Frans eetgeluk

Thuiskok Marjoleine de Vos geniet van het aanbod in de Franse supermarkten.

Zou je gelukkiger zijn als je in Frankrijk woonde? Hier passen natuurlijk allerlei nuances over Fransen, Franse politiek, Franse taal die geen Nederlandse taal is en Nederlandse taal die nu eenmaal die van ons is, net als onze Nederlandse vrienden, gedichten, Waddeneilanden en haringen. Dus zo eenvoudig is het niet.

Maar als je dat allemaal even terzijde schuift en je denkt aan één ding: de Franse (super)markt. Wat zeg je dan? Oui! Beaucoup plus heureuse!

Het is bijna onuitstaanbaar wat die Fransen allemaal maar gewoon kunnen kopen op hun markten en in hun supermarkten. Het is helemaal geen kunst om lekker te koken als je zo’n aanbod hebt. Toegegeven, de Fransen hebben ook zulke markten omdát ze zo koken. Maar zo komen we er niet uit.

Zij kunnen nu eenmaal van alles krijgen wat wij niet kunnen krijgen en dus staan ons twee dingen te doen: in Frankrijk zorgen dat je ergens bent met een keuken en dan volop profiteren van, bijvoorbeeld, het gemak van dik wit inktvisvlees (óveral, zelfs in de supermarkt te krijgen) om rouille du pêcheur van te maken (zie hiernaast). Of van het gemak van kant-en-klaar, niet ingevroren zandtaartdeeg (pâte brisée) om bijvoorbeeld met een paar heerlijke Franse tomaten, olijven en ansjovisfilets een snel lunchgerecht te maken. Dat staat dan in de zondoorspikkelde schaduw op een gedekt tafeltje met een glaasje wijn duidelijk te maken dat men hier inderdaad ongelooflijk heureux is en nog een bofkont bovendien.

En ten tweede: vóór terugkeer goed inslaan in de supermarkt. Dat kan helaas geen inktvis zijn natuurlijk, of tomaten of gekoeld deeg. Maar wel hebben Franse supermarkten – behalve veel prettiger plasticfolie dan dat rotpokkige spul van ons – heel veel droge en verpakte waren te bieden die prima mee in de auto kunnen.

Ik noem er een paar: citroenazijn en walnotenazijn. De eerste voor frisse salades dan wel als oppepper van een wat flauwe saus. De tweede voor heerlijke mosterd-notendressing over zachte botersla met walnoten.

Blikken met gésiers en confit de canard. De gésiers, spiermaagjes van eenden, worden vaak in salades verwerkt, soms gecombineerd met kippenlevertjes. Mmm! Ze zijn al geconfijt voor ze ingeblikt worden en je hoeft er niet meer mee te doen dan de heerlijk zachte stukjes vlees uit hun vet te halen en even op te bakken in de koekenpan. In dat vet kunnen eventueel ook broodruitertjes gebakken worden, en die gaan dan samen met die gésiers over de groene sla. Later, in de herfst, valt er een fijne salade te maken met gésiers in plakjes, plakjes eendenborst (magret de canard), druiven, appel en noten.

Maar een bordje met gésiers en levertjes in een iets romige saus met knoflook en peterselie kan een lunch ook geweldig veraangenamen.

De confit de canard is al evenzeer een aantrekkelijk blik om mee te nemen. Je kunt de smeltend zachte eendenboutjes toevoegen aan je eigen cassoulet ( in de herfst vind je zoiets weer lekker). Of ze onder de gril leggen en hun vel knapperig roosteren en ze serveren met in hun vet gebakken aardappelblokjes en een beetje zure sla (denk aan de citroenazijn) waarin bijvoorbeeld knapperige bleekselderij of venkel een rolletje speelt.

En vergeet de dranken niet: Suze Agrumes is een heerlijke camparivervanger en weer eens wat anders.

Nu ja: vergeet gewoon niet eens met een oplettend oog te Franse-supermarkten.