De rode kapitalist van ADO

Een Chinese zakenman heeft grote plannen met de eredivisieclub. „Ik hoop op internationalere uitstraling.”

Foto WassinkLundgren

Van Storky, de mascotte van eredivisieclub ADO Den Haag, heeft de nieuwe eigenaar van de club, de Chinese advocaat en zakenman Wang Hui (52), nog nooit gehoord. „Wie? Wat? Een ooievaar. Echt waar? Grappig”, grijnst hij verbaasd. Lichtelijk in verlegenheid gebracht, erkent hij dat hij nog geen groen/gele clubdas heeft en het fenomeen van het ‘Haags kwartiertje’ hem onbekend is.

Als Wang Hui volgend weekeinde weer in het Kyocera Stadion is voor de seizoensopening tegen het uitgedunde Feyenoord, gaat hij kennismaken met de symbolen en mores van de fanatiekste fans van ‘Alles Door Oefening’.

Dan heeft de miljonair en gepassioneerde voetbalfan ook alle tijd om met directie en trainersstaf te praten over zijn plannen voor de aankoop van nieuwe spelers voordat het transferseizoen sluit en over zijn wens om het aantal zitplaatsen uit te breiden van 15.000 naar 30.000.

„We hopen dat ADO in drie tot vijf jaar in de Europa League kan spelen. In die tijd hoop ik de club een internationalere uitstraling in Europa, Azië en China te geven. Wij willen met ADO groeien, ook in China zelf door de uitwisseling van kennis en spelers en de oprichting van een voetbalschool. Ik heb geen plan de club over vijf of tien jaar weer te verkopen”, vertelt hij op zijn kantoor in het financiële district van Beijing.

Stevige ambities dus voor de tweede Nederlandse middenmoter die in buitenlandse handen is gekomen. Wang Hui’s sportbedrijf United Vansen heeft daarvoor bedragen tot tien miljoen euro in gedachten. „Ik ga goed luisteren naar de ideeën van de coach en dan beslissen wij. En wat het stadion betreft denk ik dat huren door de lage prijs beter is dan het stadion te kopen, maar ik hoop wel dat wij het aantal stoelen snel kunnen verdubbelen.”

Tot voor kort had de zichtbaar fitte Wang Hui, die zijn Chinees doorspekt met Engelse uitdrukkingen, nooit van ADO Den Haag gehoord. De club kwam op zijn weg tijdens zijn zoektocht naar een betaalbare Europese voetbalclub met potentie. Het idee een club te kopen ontstond in de marge van de organisatie van de Super-Cuptoernooien, waarmee clubs en United Vansen miljoenen verdienen.

Kwaliteitsclub

De zoektocht voerde hem eerst naar landen [Duitsland, Engeland, Italië en Frankrijk] met competities die in China nauwgezet worden gevolgd. Den Haag kende Wang Hui alleen als zetel van het Internationaal Hof van Justitie, waar hij vorig jaar nog moest zijn voor een advocatenzaak. De mooie stad achter de duinen maakte een goede indruk – „niet groot, schoon, comfortabel en rustig” – dus ADO Den Haag zou ook wel een kwaliteitsclub zijn, dacht hij bij het eerste contact.

„De juiste en ook betaalbare club vinden is in Europa niet makkelijk; de meeste maken verlies, hebben lage winstmarges of hebben weinig mogelijkheden de winst te vergroten. Dat geldt zelfs voor topclubs als Manchester United. Wat mij aantrok in ADO Den Haag is, dat de club de afgelopen drie jaar winst heeft gemaakt, de kosten betrekkelijk laag zijn en er veel kansen zijn voor sportieve verbetering.” Snel voegt Wang Hui er aan toe, dat hij er niet over piekert om het DNA van ADO te veranderen en dat niemand hoeft te vrezen dat de bijna 110 jaar oude club opeens Chinees wordt en de spelers hun ‘broodjûh è mè ù’ met stokjes moeten gaan eten.

„Ik heb van jongs af aan op straat gespeeld en pas sinds mijn middelbare schooltijd op echte velden en in teams. Ik weet hoe belangrijk de cultuur van een club is. De tijd dat ik speelde voor het eerste team van de Beijing Universiteit waren de gelukkigste jaren van mijn leven.”

De reden dat hij geen Chinese club heeft gekocht schuilt, vertelt hij, in de ondermaatse kwaliteit van het Chinese voetbal. Het is een van de redenen dat Chinese amateurs het liefst in universiteits- en bedrijfsteams spelen of bij kleine clubs in de lagere klassen. De grotere Chinese clubs worden slecht bestuurd, zijn statusspeeltjes van nieuwe rijken, er zijn geen jeugdopleidingen en de competitie wordt ondermijnd door corrupte spelers, scheidsrechters en bestuurders. „Winst maken met een Chinese club is onmogelijk in het huidige systeem”, zegt Wang Hui. Kansen op snelle verbetering ziet hij niet.

