Inmenging van Turkije gaat te ver

Ankara versterkt de band met haar diaspora, voor een machtig Turkije. Nederland bagatelliseert dat, vinden Froukje Santing en Lily Sprangers.

Sporthal De Scheg in Deventer en de Ahoyhal in Rotterdam zijn van afgelopen donderdag tot en met morgen omgetoverd tot massale stembureaus. Voor het eerst kunnen Turkse migranten in de vestigingslanden deelnemen aan nationale verkiezingen in het herkomstland zonder dat ze daarvoor naar Turkije hoeven af te reizen. De stembusslag voor een nieuwe president vindt in Turkije zelf op 10 augustus plaats.

Toch is hier zeker geen sprake van enkel een Turks politiek feestje. Het vormt ook een nieuwe schakel in de oprukkende inmenging van de Turkse regering in Nederland. Een ontwikkeling waarover kort voor het zomerreces zó veel netelige Kamervragen zijn gesteld, dat de Nederlandse regering tot nu toe niet in staat is gebleken daar antwoorden op te formuleren. Aanleiding vormde de mede door de Turkse staat geïnitieerde en gefaciliteerde tegendemonstratie op 1 juni ter gelegenheid van de plaatsing van een herdenkingsmonument voor de Armeense genocide (1915) op het terrein van de Armeens Apostolische Kerk in Almelo.

De Turkse aanzet voor wat inmiddels is uitgegroeid tot de Almelose kwestie is de uiting van een veel omvangrijker veenbrand waar Den Haag geen greep op krijgt. Met de komst in maart 2010 van het speciale departement voor Turken in het buitenland wordt door Ankara nog systematischer dan voorheen – en in samenspraak met Turkse organisaties in Nederland – de versterking gezocht van de maatschappelijke rechten en de rechtspositie van Turkse Nederlanders. Die visie is niet ontstaan met het aan de macht komen van de religieus-conservatieve en nationalistische AK-partij onder leiding van premier Erdogan. Ook eerdere Turkse regeringen richtten zich al tot ‘hun’ burgers in het buitenland. Wat nieuw is, is de diaspora-strategie. Ankara wil dat zijn migranten actief deelnemen aan het openbare leven in Nederland, maar ze moeten tegelijk de Turkse cultuur behouden.

Erdogan beschouwt ze als ‘ambassadeurs’ van Turkije. In een publicatie van de denktank van het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken wordt gesteld dat de hechtere betrekkingen met Turkse migranten deel uitmaken van het Turkse buitenlandbeleid. Feitelijk komt het erop neer dat Turkse migranten instrumenteel zijn in het streven van Ankara om een machtige natie te worden.

Anderzijds krikt de systematische aandacht vanuit Ankara het gemankeerde zelfvertrouwen van menig Turks migrant in Nederland op. Eindelijk komt er ook eens iemand voor hén op. Hoewel onderzoeken aantonen dat het grootste deel van de migranten met Turkse wortels goed is geïntegreerd, blijven ook de banden met Turkije hecht – tot in de derde generatie. Dat geldt in het bijzonder voor de religieus-conservatieve meerderheid die haar levensstijl weerspiegeld ziet in de groeiende islamisering van Turkije onder Erdogan. In het Nederlandse overheidsbeleid, zo is een veelgehoorde klacht, ligt de nadruk op sociaal-culturele aspecten (liberale, individualistische waarden) en te weinig op functionele integratie: onderwijs, werk, tegengaan van discriminatie. Nieuwe groepen in Nederland krijgen hierdoor nauwelijks ruimte voor eigenheid. Dat doet geen recht aan een nieuwe werkelijkheid: migranten en hun kinderen veranderen door de Nederlandse context, maar blijven zich ook verhouden tot hun land van herkomst.

Het is precies die ontkenning van de samengestelde identiteit van migranten die het Turkse streven om de lange arm diep in Nederland te steken zo kansrijk maakt. Van een samenleving die persoonlijke vrijheid voorop stelde, is de nadruk na 9/11 vooral komen te liggen op het versterken van de historische identiteit van Nederland. Dat lijkt het dwingende kader waarin niet-westerse allochtonen zich behoren te persen.

Tegen die achtergrond biedt de nieuwe Turkse kieswet de machthebbers in Ankara een uitgelezen kans om tot in de haarvaten van de Turks-Nederlandse samenleving door te dringen. Want belangrijker voor Nederland dan de uitslag is de katalyserende werking die van deze stembus uitgaat. In het afgelopen jaar is de top van de EUTD in Nederland, de Europese tak van de regerende AK-partij, vervangen door mensen die banden hebben met Diyanet, het Turkse directoraat voor Godsdienstenzaken.

Diyanet is allang geen organisatie meer die enkel verantwoordelijk is voor de gang van zaken rondom de 140 Diyanet-moskeeën in Nederland en het regelen van begrafenissen in Turkije. Dat blijkt ook uit de vragen van de Kamerleden over het gebruiken van de oproep voor gebed om moskeegangers te bewegen om in Almelo te hoop te lopen tegen het Armeense genocidemonument en het aanbieden van gratis vervoer door het directoraat voor de demonstranten.

De algemene observatie is dat partijen die lang aan de macht zijn in Turkije samenvallen met de staat. Ook Diyanet is in het sterk centralistische Turkije verworden van een instrument om de Turkse soennitische staatsislam te bewaken en af te dwingen, tot een apparaat dat mede uitvoering geeft aan het nieuwe, islamitische Turkije dat Erdogan en zijn AK-partij voorstaan.

Het is dan ook teleurstellend dat zowel de Kamerleden als de regering de tegendemonstratie in Almelo en de vergaande bemoeienis van de Turkse overheid opnieuw niet gebruiken om het gesprek te zoeken met Turkse Nederlanders. Feitelijk wordt zo indirect de Turkse lange arm in Nederland gebagatelliseerd. Maar bovenal wordt zo niet helder waaruit nu het groeiende ongemak en de groeiende onvrede in de conservatief-religieuze meerderheid van de Turks-Nederlandse gemeenschap bestaat. Mede hierdoor ontstaat het gat waar Ankara met toenemend succes inspringt.

    • Lily Sprangers
    • Froukje Santing