Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Als je maar niet over de rand plast

Er werd aangebeld, dat kon alleen maar een vreemde zijn. Aan verhuisberichten hadden we niet gedaan. Geen onwil maar luiheid. Het bleek Sjors, een kalende man in uniform zodat hij ook voor vreemden herkenbaar was als gemeenteambtenaar. Of hij naar het toilet mocht, dat had wel vaker gemogen op dit adres, maar toen woonden wij er nog niet.

„Als je maar niet over de rand plast”, zei ik.

„Ik kom hier niet om te plassen, vriend”, zei hij, terwijl hij de deur achter zich dicht trok.

Hij had een minuut of vijf werk, waarna hij – duidelijk opgelucht – naar buiten kwam.

„Geen sporen of zo achter gelaten”, zei hij.

Daarna: „Gisteren shoarma gegeten.”

Als we op die toer gingen, dan wist ik er ook nog wel een.

„Ik heb gisteren zilvervliesrijst gegeten”, zei ik.

„Wil je koffie?”, hoorde ik mezelf vragen. Ik zei erbij dat ik het niet uit goeiigheid vroeg, maar dat het was omdat ik stukjes schreef voor de krant en omdat ik nog nooit had gesproken met mensen van de plantsoenendienst.

Sjors kloste onze houten trap af.

„Jeffrey!”, riep hij, „hierheen, koffie.”

Jeffrey bleek een Surinamer van 1 meter 98, die vroeger op hoog niveau had gebasketbald, een carrière die hij na een auto-ongeluk – „Ik reed zomaar tegen een viaduct” – had moeten opgeven.

Hij legde zijn heggenschaar op het aanrecht, keek rond in de huiskamer en zei: „Mooi plasma-scherm.”

Sjors vond de televisie ook een „mooi plasma-scherm”, waardoor ik meteen dacht dat ze een taakstraf hadden, maar dat was jammer genoeg niet het geval.

Over werken bij de plantsoenendienst waren we snel uitgepraat. De beloning was kut, je was in de zomer wel lekker buiten en je kon je niet voorstellen wat voor viezigheid je tussen het groen vond.

„Maar soms ook mooie dingen”, zei die Sjors ineens.

„Een paar dagen geleden een nestje jonge poesjes”, zei Jeffrey. Hij pakte een perzik uit de fruitmand en legde die op de binnenkant van zijn grote hand.

„Zo klein, heel lief.”

Ze hadden een doos gezocht, de jonge poesjes erin gestopt en Jeffrey had ze mee naar huis genomen. Om een lang verhaal kort te maken: als hij ’s avonds terugkwam bij zijn appartement, gingen de gordijnen er op en neer omdat ze daar graag in klommen. Hij had ze vernoemd naar zijn collega’s: Mo, Ricardo, Mustafa en Sjors. De echte Sjors zat er aan mijn keukentafel trots over te zijn. Verbeeldde ik het me of glommen zijn ogen?

    • Marcel van Roosmalen