Alles aan mij is echt

Cécile Narinx is de hoofdredacteur van de Nederlandse Harper’s Bazaar, de glossy die deze maand wordt gelanceerd. „Ik moet manoeuvreren in het kleine beetje ruimte dat er is”, zegt ze bij een spinaziesalade.

Hoofdredacteur Cécile Narinx introduceert de Nederlandse editie vanHarper’s Bazaar. „Eerst maar eens hun dansje leren dansen. En als dat goed gaat, kan ik mijn eigen pirouettes draaien.”

D e achtertuin van restaurant Lion Noir in Amsterdam. Hortensia’s, rododendrons, een fluitend vogeltje. Daar komt Cécile Narinx (44) door de tuindeuren naar buiten. Het loopje naar de terrasstoel is net lang genoeg om te bekijken wat ze aanheeft. Zwart truitje, donkergroene kokerrok, schoenen van gevlochten leer in dezelfde kleuren. Niks buitenissigs of overdreven modieus. Eerder klassiek, een beetje damesachtig.

Tien jaar lang leidde Cécile Narinx modeblad Elle en nu is ze de hoofdredacteur van de Nederlandse editie van Harper’s Bazaar. Het is de oudste modeglossy, opgericht in 1867 in de Verenigde Staten. Het eerste Nederlandse nummer verschijnt op 26 augustus. „Ik voel me zoals je je voelt vlak voor je een kind krijgt. Nú opschieten. Snel alles afmaken.” Ze maakt het blad op de zolder van het gebouw van uitgeverij Hearst in Amsterdam, aan precies hetzelfde bureau als waaraan ze twintig jaar geleden zat als „jongste bediende” van het blad Santé.

Haar in een boblijn, groene ogen, een tache de beauté vlak onder haar neus. Nog eens goed kijken – uiterlijk en beauty zijn haar werkterrein tenslotte. Eenvoudige make-up, nauwelijks sieraden, iets ironische lach. Welk merk tas ze naast haar voeten onder tafel heeft gezet, kan ik net niet zien. Komt straks wel. Jong, zeg ik tegen haar. Ze kijkt verbaasd op. Ze ziet er jonger uit dan ze is, herhaal ik. „O ja?” En alsof ik het tegendeel dacht, zegt ze: „Maar alles is echt, hoor.” Ze betast haar haar, ogen, huid. „Mijn eigen haarkleur – grijze haren trek ik eruit – mijn eigen huid, mijn eigen... lichaamsvormen.” En dat terwijl ze „zon noch alcohol mijdt”. Ze lacht. „En nee, mijn tanden zijn ook niet gebleekt.” Is dat dan zo bijzonder, dat zij niks ‘heeft laten doen’? Ze zegt van wel. „Laatst had ik een etentje met een aantal Nederlandse hoofdredacteuren. Ik geloof dat de hoofdredacteur van Red en ik de enigen waren die niet waren opgespoten of gladgestreken.”

De andere hoofdredacteuren van Bazaar heeft ze nog niet ontmoet. Wereldwijd zijn het er dertig. Bazaar verschijnt ook in Hongkong, Australië, India, Kazachstan, Oekraïne. Gek genoeg dan weer niet in Frankrijk en Italië, toch dé modelanden. „Daar zijn wel plannen voor. Maar als je Bazaar daar verkeerd in de markt zet en het blad mislukt... Dat heeft een slecht effect op alle Bazaars.” Ze gaat de Nederlandse editie met een klein team maken. De nieuwe adjunct-hoofdredacteur is Maaike Beekers. Zij komt van Red, de glossy die net ter ziele is gegaan wegens tegenvallende advertentie-inkomsten. De artdirector heeft Cécile Narinx van Elle meegenomen, de beautyredacteur werkte tot voor kort bij Marie-Claire. De voormalig hoofdredacteur van Grazia is dat nu bij Elle.

