Opinie

    • Marjolein Welling

Het weekend van Bo Saris

Zanger Bo Saris bracht net zijn vijfde album uit in Engeland. Toch is hij nog niet weg uit Nederland. Zijn oude Idols-imago heeft hij eindelijk afgeschud.

Wie herinnert zich deze uitspraak nog: ‘Keep the soul alive’? Tien jaar nadat hij Idols had gewonnen, bewijst souljazz-zanger Bo Saris (33) – voorheen Boris – eeuwige trouw aan zijn statement. Dit weekend repeteert hij voor Europese liveoptredens. Steeds geeft hij een andere draai aan zijn shows. Zoals het publiek gebruiken als achtergrondkoor, terwijl hij live improviseert. In zijn studio werkt hij de rest van het weekend aan nieuwe nummers, maar heeft ook veel vrije tijd. „Ik ga genieten van het weer, hardlopen in de duinen van Bloemendaal en familie bezoeken. Vrij normale dingen dus.”

Andere weekenden is hij regelmatig voor promotie in Engeland. Maandag kwam daar zijn vijfde album Gold uit. Zijn muziek werd in 2011 opgepikt door een Brits management, waar hij na drie jaar hard werken onlangs zijn platencontract tekende. „Als je succesvol wordt in Londen, is de kans groot dat je door kunt stromen naar andere landen. Die stad is het epicentrum van alle grote platenmaatschappijen. Ik wil mijn muziek in zoveel mogelijk landen verspreiden.” Dus werkt hij volop aan deze internationale ambities. Zijn laatste plaat is uitgebracht in andere Europese landen en komt in oktober of november dit jaar uit in de Verenigde Staten.

Maar hij blijft ook trouw aan Nederland. „Ik kom hier vandaan, ik hou van mijn land. Nooit heb ik de intentie gehad om weg te gaan. Nederlandse en buitenlandse optredens zijn makkelijk te combineren.”

Om internationaal door te breken veranderde hij zijn naam. ‘Boris’ matchte niet bij zijn muziek en was te ingewikkeld om in andere talen uit te spreken. Daarom werd het Bo Saris. „Saris is de achternaam van mijn moeder. En iedereen noemt me mijn hele leven al Bo. Ik wilde een naam die dicht bij me staat, maar ook makkelijk in de mond ligt.” Deze naamsverandering is niet de enige omslag in zijn identiteit. Na Idols kampte Saris met hordes gillende jonge meiden tijdens zijn optredens. Zijn Idols-overwinning gaf hem bekendheid, maar ook een overschaduwend imago dat niet bij hem paste. Hij moest bepaalde kleding dragen of liedjes in het Nederlands zingen – iets wat hij normaal nooit deed. Hij wilde optreden voor een serieus publiek, dat voor zijn muziek kwam en niet voor zijn popliedjes of uiterlijk. „Om dat Idols-beeld weg te poetsen moest ik even flink doorbijten. Iedereen koppelde me daaraan. Dat was twee jaar flink bikkelen.”

Hij bleef zijn eigen soul en jazzmuziek maken. Langzaam werd het publiek serieuzer en volwassener. In 2006 stond hij weer op Nederlandse jazzfestivals. Spijt van Idols heeft Saris niet. Hij ziet het als een goede leerschool, vertelt hij, maar wel een harde leerschool. „Ik heb nu niets meer te klagen. Ik blijf altijd geloven in wie ik ben en muziek maken die bij me hoort. Dat is mijn drijfveer en brengt me waar ik op dit moment ben.”

    • Marjolein Welling