„Er mogen dan 1,3 miljard Chinezen zijn, maar in Nederland met maar zeventien miljoen inwoners zijn er tienmaal zoveel mensen actief in het voetbal dan in China. We hebben hier weliswaar veel fans, maar die kijken alleen televisie.”

Inderdaad zijn Chinese voetbalfans kijkers (en gokkers) maar geen sportieve doeners. Daar komt bij dat ouders vinden dat hun kleine keizers en keizerinnen te veel risico’s lopen op een voetbalveld.

Wang Hui’s staf heeft het razend druk met de verkoop van de kaarten voor de Franse Super-Cupwedstrijden, de Trophée des Champions, die dit weekend in het Beijingse Vogelneststadion worden gehouden. Wang Hui organiseerde eerder al de Super Coppa Italiana en is in onderhandeling met de Duitse en Spaanse voetbalfederaties voor vergelijkbare toernooien in China. Speciaal voor de organisatie van deze toernooien heeft hij samen met vrienden United Vansen opgericht. Een Nederlandse Super-Cupcompetitie in China, uiteraard met ADO als deelnemer, zou hij graag opzetten.

Intussen organiseert zijn bedrijf reizen van Chinese voetbal- en golffans naar Europese, Australische en Latijns-Amerikaanse topwedstrijden, en naar de grote Amerikaanse golftoernooien. Wie niet van sport houdt kan bij hem ook trips boeken naar Franse wijnhuizen en grote vastgoedveilingen. Hij werkt ook als vertegenwoordiger van Chinese spelers in het buitenland en buitenlandse coaches in China.

Wang Hui behoort tot de generatie zakenlieden die dankzij een groot netwerk aan politieke en zakelijke contacten en de snelle groei van de vastgoedsector en de economie rijk zijn geworden.

Rode kapitalist

Als zonen van een hoge partijfunctionaris hadden hij en zijn broer een streepje voor bij de opdrachtgevers in de nationale en Beijingse overheden. Zijn broer, mede-investeerder in United Vansen en dus ook in ADO Den Haag, bouwde een van de grootste vastgoedbedrijven van het land op, terwijl Wang Hui een advocatenpraktijk begon met ministeries en staatsbedrijven als belangrijkste klanten. Als rode kapitalist en bestuurder van de Chinese voetbalfederatie adviseert Wang Hui de Beijingse afdeling van de communistische partij CPC, maar is geen lid van de partij.

Natuurlijk spelen ook politieke en commerciële motieven een rol bij de aankoop van ADO Den Haag. President en partijleider Xi Jinping is een fanatieke voetbalfan, die het Chinese voetbalsysteem wil verbeteren door samenwerking met buitenlandse clubs. Met zijn scherp afgestelde politieke antennes weet Wang Hui dat zijn aanschaf van ADO Den Haag bij Xi Jinping goed is gevallen. „Hij wil dat wij een brug bouwen naar het Nederlandse voetbal dat hij zeer bewondert”, weet hij. Het kan in het byzantijnse Chinese politieke systeem nuttig en lucratief zijn om in de gunst van de keizer te zijn.

Europees platform

ADO Den Haag biedt hem, hoopt hij, op termijn in zakelijk opzicht een ‘Europees platform’ aan. Het eigendomschap van een goed presterende Nederlandse club, die ook op Europees niveau meedoet, is natuurlijk een instrument in de kunst van van de relatievorming (guanxi).

Door zijn Europese voetbalcontacten is hij al eerder door BMW, Mercedes-Benz en Porsche ingehuurd als advocaat in productaansprakelijkheidszaken. Opening van kantoren in Duitsland, de VS en mogelijk ook Nederland is in voorbereiding.

Wang Hui is er duidelijk fier op dat hij de eerste, en tot nu toe enige, Chinese ondernemer is die zich de eigenaar kan noemen van een Europese ‘top-leagueclub’. „Nog geen enkele Chinese onderneming heeft eerder in een Europese club geïnvesteerd”, zegt hij zelfvoldaan.

Op één prestatie is Wang Hui nog trotser en dat zijn de twintig doelpunten die hij het afgelopen seizoen heeft gescoord als aanvaller in zijn kantoorteam, dat speelt in de Chinese Advocatencompetitie. „Twintig doelpunten, ik ben topscorer”, zegt ie, terwijl hij voor fotograaf Ruben Lundgren zijn buik inhoudt en de schouders na achter trekt.

    • Oscar Garschagen