Het lijkt één grote banencarrousel. Bladen verdwijnen (Park, Esta), of worden gelanceerd (Vogue). Maar steeds circuleren dezelfde namen voor de bladenmakers. Narinx telt op haar vingers (met rood gelakte nagels) de Nederlandse hoofdredacteuren van glossy’s: „Hilmar, Jildou, Karin, Lenny, Marie-Nannette. We zien en spreken elkaar vrij regelmatig. Wij vragen ons ook wel eens af: wie zijn onze opvolgers?”

Bestedingspatroon

Het is geen geheim dat Harper’s Bazaar in Nederland wordt geïntroduceerd om te concurreren met de Nederlandse Vogue. Die is er sinds 2012. Ook een Amerikaans modeblad, ook gericht op de vrouw met een middelhoog bestedingspatroon, maar van een andere, ook Amerikaanse uitgever. Eigenlijk hoef je je niet af te vragen of er wel voldoende plek op de markt is voor nóg een blad, want reken maar dat Hearst Magazines dat van tevoren goed heeft uitgerekend. „De uitgeverijen zijn enorme bedrijven.” Ze onderhandelen met de internationale modehuizen en cosmeticaconcerns over advertentiebudgetten voor al hun titels. Daar zijn miljoenen, zo niet miljarden mee gemoeid.

De eerste Nederlandse Bazaar is 292 pagina’s dik, waarvan zeventig pagina’s met advertenties. „In de gloriejaren van Elle heb ik wel eens de honderd advertenties aangetikt.” Los van de gekochte advertentieruimte staan er in het blad natuurlijk modereportages en make-uprecensies. „Modehuizen houden heel precies bij wat er van hun merk in het blad staat. Clipping, heet dat. Per pagina vinken ze hoeveel ruimte hun merk krijgt. Wordt hun mantel gecombineerd met een jurk van een directe concurrent? Dan telt de pagina voor 50 procent mee. Staan er producten bij van veel meer andere merken? 10 procent. En als het ze echt niet zint, dan slaan ze een jaartje adverteren over.”

Over cosmeticaproducten van adverterende beautymerken valt nauwelijks kritisch te schrijven, zegt Narinx, want vrijwel elke crème of lippenstift komt van een adverteerder. „Maar ik ben geen reclamebureau. Bij Elle losten we het op door opbouwende kritiek te geven. Zo van: ‘Het ruikt lekker, maar een UV-filter erin zou fijn zijn’. Reken maar dat die rubrieken worden gespeld.” Dus voor het blad naar de drukker gaat, spelt zij die rubrieken ook. Een verkeerd woord kan een hoop geld kosten. Ze maakt niet de indruk onder de adverteerdersdruk te bezwijken. „Ik moet manoeuvreren in het kleine beetje ruimte dat er is.”

Ze vertelt over haar sollicitatiegesprek met de Amerikaanse editorial director, die beslist over wie waar hoofdredacteur wordt. „Het was tijdens de fashion week in Parijs. Champagne erbij.” Ze mocht praten over haar plannen voor het blad. „Ik vertellen. Een reportage over zus, een interview met die en die interessante vrouw. Aha, zegt zij. ‘Ziet die vrouw er heel mooi uit?’ Ik: ‘Neuh, niet speciaal.’ Zij weer: ‘Woont ze dan in een fantastisch huis?’ ‘Nee, niet dat ik weet.’ ‘Waarom’, zegt zij, ‘zou je haar dan in ’s hemelsnaam in Bazaar willen hebben?’” Ze lacht. „Bazaar is geen magazine voor jankverhalen. Ze willen verhalen over vrouwen met aansprekende carrières, een interessant leven, een mooi huis en een fijne garderobe.” En dat vindt zij.... „Fair enough. Het blad bestaat al zo lang. Waarom zou ik dan het wiel opnieuw uitvinden?” Nee hoor, zegt ze. „Eerst maar eens hun dansje leren dansen. En als dat goed gaat, kan ik mijn eigen pirouettes draaien.”

