Deze oorlog is ons opgedrongen

De Israëliërs snappen niets van de internationale verontwaardiging over de oorlog die ze voeren met Hamas. „We bellen zelfs voordat we bombarderen.”

Aan Palestijnze zijde wordt gehuild: Hussien Abu al-Naja is gedood bij een luchtaanval. Foto Reuters

De laaghangende zon werpt lange schaduwen over de kleine militaire begraafplaats van Savyon, een villadorp met 3.000 inwoners aan de rand van Tel Aviv. Het hele dorp is donderdag uitgelopen voor de uitvaart van Omer Chai, een Israëlische militair die een dag eerder om het leven kwam in de Gazastrook.

Oudere dames met grote Gucci-zonnebrillen wuiven zichzelf koelte toe. Het wemelt van de jonge militairen met groene, blauwe, rode en zwarte baretten - geweer in de ene hand, roos in de andere. Als de in een Israëlische vlag gedrapeerde kist naar het graf wordt gedragen, klinkt er een langgerekte jammerklacht.

Op het moment dat Chai’s zus het woord neemt, gaat plotseling het luchtalarm af. Mensen kijken vertwijfeld om zich heen, op zoek naar een plek om te schuilen. Maar waar? Sommigen rennen naar het betonnen muurtje om de begraafplaats. Dan volgt een doffe dreun: het luchtafweergeschut heeft zijn werk weer gedaan. Terwijl de zus van Chai haar toespraak hervat, halen veel aanwezigen hun mobieltje tevoorschijn om te zien wat er is gebeurd.

Na afloop van de uitvaart staat een groepje jeugdvrienden Chai buiten de begraafplaats na te praten. „Omer was iemand die alles voor anderen over had”, zegt Yarden Gilboe, een meisje dat samen met Chai opgroeide in Savion. „Zo is hij ook aan zijn einde gekomen. Hij ging een huis binnen om te controleren of er burgers in zaten. Maar Hamas had boobytraps gezet. Waarom zouden onze militairen hun leven moeten riskeren om Palestijnen te redden? Gooi er gewoon een bom op.”

Steun voor het offensief

Israël is in oorlogsstemming. Ondanks het stijgende dodental – tot nu toe zijn er 3 burgers en 61 militairen omgekomen – is de steun voor het offensief vrijwel unaniem. Uit een peiling van het Israel Democracy Institute blijkt dat 95 procent van de joodse bevolking (Arabische Israëliërs zijn niet om hun mening gevraagd) vindt dat de oorlog gerechtvaardigd is. De steun is zelfs toegenomen na de lancering van de grondoperatie – daarvoor vond een meerderheid dat het leger niet hard genoeg optrad.

De steun voor het offensief is zo groot omdat steeds meer Israëliërs zich bedreigd voelen door de raketten van Hamas – ook al wordt het grootste deel uit de lucht geschoten door de Iron Dome. De beschietingen blijven deze gevechtsronde niet beperkt tot het zuiden van Israël. Ook in Jeruzalem en Tel Aviv klinkt regelmatig het luchtalarm.

Volgens het Israëlische leger lopen vijf miljoen mensen het risico te worden getroffen. Daarbij kwam de ontdekking van tientallen tunnels, die Hamas heeft aangelegd om Israël binnen te dringen, voor veel Israëliërs als een schok. Hamas gebruikte in 2006 een tunnel om de Israëlische militair Gilad Shalit te ontvoeren.

„Deze oorlog is ons opgedrongen”, zegt Eli Davidai, vader van een jeugdvriend van de omsneuvelde militair uit Savyon. „We hebben Gaza in 2005 aan de Palestijnen gegeven. Maar daarna begonnen ze raketten op ons te schieten. En in plaats van dat ze beton gebruiken om huizen, scholen en ziekenhuizen te bouwen, leggen ze tunnels aan om ons aan te kunnen vallen. Als we daar nu geen einde aan maken, zitten we over een jaar met hetzelfde probleem.”

Verrechtsing van Israël

De mening van Davidai reflecteert de verrechtsing van Israël. De vorige oorlogen in Gaza in 2008-2009 en 2012 konden ook op massale steun rekenen. Maar in 2012 was slechts 30 procent van de bevolking voorstander van een grondoperatie waarbij Israëlische militairen zouden sneuvelen. Nu steunt de overgrote meerderheid van de Israëliërs een langdurige militaire operatie om Hamas de genadeklap te geven – zeker na de gevangenneming van een Israëlische militair gisteren.

De schok daarover is groot. Militaire dienst is verplicht voor de meeste Israëliërs, en de solidariteit met het leger is enorm. De ontvoering van Shalit was een nationaal trauma. Hij werd in 2011, na vijf jaar gevangenschap, vrijgelaten in ruil voor duizend Palestijnse gevangenen. „We moeten er alles aan doen om hem vrij te krijgen”, zegt Michel, een 36-jarige jongen uit Ashdod, die wakker werd met het luchtalarm. „Ook al blijft er niets heel in Gaza.”

De meeste Israëliërs snappen niets van de internationale verontwaardiging over het hoge aantal Palestijnse burgerdoden. Ido, een 34-jarige medewerker van de Israëlische spoorwegen, noemt de woedende reactie van VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon na het bombardement van een VN-school „hypocriet”. „Ons leger doet er alles aan om burgerdoden te voorkomen, maar Hamas schiet raketten af vanuit scholen en huizen. We verspreiden pamfletten om burgers te waarschuwen voor bombardementen, we bellen ze zelfs op. Welk ander land doet dat?”

Kritische opmerkingen, die vooral komen van linkse activisten en intellectuelen, worden beantwoord met beledigingen, bedreigingen en beschuldigingen van verraad. Een populaire komiek werd geschrapt uit een reclamecampagne voor een cruise nadat hij zijn medeleven betuigde met de vrouwen en kinderen in Gaza.

En een spotje van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem werd geweigerd door de staatszender omdat hij te controversieel zou zijn. In het spotje klinkt een stem die de namen en leeftijden opleest van de Palestijnse kinderen die zijn omgekomen in de oorlog. Het was bedoeld om de Palestijnen weer menselijk te maken in de ogen van de Israëliërs.

Demonstraties tegen de oorlog trekken weinig mensen. Degenen die wel komen opdagen, staan tegenover groepjes rechts-nationalistische jongeren die zwaaien met Israëlische vlaggen en schreeuwen dat ze moeten ophoepelen naar Gaza. „Er is morgen geen school, want er zijn geen kinderen meer over [in Gaza]”, riepen jongeren vorige week provocerend in Tel Aviv.

Dit soort radicale kreten komt van een kleine minderheid. Veel Israëliërs denken dat de geweldscyclus in Gaza alleen kan worden beëindigd door de verstikkende blokkade van de kleine landstrook op te heffen. ,,Mijn vader ging vroeger vaak naar Gaza om spullen te verkopen”, zegt Ido. ,,Dat is nu ondenkbaar. De mensen in Gaza zijn gegijzeld door Hamas en moeten weer hoop krijgen. Maar als we toestaan dat er beton binnenkomt in Gaza, zal Hamas dat gebruiken om nieuwe tunnels aan te leggen.”

    • Toon Beemsterboer