Rico

Meeuwen vochten om een stuk brood in de slaapkamer. Ik was op vakantie en de sfeer tussen een collega en mij werd ook net grimmig. Ik wilde weg. Toen hoorde ik de deurbel. Of niet? De bel klonk kort. Zouden mensen zomaar langslopen om ’s nachts op de bel te drukken? Het idee beangstigde me. Wie wil er contact met me? De bel ging weer. En nog eens. Ik opende mijn ogen. ‘Wel verdraaid’, concludeerde ik. ‘Ik lig in mijn bed.’ Naast een tube Azaron lag mijn telefoon op te laden. 2.56 uur. Godver. De bel ging weer. Geërgerd stond ik op om naar het telecommunicatiesysteem dat aan de muur hangt te lopen. Vlak voordat ik slaapdronken het telefoonachtige ding opnam echter, veranderde mijn ergernis in hoop. Hoop dat er een zekere persoon voor mijn deur zou staan met een mededeling van romantische aard die niet kon wachten tot het ochtendgloren. Als dat zo was moest ik snel een tandenborstel met een kledder tandpasta in het midden van mijn gezicht duwen voor ik naar beneden zou fladderen voor een filmische scene bij maanlicht. „Hallo?” begon ik voorzichtig in de hoorn. Niets. „Halloho?” Weer niets. Zie je nou? Freddy Krueger staat naar me te luisteren beneden, dacht ik. „Ik ben het”, hoorde ik plots zachtjes. „Ik ben alles kwijt.”

Aha. Het was Rico Rollito Rantarda (niet zijn echte naam, hoewel ik niet uitsluit dat hij hem overneemt), een van mijn beste vrienden die een paar keer per jaar stevig zijn verjaardag viert en dan al dan niet verkleed als indiaan over het spoor naar huis toe tracht te waggelen om er uiteindelijk zo’n 80 kilometer van verwijderd te raken zonder geld, sleutels of sigaretten.

„Definieer alles”, zei ik, „Huis, kat, baan?”

„Nee, telefoon, sleutels, portemonnee”, antwoordde hij met soapachtige snik. „Het is allemaal gejat.”

„Je bedoelt dat je het kwijt bent, omdat je dronken bent?”

„Ja. Oké.” Ik deed open.

Hangend in de deuropening verontschuldigde Rico zich. Denk ik. Ik verstond hem niet meer. Ik was boos op hem. Je moet wel, om duidelijk te maken dat hier geen wekelijks uitje van te maken is, dat je het druk hebt, en slecht slaapt, dat je het er niet bij kunt hebben. Maar nadat Rico’s linkeroor mijn bank raakte, heeft hij niets meer gehoord, denk ik. Hoop ik. Want ik had er meteen al spijt van toen ik zijn grote lijf knockout zag liggen. Hij is lief. En als mijn katten vannacht zijn luchtpijp niet dichtduwen, zal ik hem dat morgenochtend vertellen. Nu eerst zelf nog even slapen.