Armen India zijn afhankelijk van subsidie op eten

India wil bescherming van de eigen voedsel-voorziening en blokkeerde daarom een nieuwe handelsovereenkomst.

foto Reuters

Kamla Kumar zet grote ogen op. „Zonder fair price-voedsel zouden we het niet redden. Dat gaan ze toch niet afschaffen?”, vraagt ze bezorgd. In een bedompt éénkamerappartementje in het Delhi’s drukke oude stad zitten Kamla (weduwe van 40), haar twee dochters van 18 en 20 en haar oude moeder op het enige matras dat ze hebben. De vier vrouwen leven van een minimaal inkomen. Als officieel arme Indiërs – ze hebben een ‘Below Poverty Card’ – mogen ze gesubsidieerde rijst en tarwe kopen in Fair Price Shops van de overheid. De prijzen op de markt zijn zeker twaalf keer zo hoog.

Volgens cijfers van de Wereldbank leeft in India eenderde van ’s werelds armen. Het gaat om honderden miljoenen Indiërs die niet de middelen hebben om aan voldoende voedsel te komen. Om die reden houdt India (1,24 miljard inwoners) vast aan zijn beleid om arme Indiërs tegen vaste, lage prijzen te voorzien van tarwe en rijst. De regering koopt de gewassen op boven de marktprijs. Een deel wordt aan de armen verstrekt, de rest wordt opgeslagen om misoogsten en snelle prijsstijgingen te kunnen doorstaan. Sinds vorig jaar mag tweederde van de bevolking gesubsidieerd voedsel kopen in Fair Price-winkels.

De subsidiëring die India hanteert, is volgens de WTO te hoog, maar volgens de Indiase regering noodzakelijk. De onenigheid leidde ertoe dat India het vrijhandelsverdrag, dat voorziet in het afbouwen van douanetarieven en het terugdringen van staatssubsidies voor onder meer de agrarische sector, heeft getorpedeerd. Er werd 13 jaar over het verdrag onderhandeld met ruim 150 landen. Het lukte ook de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry – afgelopen week op bezoek in Delhi – niet om India op andere gedachten te brengen.

‘Suïcidaal gedrag’

Op het hoofdkantoor van de WTO in Genève werd in ondiplomatieke bewoordingen gereageerd. Men was „verbijsterd” en sprak over een Indiase „gijzeling” en „suïcidaal gedrag”. Volgens John Kerry zond India’s nieuwe premier Narendra Modi, die India juist meer wil openstellen voor internationale handel en liberalisering, „het verkeerde signaal uit”.

Volgens experts zou het vrijhandelsverdrag de wereldeconomie 960 miljard dollar opleveren, waarvan het leeuwendeel in ontwikkelende economieën, zoals de Indiase. Daar zouden ook 18 van de 21 miljoen nieuwe banen worden gecreëerd.

Inmiddels wordt gezegd dat India zich onbetrouwbaar heeft betoond. Het land was immers tijdens de laatste onderhandelingsronde in Bali akkoord gegaan met de voorliggende tekst, nadat het de Europese Unie en de VS een belangrijke concessie had ontworsteld: het toestaan van een vastgelegde hoeveelheid voedselopslag tegen gesubsidieerde prijzen.

Het is echter onterecht om India weg te zetten als een wispelturige partner. Het land kent armoede en ondervoeding op een schaal die elders onbekend is. „Voedselveiligheid is heilig voor India”, zei de voormalige minister van Handel vorig jaar in Bali. Ook premier Modi kan en wil daar niet omheen. Hij beloofde steun aan India’s miljoenen keuterboeren en voedselgarantie aan de armen. Indiase economen benadrukken dat India’s standpunt gerechtvaardigd is. „De overheid heeft de plicht onze armen, 30 procent van de bevolking, te voeden”, stelde Charan Singh, hoogleraar economie in een Britse online-krant. „70 procent van de bevolking moet overleven van de landbouw. India moet zijn boeren beschermen.”

Econoom V. Anantha Nageswaran stelde in een felle reactie in de Indiase zakenkrant Mint dat India oneerlijk wordt behandeld en dat de VS een veel hoger bedrag aan landbouwsubsidies betalen dan India. „Dat bedrag werd vastgesteld in 1994, op basis van de toen zeer hoge Amerikaanse subsidies.” Het Indiase subsidieplafond bedraagt 10 procent van de gewasprijzen in de periode 1986 en 1988, terwijl India sindsdien een hoge inflatie kent.

Hoe nu verder? Een deel van de WTO-leden, waaronder de VS en de EU, neigt ernaar door te gaan met het vrijhandelsverdrag zonder India. Maar er lijkt een compromis mogelijk. India had in Bali bedongen dat er binnen vier jaar een apart voedsel- subsidieverdrag zou worden uitonderhandeld. De Indiërs voelden zich bekocht omdat de WTO na Bali geen enkele actie ondernam. Wellicht zijn ze weer aan boord te brengen als de maximumsubsidie op een eerlijker wijze berekend wordt en er werk wordt gemaakt van het extra verdrag.

Weduwe Kamla Kumar heeft nog nooit van de Wereldhandelsorganisatie gehoord. Het diplomatieke schaakspel gaat aan haar voorbij. Zij maakt zich zorgen. „We geven nu al bijna al ons geld uit aan huur en voedsel. Hoe moeten we sparen voor de bruidschat van mijn dochters? Als we ze niets kunnen meegeven, vinden ze nooit een man die genoeg verdient. Zo blijven we altijd arm.”

    • Joeri Boom