeft en al twintig jaar komt. En schaakt.

Nee, dan maar liever Iljoemzjinov ook al is hij een rare kwast, vinden de Russen. In de congresgangen van het Noorse Tromsø zal het dus ook over politiek gaan: de Oekraïense schaakbond heeft de positie van De Krim al aan de orde gesteld. Wie gaat er over Sebastopol?

Poetin en Iljoemzjinov zullen er niet wakker van liggen. Zij hebben in een onderonsje afgesproken dat de tweekamp tussen Carlsen en de Indische uitdager Anand in november in Sotsji wordt gespeeld. De stad kan na de Winterspelen wel weer internationaal prestige gebruiken, denkt Poetin. Carlsen moest het nieuws uit een persbericht vernemen.

City Chess in Kalmukkië kan de tweekampen wel vergeten. De stad van glas en marmer, met appartementen in mediterraan roze, verpaupert snel in de vlakte van zand en verschraald struikgewas. Schaakstad van de wereld, het utopia van Iljoemzjinov, zal City Chess niet worden. Deelt hij in de malaise? Zijn critici moeten niet te snel juichen: juist in het eindspel is Kirsan Iljoemzjinov op z’n sterkst.

    • Harry Meijer