De stilte in mij en om me heen zuivert m’n gedachten

„In 2005 heb ik mijn huis verkocht. De overwaarde heb ik gestoken in een ‘levensloopregeling’. Daardoor heb ik het hele jaar 2014 vrij kunnen nemen.

„Ik wacht niet met bijzondere dingen doen totdat ik met pensioen kan, in 2017. Ik leef nu. Mijn oudste zus overleed op haar 64ste. Ze wilde nog zoveel. Ik was haar stamceldonor, maar dit heeft haar niet kunnen helpen te genezen.

„Ik werk nu ruim veertig jaar in het onderwijs. Ik ben echt een onderwijsbeest. Maar ik vind het reguliere onderwijs ook een keurslijf. Ik heb een huis in Frankrijk; tot nu toe was ik er nog nooit in juni of september geweest – de mooiste maanden van het jaar. En wie droomt er niet van één keer in z’n leven in de maand januari naar een warm land te gaan?

„Het is begrijpelijk dat de pensioenleeftijd omhoog is gegaan. Maar mij is nooit gevraagd hoe ik die laatste jaren in het onderwijs zou willen werken, wat ik belangrijk vind om het werk te kunnen volhouden, hoe ik mijn expertise het beste zou kunnen inzetten. Ik vind dat werkgevers meer zouden moeten profiteren van oudere werknemers, en dat in samenspraak – ook wat werktijden door het jaar heen betreft. Laat mij maar zes weken een zomercursus geven aan studenten, als ik daarvoor een maand vrije tijd terugkrijg.

„De levensloopregeling is al weer afgeschaft. Jammer, want zo’n regeling kan juist helpen oudere werknemers gemotiveerd hun pensioen te laten halen.

„Ik gebruik mijn vrije jaar absoluut niet om stil te zitten – integendeel. Ik hou niet van luie vakanties. Ik wil mensen uit andere culturen ontmoeten, nieuwe ervaringen opdoen, de balans opmaken van mijn leven tot nu toe.

„In januari en februari heb ik in Tsjaad in het Zakouma African Park als vrijwilliger gewerkt. Ik heb er Engels en Frans gegeven aan medewerkers van het park. Een vriendin bracht me in contact met het management. Behalve een strijd tegen stropers, ‘the war on ivory’, valt daar ook een communicatiestrijd te winnen. De parkwachters, ‘gardiens’, spreken vaak alleen Frans, stropers alleen Engels – ze kúnnen niet eens met elkaar praten, dus schieten ze maar direct op elkaar.

„Ik zat er een hutje met de naam ‘Pink Palace’, in de hitte, zonder airco, met een zwerm vliegen en muggen om me heen. Dagelijks gaf ik taallessen aan guardiens of toeristen-personeel. Soms ging dat moeizaam, als mensen analfabeet waren of geen huiswerk deden, of als zij via de walkie-talkie steeds werden weggeroepen. Maar meestal was het heel inspirerend, omdat ik zelf ook veel leerde. Met de directeur, een Keniaan, las ik een Frans kinderboek over olifanten. En ik heb een Zuid-Afrikaanse stagiaire in zes weken Frans geleerd. Zij was zó gemotiveerd; een feest voor een taaldocent.

„Het park is niet alleen verantwoordelijk voor het welzijn van de dieren, maar ook voor dat van de mensen die er leven en werken. Daarom zijn er ook scholen voor de kinderen. De kinderen hadden geen speelgoed, geen schriften, geen banken. Eén klas telde meer dan honderd leerlingen. Als je zoiets met eigen ogen gezien hebt, verandert dat je perspectief.

„In maart en april werkte ik in Davos, om les te geven aan ernstige astma-patiëntjes. In Nederland liggen deze middelbare schoolkinderen soms de helft van het jaar in het ziekenhuis. In de ijle Zwitserse lucht, vrij van huisstofmijt, knappen ze heel snel op – dat is prachtig om mee te maken. Natuurlijk las ik de roman De Toverberg van Thomas Mann in Davos, zo kon ik me nog beter inleven in het leven in een sanatorium.

„Momenteel zit ik twee maanden in mijn huis in de Bourgogne, om te lezen, te schrijven en in de tuin te werken; om te fietsen, te wandelen en mijn Franse en Nederlandse vrienden hier te zien. En ook om na te denken over de dingen die ik echt belangrijk vind in het leven. Het is bijzonder hoe de stilte in mezelf en om me heen mijn gedachten zuivert. Deze innerlijke reis vind ik net zo’n mooie ervaring als alle activiteiten die ik onderneem.

„De afgelopen jaren heb ik fietsend en lopend een deel afgelegd van de pelgrimsweg van Haarlem naar Santiago de Compostella. Half augustus ga ik weer op pad, in ieder geval tot de Spaanse grens. Ik ben niet gelovig, maar ik hoop dat deze tocht der tochten ook een spirituele ervaring oplevert.

„Dat ik veel alleen op reis ben, zie ik als een manier om mijn existentiële eenzaamheid te overwinnen. Daar worstelt uiteindelijk ieder mens mee. De spiritualiteit die ik hoop te ervaren is: volledig accepteren dat ik ben wie ik ben, misschien ooit weer met partner, misschien zonder – en dat ’t dan geen verschil meer maakt. Of, wie weet, loopt mijn grote liefde toevallig op de camino naar Santiago...

„Dát is wat het leven waardevol maakt – dat je jezelf niet opsluit en afkeert van nieuwe indrukken en ervaringen. En vooral: dat je zoveel mogelijk in het nú leeft. Daarom heb ik voor de maanden november en december nog geen plan gemaakt. Er komt vast iets op m’n pad waarvan ik zeg: dáár wil ik heen, dát wil ik doen.

„Maar het kan ook zijn dat ik binnenkort terugkeer naar Nederland. Een van mijn beste vriendinnen heeft net een zware operatie ondergaan. Over tien dagen hoort ze hoe ernstig zij eraan toe is. Ze woont alleen in een boerderij in Friesland. Ik heb tegen haar gezegd dat ik voor haar klaarsta als ze me nodig heeft. Dat is de rijkdom van dit jaar: dat ik er ben voor mezelf, en ook dat ik er voor anderen kan zijn.”

    • Gijsbert van Es