Benghazi in handen extremist Ansar

Radicaal-islamitische strijdgroepen roepen oostelijke havenstad uit tot islamitisch emiraat

Grootste steden

Libië verandert nu snel in een mislukte staat. Terwijl een alliantie van radicaal-islamitische strijdgroepen claimt de oostelijke stad Benghazi in handen te hebben, gaan zware gevechten door tussen concurrerende milities in de hoofdstad Tripoli.

Sinds de val van de Libische leider Moammar Mohammed al-Gaddafi in augustus 2011 verhinderden de talrijke uit de opstand overgebleven milities dat zwakke centrale regeringen in Tripoli hervormingen doorvoerden. Maar het geweld in Libië bleef de voorbije drie jaar nog tot korte uitbarstingen en schermutselingen beperkt.

De afgelopen weken zijn echter zowel in Benghazi als in de hoofdstad Tripoli de fundamentalisten en extremisten onder hen in het offensief gegaan.

De extremistische militie Ansar al-Shari’a riep gisteren Benghazi uit tot islamitisch emiraat, maar liet nog in het midden wat dat betekende. Ansar al-Shari’a wordt door de Verenigde Staten verantwoordelijk gehouden voor de dood van de ambassadeur Chris Stevens bij een aanval op het Amerikaanse consulaat in Benghazi in september 2012. De militie waarschuwde de inwoners van Benghazi niet op straat te gaan protesteren. Op straffe van de dood.

In Tripoli waren gisteren weer zware gevechten aan de gang om het bezit van de internationale luchthaven. In de hoofdstad zijn volgens de autoriteiten de afgelopen maand daarbij 214 doden en bijna 1.000 gewonden gevallen.

Volgens analisten heeft het oplaaien van de strijd onder andere te maken met de recente verkiezingen, die de fundamentalisten verloren.

Een andere aanleiding was het offensief van een alliantie onder generaal Khalifa Belqasim Haftar, die aankondigde radicale milities te vermorzelen. Nu zijn Haftars manschappen zelf uit Benghazi verdreven. Zelf spreekt Haftar van een „tactische terugtrekking”.

In de chaos vluchten buitenlanders massaal uit het land. De Libische autoriteiten zijn nu bang voor totale instorting van de gezondheidszorg, die bijna volledig van buitenlanders afhankelijk is, met name uit de Filippijnen. Filippijnse artsen en verpleegkundigen maken 60 procent van het medisch personeel uit; Indiërs nog eens 20 procent.

Na de ontdekking van het onthoofde lichaam van een Filippijnse man in Benghazi, tien dagen geleden, riep Manila zijn Filippijnse burgers op Libië te verlaten. Twee dagen geleden deelde de Filippijnse regering mee nu veerboten in te zetten voor hun evacuatie, na de ontvoering en verkrachting van een Filippijnse verpleegster in de hoofdstad Tripoli.

    • Carolien Roelants