Beatrix zal niet verdwijnen

In het ‘zweetkamertje’ van de Leidse universiteit staan tienduizenden namen op de muur. Hoe restaureer je zo’n ruimte?

Het zweetkamertje in het Academiegebouw,restaurateur Claudia Thunnissen aan het werk Foto’s: Walter Herfst

Wie in Leiden studeert of er promoveert, komt vroeger of later terecht in het zweetkamertje. Het vertrek in het Academiegebouw aan het Rapenburg is het eindpunt voor bijna elke Leidse student: hier mag je je naam op de muur schrijven als je je bul hebt behaald. Het kamertje dankt zijn naam aan het feit dat het vanaf de 18de eeuw wachtkamer was voor afstuderende studenten. In de naastgelegen senaatskamer moesten ze hun doctoraalexamen afleggen, waarna ze in het kamertje ernaast de uitslag afwachtten.

Wie ooit als eerste zijn naam op de muur heeft geschreven, is niet bekend, maar het oudste jaartal is aangetroffen in de houten tafel die in het zweetkamertje staat: 1641. Inmiddels zijn de muren van het kamertje grijs, hier en daar zwart, van de met potlood over elkaar heen genoteerde, uitgegumde en vervaagde namen.

Toch is een flink deel van de namen nog goed leesbaar, waaronder die van Beatrix, Willem-Alexander, Churchill (die in 1946 uit handen van professor Cleveringa een eredoctoraat ontving), Mandela (eredoctoraat in 1999) en Erik Hazelhoff Roelfzema, de Soldaat van Oranje. „Mandela is hier nooit geweest”, vertelt Willem Otterspeer, hoogleraar universiteitsgeschiedenis. „Hij was al te oud om naar boven te lopen.” Daarom zette hij in de Pieterskerk, waar hij zijn eredoctoraat ontving, zijn handtekening op een losse steen die hier vervolgens werd ingemetseld. De naam van George Bush sr, die zijn handtekening zette toen hij in 1989 in Leiden was, werd na protesten verwijderd: hij had immers niet gestudeerd in Leiden en was er ook niet gepromoveerd. En Rutger Hauer, die in de film Soldaat van Oranje Hazelhoff Roelfzema speelt, zette zijn handtekening op een andere plek dan de historische Hazelhoff Roelfzema: omdat de lichtval daar voor de cameraploeg beter was.

De naar schatting vele tienduizenden studenten en promovendi die in de loop der eeuwen hun naam hebben gezet in het zweetkamertje hebben beschadigingen achtergelaten. Restaurateur en kunsthistoricus Claudia Thunnissen zal deze zomer de stuclaag op de muren deels opnieuw vastzetten en krassen en putjes in de muur, onder meer veroorzaakt door de ladder die studenten gebruiken om hun naam hoog op de muur aan te brengen, opvullen. Waterschade wordt weggewerkt en de afbrokkelende randen langs het plafond worden gerepareerd. „Restauratie is een groot woord”, aldus Otterspeer, „het is meer conservering. Het gebruik van het kamertje moet hetzelfde blijven. We willen niet dat studenten dit kamertje moeten betreden met witte handschoentjes aan. ”

Laat alle hoop varen

De beroemde namen worden schoongemaakt: achter de glasplaatjes zijn korreltjes potloodgrafiet gevallen. De glasplaatjes worden nu zo gemonteerd dat dat niet meer mogelijk is. Toch blijft potlood de aangewezen manier om hier je naam te schrijven. „Een aantal jaar geleden hebben we een slot in de deur gezet”, vertelt Otterspeer, „er kwamen studenten met viltstiften of zelfs spuitbussen om hun naam aan te brengen. Dat wilden we niet. Grafiet vervaagt, gelukkig maar, je zet hier niet je handtekening om onsterfelijk te worden.”

Ook de houtskooltekeningen in en net buiten het zweetkamertje worden bij de restauratie onder handen genomen. De oudste zijn die van Victor Eugène Louis de Stuers (1843-1916), de latere initiator van Monumentenzorg. Hij tekende aan weerszijden van de deur van het zweetkamertje een student. De ene tekening verbeeldt een zwetende student die op zijn examen wacht, de andere een blije student nadat hij is geslaagd. Boven de deur heeft De Stuers een citaat van Dante aangebracht: Lasciate ogni Speranza; voi che entrate: Laat alle hoop varen, gij die hier binnentreedt. Ook maakte hij een krijttekening langs de trap (de in Leiden beroemde Gradus ad Parnassum). De drie tekeningen werden in 1919 gereconstrueerd door illustrator Louis Raemaekers (1869-1956), die zelf in het zweetkamertje ook een tekening aanbracht met de tekst hic sudavit sed non frustra: hier zweette men niet tevergeefs. Ook de tekening en de afbeelding rond het fonteintje, met de tekst ‘Dit is Hans Worst lescht hier uw dorst’, worden aangepakt.

De benodigde 16.380 euro werd bijeengebracht door middel van crowdfunding. Met name studentenverenigingen en oud-studenten doneerden. „We hebben gekozen voor deze vorm van financiering”, aldus Otterspeer, „om de band met alumni te versterken. Het feit dat het geld in iets meer dan een week bijeen was, toont aan hoe levendig de herinnering van velen is aan hun studietijd in Leiden.”

    • Friederike de Raat