‘Iedereen uit de gayscene kent mij’

Lucien Spee

(46) is directeur van Stichting Amsterdam Gay Pride, die de Pride organiseert. Vandaag is de botenparade.

Foto Maurice boyer

Opvallen

„Het organiseren van de Gay Pride voelt alsof ik opnieuw uit de kast kom. Ik ben makkelijker geworden met mijn homoseksualiteit sinds dit werk, ik denk toch dat ik het hiervoor onbewust negeerde. Ik heb er nooit over gelogen, maar ook nooit mee te koop gelopen. Ik had zoiets van: ik val op mannen, maar laat mij maar een heteroleven leiden. Nu ik drie jaar lang met alle eigenaren van gaycafé’s, gayparty’s en clubs heb overlegd, kent iedereen in de gayscene mij. Van een onbekende ben ik opeens iemand geworden, ik kom er niet meer onderuit.”

Vrijdenkend

„Ik heb geleerd veel vrijdenkender te worden. Ondanks dat ik zelf homo ben, was ik toch wel kortzichtig. Ik vond het moeilijk iets te accepteren wat ik zelf niet begreep, zoals bijvoorbeeld mensen die geen keuze maken tussen man- of vrouwzijn: gender x. Ik ben geneigd te zeggen: wat lul je nou, je bent óf man óf vrouw. Nu vind ik dat heel erg mooi en heel knap als mensen zichzelf zijn, daar heb ik me voor opengezet. Je kunt haast niet anders. Ik zit dagelijks met mensen aan tafel die heel anders zijn, zoals leernichten en drag queens.”

Regelen

„Ik draai voor de Gay Pride weken van 60 tot 70 uur. Mensen denken vaak alleen aan de boten door de grachten, maar het is een festival van negen dagen met meer dan 200 activiteiten. We zijn met vier mensen bijna een jaar bezig met de organisatie. Ik heb voor alle disciplines commissies ingesteld en de organisatie geprofessionaliseerd. Vroeger was er rond de pride sprake van moddergegooi en afgunst en werd de organisatie beticht van vriendjespolitiek. Mede daarom laten we de loting wie kunnen meevaren tegenwoordig door een notaris doen.”

Liefde

„Pas op mijn 27ste kwam ik uit de kast. Ik voelde al veel eerder dat ik aangetrokken was tot jongens, maar ik wilde op jongere leeftijd niet opvallen, was liever hetzelfde als mijn broers en vrienden. Ik heb ook gewoon vriendinnetjes gehad en seksueel klopte dat. Maar ja, toen werd ik verliefd op een man. Ik geloof niet dat ik biseksueel ben. Ik kan niet elke dag wisselen, ik heb meer fases van verschillende liefdes in mijn leven. De laatste vriendin is nu acht jaar geleden, de laatste vriend zes jaar.”

Fases

„Ik kom uit een heel leuk gezin met twee broers, daar is mijn seksualiteit nooit een punt geweest. Mijn ouders waren vertegenwoordigers van internationale modemerken, dus ze kenden veel gays. Mijn moeder had altijd al gedacht dat ik homo zou zijn. Toch maakte ze zich een beetje druk toen ik uit de kast kwam, van: ooh, waar begint hij aan, met al die homohaat. Maar je begint nergens aan, het is hoe je bent. Mijn vader dacht eerst dat het alleen een fase was. Maar toen ik mijn vriend thuisbracht sloeg hij een arm om hem heen en zei hij hartelijk: ‘Ik had met mijn drie zoons nooit verwacht een schoonzoon te krijgen.’”

Discussie

„Bij mij thuis, met vier mannen aan tafel, had je alleen spreekrecht als je met argumenten kwam. Nog steeds ben ik in discussies gevoelig voor goede argumenten. Het is belangrijk mensen te hebben die je soms met beide benen op de grond zetten. Ik heb veel geleerd van Irene Hemelaar, zij is ook nauw betrokken bij de Gay Pride. Ik heb in het begin heel veel felle discussies met haar gehad, over bijvoorbeeld het x-gender. Dan is het fijn om iemand die niet in hokjes denkt erbij te hebben . Ik leer veel van haar op dat gebied.”

Trots

„Bij iedere opening van de Gay Pride sta ik met de tranen in mijn ogen. Die vrijheid vieren, daar doen we het voor. Er is nog heel veel homohaat. Er zijn nog steeds 86 landen waar ik niet mezelf mag zijn, waar je als homo opgepakt kan worden. Mijn familie komt kijken, die vindt het het mooiste feest wat er is. Alleen één broer komt nooit mee, die wil ‘geen aapjes kijken’. Dat vind ik wel moeilijk ja. Maar moet je je voorstellen wat mijn vader voor trots voelt. Hij heeft me als klein jongetje al evenementen zien organiseren en nu doe ik dit.”

    • Charlotte van ’t Wout