We nemen sla en bruiswater. Geen wijn voor haar. Vanavond heeft ze een hoofdredacteurenetentje, georganiseerd door Philips. Als ze opstaat om naar de wc te gaan, kijk ik onder tafel naar haar tas. Louis Vuitton. Ja, zegt ze als ze terugkomt. Ze heeft meer dan één tas. „Ik ben het visitekaartje van Bazaar. Draag ik altijd Chanel, dan vindt Dior dat niet leuk. En in Milaan kan ik niet met een Prada binnenlopen bij Gucci. Je gaat ook niet met een Feyenoordshirt in het Ajaxstadion zitten.” Haar man is toch....? Ze knikt. Hij is sportfotograaf. Ze kent hem uit de tijd dat ze stage liep bij Viva. Samen hebben ze een zoon van bijna 16 en een dochter van 14.

Dus, wie gaat Bazaar lezen? De vrouw die iets ouder is dan de lezeres van Elle. Ze heeft ook iets meer te besteden. Omdat ze een man heeft met geld, maar liever omdat ze zelf een goed inkomen heeft. „In de kunstwereld en het bedrijfsleven is een groeiende groep zelfstandige vrouwen met belangstelling voor mode.”

Ook haar zusjes, die acht en zes jaar ouder zijn (de een is logopedist, de ander bedrijfsleider van een openbaar zwembad), zijn potentiële lezers. „Die vragen me of dit jasje nog kan en wat de nieuwe roklengte is.”

Haar moeder, net 80 geworden, zal de nieuwe show van Prada misschien niet interesseren. „Maar ze wil wel weten wat ze aan moet naar een speciale gelegenheid.” Haar moeder werkt als vrijwilliger met zieken en ouderen. Haar vader werkte in een psychiatrische inrichting.

Art Basel

Meer dan in andere bladen zal het in Bazaar gaan over kunst. „Aandacht voor de Tefaf, Art Basel.” Ze heeft al met het Stedelijk Museum om de tafel gezeten. Interviews? Bedachtzaam. „Ja, natuurlijk. Maar ik weet niet of ik tussen pagina’s vol mode en kunst ineens een ellenlang interview met een eurocommissaris zou willen lezen.” Kleine sneer naar concurrent Vogue, dat zo’n interview bracht. En botox, cosmetische chirurgie? „Bij Elle was dat een non-onderwerp. Ik vrees dat ik er nu niet meer omheen kan.” Vinger in de lucht: „Maar ik ga het niet promoten.”

De mode in Bazaar is draagbaar, mooi, niet al te artistiekerig. Betaalbaar? „Ja, maar je moet niet schrikken van 1.000 euro voor een jas. Of een handtas van 2.500 euro.” Carine Roitfeld, voorheen hoofdredacteur van de Franse Vogue en een soort superster in de modewereld, is de global fashion director van Bazaar. Dat betekent dat zij modereportages voor alle dertig edities bedenkt. „Die werkt niet met modellen, maar met supersterren. Ze heeft het talent om heel gewone, bijna ordinaire kleren zo te combineren met high fashion, dat je denkt... ja, zo ziet het er heel cool uit.”

Is ze nooit geïntimideerd door al het uiterlijk vertoon? Ze aarzelt geen seconde. „Ik ben geen Parisienne. En geen Milanese ook. Op de meeste internationale feestjes ben ik de minst opgedofte.”

We drinken nog een koffie. En dan moet ze echt weer dóór. De weken zo vlak voor de lancering van ‘haar’ blad moet er nog veel werk worden verzet. We schudden handen, ik wens haar succes. Ze lacht en zegt dat ze sinds ze bij Bazaar begonnen is voor het eerst sinds jaren weer droomt dat ze in een auto rijdt maar niet bij de pedalen kan. Eerder vertelde ze over haar snelwegvrees. Rijden in de bebouwde kom in haar Daewoo lukt net. Verder reist ze altijd per trein. „Invoegen? Op de snelweg? Brrr. Oh nee. Wat ik dan voel? Pure angst.”